8weekly.nl recensie website met recensies over film, muziek, literatuur, theater en beeldende kunst
 

reportage: Iceland Airwaves 2004

Het beste festival ter wereld

8 november 2004

120 artiesten in een lang weekeinde op zes kleine podia op loopafstand van elkaar op het afgelegen IJsland. Je moet van hot naar her rennen om alles bij te houden, maar het kan allemaal wel. Iceland Airwaves is ongetwijfeld (als je eenmaal in IJsland aangekomen bent) het meest toegankelijke en bijzondere muziekfestival van Europa, en wellicht een van de beste ter wereld.

Na vijf jaar is dat goed doorgedrongen tot de westerse muziekwereld, want het festival was dit jaar uitverkocht en het wemelde er van de buitenlandse journalisten, muziektoeristen en platenbonzen. Een aantal inheemse bands is zelfs begonnen het publiek in het Engels aan te spreken. Er heerst een heuse hype: IJslandse muziek is cool, uniek en vooral in grote getale aanwezig. Welnu, de hype is waar: het Europese succes van bands Mínus, Sigur Rós en Múm toont slechts het topje van de ijsberg die het eiland aan muzikaal talent herbergt. En naast een klein aantal buitenlandse acts is het de muziek van eigen bodem wat de klok slaat op Airwaves. Waarom al deze artiesten buiten hun thuisland onbekend blijven of niet eens uitgebracht worden kun je je afvragen, maar het bezoekende publiek mag in zijn handen knijpen voor zo'n bonte verzameling bands van wereldklasse.

Na het plichtmatige openingsfeest op woensdagavond mag de dag erop de pret beginnen. Slowblow, het tot voor kort obscure bandje van Dagur Kári, de regisseur van de filmhuishit Nói Albínói, speelt een verrassend concert in de binnenplaats van een kunstmuseum in Reykjavik. De curieuze liedjes van Slowblow, die op hun laatste CD nog zo lo-fi klonken, worden uitbundig en met veel liefde op het podium vertolkt. Met behulp van Kristín van Múm en een band met uitgebreid instrumentarium, waaronder zelfs een zingende zaag, brengt de bescheiden Dagur zijn intieme muziek groots aan de man, en doet hij nog het meest aan de latere Sparklehorse denken. Een innemend concert. In de sfeerloze dansclub Nasa ondertussen speelt Úlpa (foto), de bijzondere band die voorgaande jaren een verpletterende indruk achterliet, snoeihard hun nieuwere nummers, waarvoor elke beschrijving of vergelijking tekort schiet. Betoverende, intelligente gitaarmuziek: een band die het nog heel ver gaat schoppen. Ook Ensími maakt nog steeds puike, strakke en heftige, Placebo-achtige gitaarpop, en ook hun nieuwe materiaal mag er wezen. De Zweedse Sahara Hotnights, een vijftal piepjonge meisjes, spelen tenslotte hun op klassieke leest geschoeide punkrock alsof hun leven ervan af hangt, maar gaan gebukt onder gebrek aan afwisseling.

Glamrock met oogschaduw
Vrijdagavond: geen grote namen, maar genoeg om van te genieten. De zweverige electropop van begeleide eenmansgroep Bang Gang blijkt op het podium van het museum uitstekend tot zijn recht te komen, en de gelegenheidsband krijgt het publiek op handen door hun set met een wervelende cover van Locomotion af te sluiten. In de rockkroeg Gaukur á Stöng speelt Sign, een volstrekt anachronistische glamrockband onder leiding van een tiener met oogschaduw en een geblondeerde haardos. De band is ditmaal directer en vooral harder en heftiger en revancheert zich met een nieuwe bezetting na hun beroerde optreden het jaar ervoor. Een welkome afwisseling van het gitaargeweld biedt even verderop Sk/um, een duo dat met allerhande apparatuur, waaronder zelfs een telefoon, inventieve electronica maakt in de druk bezochte club Kapital. Terug in Gaukur is inmiddels de Britse formatie yourcodenameis:milo aangetreden, een soms maniakaal klinkende band die in hun muziek aan zowel emo als Deftones en Notwist doen denken. De groep speelt op een piepklein podium in een propvollge, zweterige zaal een wervelende set, waarin de opzwepende energie van hun muziek nog beter tot hun recht komt dan op hun debuutalbum.

Oververmoeidheid
Het Noorse Magnet begint terug in het museum als solo-act en klinkt wat aangezet maar wel overtuigend mooi. Wanneer de rest van het gezelschap ingezet wordt, zakt de sfeer wat in, maar de band blijft over het algemeen goed spelen. Een uitstekende band die zich in de ouwe lullenkroeg Grand Rokk juist niet van zijn beste kant laat zien is Dikta, een jong viertal dat gedreven gitaarmuziek speelt, maar wiens nieuwe materiaal geen indruk maakt. Net zo min als Lights On The Highway, een nieuw bandje dat hier en daar een schitterend nummer heeft maar verder als een vermoeiende versie van de oude Stone Temple Pilots klinkt. Om de hoek in de kelder van het Nationale Theater maakt ook Hudson Wayne al zo'n gezapige indruk, met neuzelende muziek die ver na middernacht de aandacht niet meer vast kan houden. De verwachtingen voor het Canadees-IJslandse vijftal Kimono zijn hoog gespannen, maar de oververmoeidheid slaat toe en door technische problemen en een ronduit rommelige set kan hun vaak onwaarschijnlijk knappe en complexe gitaarmuziek in de snikhete nachtclub de avond niet meer redden.

Beukrap
Terug naar Nasa, waar de volgende avond een bescheiden begin van de grote en laatste dag van het festival gemaakt wordt door Ampop (foto), een electro-duo dat plotseling akoestisch en met toegevoegde drummer een ietwat onwennige indruk maakt, maar wel breekbare en mooie nieuwe nummers ten gehore brengt. Ske, de oubollig ogende maar op CD zo vrolijk en aanstekelijk klinkende popgroep weet geen geslaagd concert af te leveren. En opnieuw zijn het verderop in Gaukur de IJslandse jongeren die imponeren: de schreeuwerige punkrockband Hölt Hóra (kreupele hoer) levert in al zijn eenvoudigheid een ijzersterk concert af. Aan de overkant van de straat speelt Maus een degelijke set, waarbij hun nieuwe materiaal helaas geen blijvende indruk achterlaat. Keane vervolgens trekt niet zoveel publiek als verwacht, maar dat zal aan inzet niet liggen, want de gelikte orgelpop wordt met veel enthousiasme aan de man gebracht. Na de opgefokte beukrap van Quarashi, de prachtig staccato blik-op-oneindig-rock van Singapore Sling en nietszeggende optredens van de Britse Stills en Smiths-adepten The Bravery zorgen als laatste de IJslandse paljassen van Trabant voor een stevige portie kolder en dansbaar vermaak. Geen uitschieters dit jaar, wel weer een ongeëvenaarde collectie prachtbands.