Onbeantwoordbare vragen. Gesprekken met Albert SpeerJoachim Fest
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN 9023418301
8weekly.nl |
recensie: Joachim Fest - Onbeantwoordbare vragen. Gesprekken met Albert SpeerEen raadsel voor zichzelfdoor Jurjen Simmelink In Der Untergang, de speelfilm over de laatste dagen van Hitler en zijn ‘hofhouding’ in de bunker onder zijn Reichskanzlerei, komt een paar keer een zeer gesoigneerde man voorbij. Netjes in pak gestoken en rustig formulerend vormt hij een contrast met de grof gebekte ruziezoekers die Hitler om zich heen had verzameld. Het is Albert Speer, op dat moment Hitlers minister van Bewapening en Munitie. Elke keer als je hem ziet vraag je je af hoe deze man tussen dit gajes is beland. Het is onder meer deze vraag die voortdurend, in verschillende vormen, voorbijkomt in Joachim Fests Onbeanwoordbare vragen. Onbeantwoordbaar voor Fest, maar zeker ook voor Speer zelf. In hun gesprekken (tussen 1966 en 1981) die in het boek zijn verzameld valt Speer regelmatig in vertwijfeling stil. Enige waakzaamheid is wel geboden bij het lezen van Onbeantwoordbare vragen: de gentleman die door Der Untergang wandelt is eveneens het product van Fests pen (zijn gelijknamige boek heeft gediend als script voor de film) en Fest is de belangrijkste biograaf van Speer. Hitlers architectonische verheffer
In 1942 wordt Speer minister van Bewapening en Munitie, mede door zijn organisatorische talent en zijn vriendschap met de Führer (hoewel die hem ook regelmatig een ‘wereldvreemde kunstenaar’ had genoemd). Als minister weet hij de Duitse oorlogsindustrie weer uit slop te trekken en is hij verantwoordelijk voor miljoenen dwangarbeiders, waarvan tienduizenden zullen sterven. Vanaf dat moment kan Speer zich niet meer verstoppen achter de autonome positie van de kunstenaar, maar is hij medeverantwoordelijk geworden voor de misdaden van het Derde Rijk. Vriend en ontmaskeraar Er zijn van die passages waar ik alle delen van Lou de Jongs Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog voor in zou ruilen. Zoals de beschrijving van het moment, maart 1944, waarop Speer Hitler voor het eerst lijkt te zien in zijn aardse lelijkheid en hem van zijn aura ontdoet: Plotseling waren de schellen hem van de ogen gevallen, terwijl Hitler maar doorpraatte, en hij had zich er voor het eerst op betrapt dat hij maar met ‘een half oor naar hem luisterde’.(…) Nooit eerder was hem het ordinaire voorhoofd van Hitler opgevallen, zijn brede neus, het ‘kleine-luiden-achtige’ van zijn gelaatstrekken (…) de gelige kleur van zijn huid en zijn pafferige gezicht. En terwijl hij almaar op hem in bleef praten, waren ze als het ware steeds verder van elkaar af komen te staan. Hij had Hitler zijn gereserveerdheid laten merken (…), hij wilde niet dat hem dat bespaard bleef. In de tussentijd was hij overvallen door ‘zinloosheidsgedachten’ en had zich afgevraagd waarom hij hier eigenlijk zat. Alles was toch al verloren, de oorlog net zo goed als de grote bouwwerken die hij aan zijn tekentafels had ontworpen. We schrijven dus 1944 en eindelijk vallen Speer ‘de schellen van de ogen’. Laten we eerlijk zijn. Wat Speer voor handen had was de natte droom van iedere jonge architect (of überhaupt iedere jonge hemelbestormer): een wereldrijk aan je voeten en een vrijbrief om te bouwen wat je wilt. Zijn vorm van medewerking was anders dan die van logistieke ambtenaren als Eichmann. Opportunisme en verantwoordelijkheid
Speer heeft altijd ontkend iets van de Endlösung geweten te hebben. Wel gaf hij grif en met graagte toe dat hij in zijn bewondering voor Hitler de realiteitszin verloren had. Er is ook veel wat voor de ‘beschaving’ van Speer pleit. Toen Hitler in 1944 opdracht gaf tot de ‘tactiek van de verschroeide aarde’ probeerde Speer hem eerst op andere gedachten te brengen. Toen dit niet lukte heeft hij alles in het werk gesteld om deze plannen te dwarsbomen. Daarnaast nam Speer als enige nazi-kopstuk bij de processen van Neurenberg de totale schuld op zich. Maar het blijft toch die centrale vraag: wat heeft Speer geweten? Fest vroeg het hem nog éénmaal vlak voor zijn dood in 1981, waarop Speer antwoordde: “Beste meneer Fest u moet me niet telkens weer zulke onbeantwoordbare vragen stellen.” Fest zegt het nog mooier in zijn inleiding: “Uiteindelijk werd hij voor hij zichzelf het grootste raadsel”. |
NON-FICTIE
Onbeantwoordbare vragen. Gesprekken met Albert SpeerJoachim Fest Uitgever: De Bezige Bij Prijs: € 18,50 (paperback) 256 bladzijdenISBN 9023418301
ZOEKEN
ADVERTENTIE
NON-FICTIE
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|