8weekly.nl

 

reportage: Het hoofdprogramma

AFFF 2002

door
21 april 2002

Het vorige week gehouden 18e Festival voor de Fantastische Film in Amsterdam was een groot succes. 8WEEKLY presenteert vanaf vandaag een uitputtende terugblik op het festival. Vandaag deel 1: het hoofdprogramma.

Vidocq

(FR, 2001, Pitof)

Vidocq is de duurste Franse film ooit, en een enorm succes in eigen land. Het is het regiedebuut van Pitof (Jean-Christophe Comar), die een behoorlijke achtergrond heeft als visual effects-verzorger, onder andere voor films als Joan of Arc, Alien: Resurrection en City of Lost Children. Het was daarom te verwachten dat de film op visueel gebied iets bijzonders zou worden, en het is jammer dat hij mede daardoor weinig indruk maakt.
Hoewel hij traag op gang komt, heeft de film een tamelijk onderhoudend plot, van de hand van de schrijver The Crimson Rivers (2000). Het is een thriller in het Parijs van 1830 over de speurneus Vidocq (een beroemd historisch figuur, vertolkt door Gérard Depardieu), die op een mysterieuze meisjesmoordenaar met bovennatuurlijke krachten jaagt. Wanneer Vidocq in de eerste scène al het leven laat, zet zijn jonge biograaf de zoektocht voort.

Vidocq is de eerste volledig digitaal geproduceerde film, met behulp van een speciale Sony-camera die ook gebruikt werd voor de komende Star Wars-film. Het beeld van deze camera kent geen textuur, zodat elk frame van de opnames gemodelleerd kan worden door te manipuleren lichtintensiteit en kleuren. Details van zowel op de voorgrond als op de achtergrond kunnen zo helder naar voren gebracht worden. De postproductie van de film naam een jaar in beslag, vier keer zo lang als de opnames zelf. Het mankement van Vidocq is dat al die technische hoogstandjes de film geen toegevoegde waarde geven. De beelden zijn in hun extreme realisme juist onwerkelijk, vaak foeilelijk en gaan ook nog eens gepaard met een verwarrend snelle montage. Pitof heeft bovendien een irritante voorkeur voor extreme close-ups van de gezichten van de acteurs. De digitale kunstgrepen - waarvan de impact op video en DVD trouwens sterk verminderd zal zijn - missen een functie in verhouding tot het verhaal, en zijn niet ook weer niet interessant of overweldigend genoeg om zelf als dusdanig de kijker te blijven boeien.
Vidocq krijgt later dit jaar enkele speciale vertoningen, maar is al verkrijgbaar op video/DVD (Dutch Filmworks).

Dagon

(SP 2001, Stuart Gordon)

Stuart Gordon, Brian Yuzna en scenarist Dennis Paoli waren al eerder verantwoordelijk voor een aantal verfilmingen van H.P. Lovecraft, één van de grootste fantasten uit de geschiedenis; vorig jaar haalden ze zijn korte verhaal Shadow over Innsmouth door de mangel.

Na een schipbreuk voor de Spaanse kust gaan een verwende Amerikaan en zijn Spaanse vriendin hulp halen in het kustdorpje Imbroca, maar al gauw blijkt dat de locale bevolking visachtige trekjes vertoont en in de ban is van de zeegod Dagon... Het resultaat is vermaak van de bovenste plank: een geweldige combinatie van een degelijk klassiek verhaal, extreem gore scènes, professionele acteurs en productie, en veel, heel veel humor en dat alles onder de ijzersterke regie van Stuart Gordon. Met bovendien een soort einde dat in Hollywoodhorror doorgaans ver te zoeken is. Dit is een van die weinige films die op een zaterdagavond zowel een luidruchtig popcorn vretend Pathé-publiek als een meer intelligent filmliefhebber kan bekoren.

Dagon is de derde film die Yuzna produceerde bij Fantastic Factory, een prestigieuze Spaanse filmstudio die met huisacteurs en geïmporteerd talent hoogwaardige producties aflevert. Gouden Méliès-winnaar Los sin Nombre (1999) kwam hier ook vandaan, net als de binnenkort te verschijnen Yuzna-productie Darkness, beiden van de hand van regisseur Jaume Balagueró.

Ghosts of Mars

(USA 2001, John Carpenter)

Assault on Precinct 13 op Mars. Een logge metal-soundtrack uitgevoerd door Anthrax. Ice Cube in de hoofdrol. Kan het nog idioter? Is dat echt zo slecht als het klinkt? Nee en ja. Is het vermakelijk? Tot op zekere hoogte wel. Er zitten namelijk meer dan genoeg heftige geweldscènes in de film, en zolang er flink geschoten en gevochten wordt en de ledematen in het rond vliegen, is het best om aan te zien. De rest van de film is echter zo onbeschrijflijk stom dat het moeilijk te geloven is dat een man als John Carpenter, die in een vroeger leven toch echt wel beter werk leverde, aan het scenario heeft meegeschreven. Denk aan dialogen in de trant van "Who you calling a scumbag, motherfucker?" of "Fuck him, whatever the fuck he is". Er valt, zeker in het begin, best om te lachen, maar niemand lijkt echt thuis te horen in deze film. Zelfs Ice Cube heeft niet veel lol in zijn rol als vuilbekkende en schietgrage misdadiger. De overige acteurs (Pam Grier, Natasha Henstridge, Clea Duvall, Jason Stratham) weten ook niet wat ze ermee aanmoeten en acteren meer niet dan wel. Ze kunnen moeilijk anders, want de meesten van hen worden zonder pardon koudgemaakt.

Het publiek kan het ook weinig schelen, want beter de good guys dood dan niemand dood. Een roodgekleurd New Mexico moet trouwens doorgaan voor Mars. Het is triest om te bedenken dat honderden mensen aan deze film hebben meegewerkt. Het is triest dat zulke films nog gemaakt worden, en het is nog triester dat ze ook in Nederland (door Columbia Tristar) worden uitgebracht.

Wolfgirl

(CN 2001, Thom Fitzgerald)

Wolfgirl blijkt een van de meer charmante films van het festival. Een weinig verrassend verhaal, maar duidelijk met veel liefde gemaakt. Het wolfsmeisje Tara (Victoria Sanchez) is naast de corpulente Athena (Darlene Cates uit What's Eating Gilbert Grape) en de hermafrodiet Christophe (Grace Jones!) één van de attracties van een rondtrekkende sideshow onder leiding van Harley Dune (Tim Curry). Wanneer de behaarde Tara tijdens een aantal voorstellingen in een dorpje getergd wordt door de locale jeugd, sluit ze vriendschap met een wereldvreemde jongen, die haar met behulp van een experimenteel middel wil genezen van haar overbeharing. De bijwerking van het spul blijkt echter dat ze steeds meer naar haar eigenlijke oorsprong terugkeert...

De boodschap is allicht dat je beter jezelf kunt zijn dat proberen te veranderen in iets wat je niet bent, maar dat een meisje met hypertrichosis door een chemisch goedje in een wolf verandert, gaat enig gezond verstand toch te boven. Bovendien is het ondanks de uitstekende make-up al te duidelijk dat onder dat behaarde meisje gewoon een beeldschoon meisje zit. De etterbakken uit het dorp worden bovendien nooit meer dan karikaturen. Dat zijn de enige minpunten van dit verhaal, dat heel mooi in beeld is gebracht.

Dat dit oorspronkelijk een tv-productie was, lijkt ongelofelijk als je de eersteklas production design (de film is opgenomen in Boekarest) ziet. En wat de film alleen al de moeite waard maakt, zijn de sideshow-voorstellingen. Deze zijn zo geweldig gespeeld en gefilmd, dat je zo zou geloven dat het hele gezelschap een professionele freakshow is. Ze zijn bovendien voorzien van passende en hilarische liedjes (mede geschreven door regisseur Fitzgerald) - denk aan een geile dwerg die het nummer "I'm the right height for delight" ten gehore brengt.

Frailty

(USA 2001, Bill Paxton)

Bill Paxton is zo iemand die iedereen wel eens in een goede film heeft gezien (Tresspass, Aliens, U-571), maar die nog nooit echt een goede hoofdrol heeft gehad. Een degelijke acteur die nooit uitblinkt. Zijn regiedebuut (na een obscure videoclip uit 1982) is ook enigszins onopmerkelijk. Redelijk ambitieus, maar niet geheel overtuigend. Niet slecht, maar ook niet bijzonder goed.

Frailty is een zeer akelige film over een goedgelovige Texaanse vader (Paxton zelf) die zich door God geroepen ziet met zijn twee zoontjes demonen te vernietigen - zondige mensen met een bijl af te slachten. Dit verhaal wordt in flashbacks verteld door een van de zoons (Matthew McConaughey) aan de locale sheriff (Powers Boothe). Het is een luguber verhaal, maar niet bijster interessant. Het blijkt tegen het einde dan ook een setup voor een verhaal op de voorgrond. Een behoorlijk voorspelbare plotwending doet zich uiteindelijk voor, die het verhaal in een ander daglicht zet. Paxton neemt ruim de tijd om zijn verhaal te doen, en heel veel bloed vloeit er dan ook niet. De sfeer en de indruk van de gebeurtenissen zijn belangrijker, en Paxton weet dat redelijk goed uit te drukken. Een ongemakkelijke film, zonder gemakzucht gemaakt, en een goed alternatief voor de rommel met dergelijke inhoudsstof die Hollywood doorgaans aanbiedt.

Alone

(UK 2001, Phil Claydon)

Debuterend 26-jarig regisseur Claydon is een charismatische jongen. Enthousiast vertelt hij op het festival hoe hij met behulp van producent David Ball (de Engelse Roger Corman) het project realiseerde. Het is vreemd dat zo'n vlotte kerel - die nota bene in de openingsscène Edgar Allen Poe aanhaalt - zo'n afstotelijke film heeft kunnen maken. Het verhaal van ene Alex, een vroeger mishandeld persoon met obsessive compulsive disorder die aan het moorden slaat en de Scotland Yard-inspecteurs die de zaak onderzoeken, is het soort ongeïnspireerd plot dat je dagelijks in de mindere Engelse krimi's op tv ziet.

Claydon draait echter de rollen om; de dader is het uitgangspunt van de film. Hij heeft dat echter op zo'n pijnlijke manier gedaan, dat de kijker eerder op wil stappen dan gefascineerd raakt. Je wordt werkelijk doodgegooid met de eindeloze jumpcuts, geluidseffecten en extreme close-ups (Requiem for a Dream in het kwadraat). Die mogen dan misschien de obsessie van de killer benadrukken, het publiek dat in de positie van Alex gedwongen wordt, voelt meer irritatie over de film dan begrip of wat dan ook voor Alex. Bovendien heeft Claydon absurd genoeg niet alleen de Alex-scènes zo vormgegeven, maar vrijwel de hele film is een hysterische stijloefening, bovendien voorzien van een werkelijk oorverdovende, eindeloze soundtrack met electronische beats (Claydon schreef eraan mee), vervomde stemmen en schrikeffecten.
Deze verschrikkelijke film komt helaas binnenkort ook bij Dutch Filmworks op video en DVD uit.

Legion of the Dead

(DE/UK 2000, Olaf Ittenbach)

Ittenbach schreef ook het scenario van deze onuitstaanbare film en het ziet ernaar uit dat hij het de klus in een paar uur en in een bijzonder melige bui heeft geklaard. Deze film is één grote verzameling ontzettend flauwe grappen, en vergt een hoop uithoudingsvermogen van het publiek. Een nog slechter en onlogischer verhaal dan From Dusk Till Dawn leek niet mogelijk, maar Ittenbach heeft het voor elkaar gekregen. Maar waar Robert Rodriguez nog ergens een vaag gevoel voor stijl vertoonde, laat deze Duitser het volledig afweten. De hele film is zo ongelofelijk slecht geregisseerd dat het een raadsel is hoe hij ooit gemaakt heeft kunnen worden. Legion of the Dead is zo oerstom en wil toch zo graag grappig zijn, dat het ronduit pijnlijk wordt en behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Wie nog steeds op een From Dusk Till Dawn-kloon zit te wachten, doet er beter aan deel 2 of 3 uit de videotheek te halen, want daar valt nog altijd meer te beleven dan bij dit vermoeiende fiasco.
Bij Dutch Filmworks ligt men kennelijk te slapen, want daar wordt de film binnenkort op video en DVD uitgebracht.

Kat

(DK 2001, Martin Schmidt)

Wie weet dat deze film gebaseerd is op het boek Kat - het kwaad ligt in de regen op de loer, en wie de ondertitel op de poster ziet ("Een kat heeft negen levens- jij hebt er maar één"), weet waar hij aan toe is. Dit is een pulpfilm over een kat die na het bijwonen van een duivelse seance van de bovenburen verandert in een moorddadig monster. Kan het nog gekker? Wie daar nog een antwoord op wil, moet het einde van deze film zien. Ook zijn er de nodige braakscènes en een obligate bijrol van Søren Pilmark (The Kingdom - als er ooit een Deense Terminator kwam, zou hij er met zijn grafkop niet in misstaan). Kat is een professioneel gemaakte, smerige en vermakelijke genrefilm, maar neemt zichzelf veel te serieus voor een film met zo'n bespottelijk uitgangspunt.

Das Experiment

(DE 2001, Oliver Hirschbiegel)

Hirschbiegel heeft als regisseur enkele afleveringen van Tatort en Commisaris Rex op zijn naam staan. Zijn speelfilm blijkt nog minder diepgang te hebben dan die Duitse krimi's. Het verhaal is losjes gebaseerd op het beruchte Stanford Prison Experiment van 1971. In de Duitse variant worden twintig mensen in een gesimuleerde gevangenis geplaatst; de ene helft als gevangenen, de andere als bewakers. Het laat zich raden dat er zich al gauw allerlei problemen voordoen.

Linkin Park in de eerste scène belooft al weinig goeds, ook de rest van de soundtrack is een vreselijke combinatie van strijkers bij drama en dreunende herrie bij actie, en bovendien een overdaad aan irritante crescendo's. Met die lawaaiige achtergrond heeft Hirschbiegel met een uitgangspunt dat zo veel interessante mogelijkheden biedt een behoorlijk stomme actiefilm gemaakt. De Méliès-jury beweert dat de film "op overtuigende en indringende wijze toont dat in elke mens een beul en sadist kan schuilgaan", terwijl enige psychologische uitleg juist volledig ontbreekt!

Das Experiment hecht verder zo veel waarde aan onlogica, dat het verloop van de film volledig is gebaseerd op onzinnige gebeurtenissen. Waarom zou iemand zonder ook maar een contract te tekenen zijn burgerrechten opgeven? Omdat ze anders niet geschonden konden worden. Waarom zijn de wetenschappers zo stupide? Omdat het experiment anders niet uit de hand liep. Waarom wordt een vliegveldmedewerker een extreme sadist? Anders zat er geen geweld in de film. Waarom wordt een goedaardige Elvis-imitator een verkrachter? Anders zat er geen verkrachting in de film. Waarom ligt er de blackbox (een minuscule cel) een schroevendraaier om de deur hem van binnen open te schroeven? Anders kon de held de dame in nood niet redden. Als de cellen zo gemakkelijk open te breken zijn, waarom ontsnappen de gevangenen dan niet eerder? Dan duurde de film maar een half uur. Waarom duikt Tarek aan het begin in bed met een vrouw die hem aanrijdt? Anders was er geen volstrekt ongeloofwaardig subplot, en bovendien waren er dan niet om de haverklap pornografische flashbacks. Enzovoort. Dat Das Experiment bij het publiek zo populair was, zal wel liggen aan het feit dat het laatste kwartier een grote actiescène is met veel geweld en geweldshumor. Hirschbiegel brengt dat best spannend in beeld, maar dat hij een potentieel zo fascinerend gegeven weet te reduceren tot zo'n domme film, is een grote teleurstelling. Het kan niet anders of er komt binnen de kortste keren een Amerikaanse remake, die ongetwijfeld nog slechter gaat worden.
Distributeur Independent Films gaat de film naar verluidt in bioscooproulatie brengen.

Soft for Digging

(USA 1998-2002, J.T. Petty)

De zwijgende film Soft for Digging, het afstudeerproject van filmacademiestudent Petty, werd rond dezelfde tijd en op de dezelfde locatie als The Blair Witch Project opgenomen, met een crew van 22 mensen en een budget van 6000 dollar. De film houdt het midden tussen een tragikomedie en een bovennatuurlijke thriller, maar overtuigt nergens. Een bejaarde man (locale toneelacteur Edmund Mercier) die in een blokhut woont is getuige van de moord op een meisje dat eruit ziet als Linda Blair. Hij weet de politie niet te overtuigen en gaat zelf op onderzoek uit. Een bescheiden regiedebuut, bevat enkele een hoop mooi subtiele scènes, en Petty lijkt met de bizarre montage (de film zat drie jaar in postproductie!) de kijker te willen verontrusten, maar slaagt er zelfs niet in de film echt spannend maken.

The Rain

(USA 2001, David Beatty)

Twee ecologen rijden in een auto door de woestijn, en worden slachtoffer van een buitengewone regenbui... The Rain is alles wat je van een low-budget fantastische film van 15 minuten mag verwachten: verrassend, spannend en erg grappig.

The Unknown / Det Okända

(SE 2000, Michael Hjorth)

Het is een beetje flauw om een Zweedse horrorthriller met de stupide titel The Unknown een Blair Witch-ripoff te noemen. Waarom zou niemand anders een low-budgetfilm over mensen in een eng bos met een handheld videocamera mogen opnemen? Een vergelijking met The Thing is veel voor de hand liggender (zoals de regisseur zelf ook toegeeft), en het verhaal van vijf biologen die na een bosbrand een bodemonderzoek gaan uitvoeren en in aanraking komen met een mysterieus wezen verloopt verder in grote lijnen zoals in die klassieke horrorfilm.

Debuterend regisseur Hjorth, die vroeger als klusjesman in Hollywood werkte, schreef de film met Tomas Tivemark in één week en werkt inmiddels aan een thriller, een komedie en een horrorfilm. Hij zegt zijn films niet al te serieus te nemen; naar maatstaven van een pretentieloos genrevermaak is The Unknown dan ook wel geslaagd. De acteurs zijn overtuigend en de film is best spannend als je je niet laat storen door de voorspelbaarheid ervan. The Unknown kent echter nogal wat zwakke punten: onsympathieke en niet al te slimme hoofdpersonen (de grootste oen draagt een Einstein-t-shirt), een al te grote opeenhoping van toevalligheden (een plotseling geblokkeerde weg, een auto die niet wil starten) en onlogische gebeurtenissen (iemand die opgesloten is in een caravan en niet zo slim is om door het raampje naar buiten te klimmen, het plotselinge vallen van de nacht), en ga zo maar door. Wie hier overheen kan kijken, wacht een prima anderhalf uur vermaak. De film wordt trouwens vertoond op een blow-up van 16mm.

Winnaar Silver Scream Award

De silver scream award is dit jaar een electronisch blaffende hondenschedel met aangehechte metalen klauwen, ontworpen door Paul van Fessem. Deze prijs wordt uitgereikt aan de door het publiek hoogst gewaardeerde film. Dit jaar werd het de op het afgelopen IFFR ook al gewaardeerde Amerikaanse film Donnie Darko, een duister fantasy-drama met verrassende bijrollen van Patrick Swayze en Drew Barrymore, die mede verantwoordelijk was voor de totstandkoming van de film.

Klik hier voor een overzicht van het AFFF-verslag.










 FILM
Regie: AFFF 2002: Hoofdprogramma
Jaar: 2006

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:

 ADVERTENTIE