Nadat het Groninger Museum onlangs de voorzet gaf met Pioniers van het Vlaams Expressionisme (Permeke, Van den Berghe, De Smet), is op 4 september jl. in het Haags Gemeentemuseum de overzichtstentoonstelling rond de Vlaamse Expressionist Constant Permeke van start gegaan.
![]() |
| Constant Permeke, Aardappelrooister 1929, olie- en terpentijnverf op papier en triplex, 164 x 126 cm, collectie PMCP, Jabbeke. |
Cultuurfilosoof Michael Baxandall beschrijft in zijn boek Patterns of Intention (1985) een kunstwerk als de oplossing van een probleem dat door de kunstenaar aan de orde wordt gesteld. In het geval van Permeke zou als 'probleem' de gevolgen van de Industriele Revolutie (1708-1837) kunnen worden aangevoerd. Wederom Van den Bussche: "De boer op het veld is een ingenieur geworden, de ploeg is al lang opgeborgen in musea." Waarschijnlijk is het ook juist daarom dat beelden van de eenvoud van het boerenleven het zo goed doen; des te chaotischer het alledaagse, des te meer men smacht naar rust. De beeldende kunst als registratie van vervlogen tijden (en dus niet als autonoom medium); tegenwoordig zouden we het fototoestel ter hand hebben genomen (al denkt Tuymans daar klaarblijkelijk anders over).
![]() |
| Constant Permeke, Het dagelijks brood 1950, olieverf op doek, 148,5 x 175 cm, collectie PMCP, Jabbeke. |
Een overzicht
De overzichtstentoonstelling in het Haags gemeentemuseum toont schilderijen, tekeningen en beelden (alles bij elkaar zo'n 125 stuks) uit de periode 1907-1951 (een jaar voor zijn overlijden) en is uitermate geschikt om een ontwikkeling te signaleren in het oeuvre van Permeke; het vroege werk (t/m 1912) laat qua vorm duidelijk de invloed zien die uitging van Symbolistische kunstenaars als Vincent van Gogh en Paul Gauguin en een Impressionistisch schilderes als Berthe Morisot. Het latere werk refereert vooral aan de Duitse expressionisten van Die Brücke (kunstenaarsverbond opgericht in Dresden in 1905 met als belangrijkste exponenten Ernst Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Karl Schmidt-Rottluff). Het Duitse expressionisme (onderwerpen: de stad, de revue, badende vrouwen) betekende een avantgardistisch verzet tegen het academisch naturalisme. Het Vlaams expressionisme (onderwerpen: het platteland, de vrouw, de kermis, het boerenbestaan) is daarvan een afgeleide en als zodanig minder krachtig. De Duitsers trokken met hun kunst ten strijde, de Vlamingen en de Hollandse expressionisten van De Ploeg (o.a. Jan Wiegers, Jan Altink en Johan Dijkstra) lijken in eerste instantie vooral voor de vorm te zijn gezwicht.
![]() |
| Constant Permeke, De Sjees 1926, olieverf op doek, 165 x 128 cm., collectie PMMK, Oostende. |








diverse kunstenaars - Het Karel Appelhuis
Predators
Tired Pony - The Place We Ran From
Isabel Kreitz - De meesterspion. Stalins ogen in Tokio
Sĝren Kierkegaard / Anti-Climacus - De ziekte tot de dood
Herman Koch - De ideale schoonzoon
