De bewierookte IJslandse band Sigur Rós heeft dankzij wereldwijd succes een status verworven die het viertal in staat stelt geheel op eigen termen te werken: de heren nemen zelf hun muziek op wanneer ze daar zin in hebben (ze bezitten een eigen professionele studio en weten die ook goed te gebruiken), en geven pas een nieuw album uit als ze er aan toe zijn.
De band toert bijzonder veel en de IJslanders zien ook nog eens kans om in de tussentijd aan allerlei kleinere projecten te werken (zoals een dansperformance van Merce Cunningham, Odin's Raven Magic - een bizarre soundtrack bij een IJslandse saga). Dat drukke schema, die vrijheid en die drang naar onafhankelijkheid zorgt ervoor dat er nu een interval van drie jaar tussen uitgaves bestaat, maar als er dan eindelijk nieuw materiaal verschijnt, kun je er wel van uitgaan dat het iets bijzonders is.
Symbiose
Takk... (IJslands voor 'bedankt') geeft nauwelijks blijk van nieuwe facetten of grote veranderingen - hooguit het feit dat sommige nummers nu dichtgemetseld zijn door talloze overdubs met soms onherkenbare geluiden en overlappende zanglijnen - maar het verschilt genoeg van het voorgaande materiaal om uniek in het oeuvre te klinken. De muziek op Takk... is niet zo zweverig als het debuut Von, niet zo ambitieus en gevarieerd als de doorbraak Ágćtis Byrjun en niet zo minimalistisch en bij lange na niet zo zwaarmoedig als de titelloze voorganger van dit album. Alle aspecten die die albums gestalte geven vind je terug op Takk..., maar dan in een meer gecondenseerde vorm: het album is een soort symbiose waarin alle kwaliteiten zijn gekristalliseerd; een logische stap in een evolutie. De meeste aparte kenmerken zijn weer terug, nu in perfecte vorm: de elektrische gitaar met strijkstok, de wonderlijke falsetzang en de nonsensvocalen - ook al zijn er in tegenstelling tot het vorige album wel weer een paar nummers met echte (IJslandse) teksten. Zanger Jónsi Birgisson is nog altijd de grootste kracht van de band: zijn unieke stem klinkt op een ingetogen nummer als Heysátan warm en innemend, op een loodzwaar nummer als Sćglópur eerst meeslepend en uiteindelijk, begeleid door strijkers, gaat hij door merg en been.
Simpele melodieën
Veel nummers worden gevolgd of voorafgegaan door een soort echo van zichzelf: Glósóli wordt ingeleid door Takk... en weerklinkt in Hoppipolla, waarop Međ Blóđnasir weer voorborduurt. Andvari is de logische kalmte die volgt na de storm van Göng. Als je in slaap gesukkeld wordt door de strijkers aan het einde van dat nummer, sleept Svo Hljótt je mee in een droomsfeer. Het album heeft daarmee een bijzonder geraffineerde structuur, maar wel beschouwd staan er zodoende maar acht nummers op. Die zijn allemaal schitterend, maar niet altijd even geslaagd. Glósóli is een overdonderende compositie gebaseerd op een eenvoudige basriff, maar is niet meer dan één groot crescendo. Een virtuoos en minutieus gearrangeerd crescendo, dat wel. Toch blijft het één van de zwakkere nummers. Ook Mílanó, mede gecomponeerd door het strijkkwartet dat de band nu steevast begeleidt, is meer een uitgewerkt idee dan een volwaardige song. Hetzelfde geldt voor Sé Lest, dat een vaag sfeernummer blijft dat op een eenvoudige melodie bouwt met percussie, toetsen, jammerende vocalen en, op het einde, een blazersarrangement.
Climax
Die aanpak van het uitwerken van een simpel idee keert steeds weer terug, maar is in andere nummers (de snellere en meer heftige) veel imposanter. In Sćglópur bijvoorbeeld, waarin de melodieën opgestapeld worden naarmate het nummer in intensiteit toeneemt. Göng (dat de concertganger onmiddellijk zal herkennen uit sets van de afgelopen jaren) is net als Glósóli afhankelijk van een grote climax, maar werkt dankzij een meer organische en geraffineerde opbouw bijna hypnotiserend. Het is ook het nummer dat het meest aansluit op het vorige album. Afsluiter Héysátan is dan weer een bedrieglijk eenvoudig liedje en lijkt op het eerste gehoor een niemendalletje. Is het een teken van het vermogen van de band dat juist dit nummer in al zijn eenvoud het meest in je hoofd blijft rondspoken?