Download het verhaal als Word-document
Wanneer zien we elkaar weer?
Wanneer kan je?
Nu?
Het is drie uur 's nachts
En?
Ik wil zo slapen
Bij mammie thuis?
Het duurt even voor Freek hier een antwoord op heeft. Stil zit hij naar het scherm te kijken, terwijl hij een irritant soort hoofdpijn op voelt komen. Marieke zit hem wel vaker te pesten, of eigenlijk eerder te treiteren, met het feit dat hij moeder moeilijk iets kan weigeren. Hij kan hier meestal niet echt goed tegen en sluit nu dan ook zijn computer af.
….?
User has logged of from server: Fatal error
De nacht is nog verrassend warm als hij later het pand, waar zijn bedrijf gevestigd, is verlaat. Zelfs de regen stoort hem niet als deze op hem neerstort. Zijn haren hangen nat voor zijn ogen en naïef gelukkig denkt hij aan Marieke die op dit moment waarschijnlijk ook wel haar computer zal hebben uitgezet om te gaan slapen.
Eenmaal thuisgekomen kust hij moeder goedenacht en maakt aanstalten om naar boven gaan. Uitgerekend op dit moment echter moet zij horen hoe het vandaag met zijn bedrijf is gegaan. Had hij nog wat gehoord van de laatst weggestuurde wervingscampagne? Had hij nog wel opdrachtgevers genoeg? Rustig hoort Freek haar aan, maar al snel kapt hij haar monoloog af door te zeggen, dat hij omkomt in het werk. Dat al deze opdrachten echter niet voldoende geld in het laatje brengen houdt hij wijselijk voor zichzelf. Rustig fluit hij een liedje als hij de trap naar zijn kamer oploopt, want vandaag kan zelfs moeder zijn humeur niet bederven.
User has logged on to server leuven.dalnet.com
Hoi!
Hoe gaat ie?
Wat was er nu gisteravond?
Je was niet lief :-(
?
Freek ziet dat hij net een email toegestuurd heeft gekregen en kijkt deze snel even door. Hij zucht. In veel te lange bewoordingen probeert een potentiële klant hem duidelijk te maken, dat ondanks de geslaagde proefperiode, en ondanks het feit dat hij inmiddels al maanden lang bezig is om hem als klant binnen te halen, ondanks het feit dat deze klant hem een paar weekenden heeft gekost, dat er ondanks dit alles toch geen ruimte binnen hun budget blijkt te zijn voor een opdracht. Freek kopieert een standaardantwoord en stuurt deze terug. Hier verspilt hij geen tijd meer aan.
Waar ben je?
?
Wil je niet meer met me praten?
Laat even wat weten!
Hij ziet deze regels pas staan als hij later in het chatprogramma terugkeert en typt nu dan ook direct een antwoord.
Sorry … ik had even belangrijke mail
Ah! Van wie?
Weer een klant die er mee stopt
Over een paar weken kan ik de boel hier wel sluiten
Kom op! Zo erg kan het niet zijn
Helaas wel
Zien we elkaar nog?
Morgen?
Ah? :-(
Sorry, maar ik moet voorkomen dat alles hier in de soep loopt ;-)
Is goed, ik zie je morgen wel online toch?
Tuurlijk … dikke kus
Kus
Freek gaat door met werken, en ziet na enige tijd dat Marieke nog een paar regels tekst heeft ingetypt, om hem even te laten weten hoe graag ze hem wil zien. Freek moet lachen bij het zien van alle extreme tekens die zij gebruikt heeft om hem dit te laten weten. Grinnikend zet hij zichzelf weer aan het werk, en hij werkt door tot acht uur in de avond, zonder één seconde pauze.
De Korenbloem is een straat zoals er zo velen zijn in Nederland. Gebouwd in de tijd dat het tempo waarin gebouwd werd het niet toeliet om de straten van een deugdelijke naam te voorzien. De meeste lijken wel gewoon alfabetisch overgenomen te zijn uit een encyclopedie. De hele flora en fauna die er op dat moment bekend waren, werden verwerkt tot deze monsterlijke woonwijk van straten die nergens lijken te beginnen doch meestal wel weer op de meest onhandige plekken blijken te eindigen.
Achter het raam van Korenbloem nummer 45 zit de moeder van Freek op de thuiskomst van haar zoon te wachten. Om zich een houding te geven steekt ze een sigaret op en stelt hem vragen over zijn werk. Kuchend zuigt ze aan het genotsmiddel om zo snel mogelijk in de waas van nicotine te komen. Moeder luistert te lang naar zijn belevenissen op de zaak en zet dan verveelt de televisie aan om haar dagelijkse soap te volgen: het enige moment op de dag dat de grijze werkelijkheid van Korenbloem 45 niet tot haar door dringt. Freek kijkt uit het raam kijken en denkt na.
Het is al laat, en Freek zit achter zijn computer met een lege pizzadoos naast zich op het bureau. Zuchtend probeert hij de tijd te doden met het invullen van belastingpapieren. Tabellen met verwijzingen, die weer verwijzen naar andere velden, die vervolgens opgeteld dienen te worden bij het eerste veld gedeeld door veld A15-B. Terwijl hij op zoek is naar dit bedrag merkt hij dat Marieke inmiddels thuis haar computer heeft aangezet en hem wil spreken.
Hoi! Nog steeds aan het werk?
Min of meer, ik heb nog geen zin om al naar huis te gaan
En ik zat ook een beetje op jou te wachten…
;-) Leuk
…
Je kunt ook bellen hè
Nu je het zegt :-)
Kom je nog even langs? Overwerken zeg maar?
Het blijft even rustig op het beeldscherm. Freek kijkt uit over de inmiddels donkere stad. Eerlijk gezegd voelt hij er weinig voor om al naar huis te gaan. Hij ziet de blauwe enveloppe voor zich op zijn bureau en beseft dat hij ook bijster weinig zin heeft om met deze belastingen aan de slag te gaan. Langzaam wint zij verlangen naar Marieke het van zijn verantwoordelijkheidsgevoel voor de gezondheid van zijn moeder.
Ik bel moeder even en kom er dan aan
Marieke is warm als zij zich tegen zijn lichaam drukt. Haar gezicht in zijn nek en het vertrouwde stemgeluid doen hem zo zeer thuis voelen in haar huis, als woonde hij hier al jaren. De kleine flat in een wat vervallen wijk ademt een opvallend gezellige sfeer uit. De zachte vloerbedekking en de grote hoeveelheid kaarslicht maken dat zijn gevoelens van verliefdheid stevig oplaaien, telkens als hij deze woning betreedt.
Om een uur of drie 's nachts moet hij echter zijn fiets alweer van slot halen, want moeder heeft al een keer of tien geprobeerd om hem op zijn mobiele telefoon te bereiken, om te vragen of hij nog lang moet overwerken. Hij besluit om toch maar naar huis te gaan.
Elke keer dat dit gebeurd begint het hem zwaarder te vallen. Freek beseft wel degelijk dat moeder hem nodig heeft, maar het beeld om zijn leven lang aan haar vast te zitten, zoals rook aan vuur bevalt hem allerminst.
De regen slaat hard en koud tegen zijn gezicht als hij door de straten fietst. Peinzend staart Freek voor zich uit door de regen. Elke keer staat hij weer verbaasd over de halsstarrigheid waarmee moeder hem de mogelijkheid om gelukkig en onafhankelijk te worden probeert te ontnemen. Het komt hem voor alsof ze in alles haar best doet om te zorgen dat hij later net als zij verteerd van wrok en ontevreden over zijn eigen leven in een stoel zal hangen. De hele dag zuigend aan een sigaret, en al kuchend van de gevolgen hiervan uit het raam kijkend. Starend naar de televisie en kankerend op de wereld. Zeikend over alles waar je zelf niet voor gevochten hebt, domme woede over alles wat je niet kent.
De mondhoeken in haar, veel te vroeg oud worden, gezicht hangen ontevreden omlaag. Bits hapt haar onderkaak naar boven als ze praat. Zelden gebruikt ze ironie of humor, maar telkens moet ze vervallen in sarcasme of erger nog, in de duidelijk ontevreden zwijgen. Nooit laat ze zien hoe ze zich voelt. Zelden voelt ze zich eenzaam. Altijd ís ze eenzaam.
Een auto schiet vlak voor hem langs terwijl hij zelf net door het rode verkeerslicht is gereden. Onbewust vermengt de regen die zijn gezicht nat geslagen heeft zich met de tranen die nu uit zijn ogen rollen. Kwaad knijpt hij hard in de plastic handvaten van zijn stuur, terwijl hij zijn kaken op elkaar knijpt. Ontevreden, omdat hij het gevoel heeft dat hij een doodlopende steeg in rent en straks geen kant meer op zal kunnen.
Kleine maar venijnige spetters olie springen uit de gloeiend hete pan die voor hem staat. Moeder lijkt haast wel te willen zeggen dat ze altijd goed voor hem heeft gezorgd en dit altijd zal blijven doen, maar spreekt die woorden niet uit. Freek hevelt het vette eitje over van de pan naar zijn bord en eet het vreugdeloos op. Moeder kijkt van de andere kant van de met een plastic tafelkleed opgesierde ontbijttafel indringend naar hem als lijkt ze direct uit zijn hoofd te willen lezen.
Het valt hem zwaar om aan het verleden te denken. Ooit moet moeder een godin geweest zijn, als hij de foto's moet geloven. Het doet pijn, elke keer als hij beseft dat hij voor moeder de enige echte belangrijke persoon op deze aarde is - en dat ze ten opzichte van hém zelfs al niet echt in staat is om liefde te tonen. Familie heeft er nooit bestaan en vrienden al helemaal niet. Vader is al lang dood. Werk is er nooit geweest. Er is nu slechts televisie, sigaretten en de uitsnede van de wereld als bezien vanachter het dubbelglas van Korenbloem 45.
Telkens proberen ze het weer, en Freek moet grinniken bij het zien van al die hoofden die naar boven kijken. Hij moet lachen als hij ziet hoe mensen vanaf de straat naar zijn kantoor kijken. Elke keer proberen ze het weer, ook al zijn ze al verscheidene keren aan het gebouw voorbij gelopen. Al weten ze al lang dat de hele wand uit spiegels bestaat en er dus maar van één kant doorheen kan worden gekeken: namelijk van binnen, toch lijkt het een soort onbewuste reflex te zijn om nog even te kijken of er vandaag misschien wél wat te zien zal zijn.
Gaat het wel een beetje met je?
Jawel
Ik geloof er geen donder van. Kom je zo nog even langs?
Misschien
Goed. Bel je dan even?
Hij gaat die avond niet meer langs. Moeder heeft hem niet lang na deze chat gebeld om te zeggen dat ze zich niet goed voelt en hij brengt haar later die middag naar de dokter. Moeder heeft longontsteking en Freek voelt een steek van schuldgevoel door zijn hart trekken. Geen moment had hij eraan gedacht dat de gezondheid van moeder zo zwak zou kunnen worden.
De regen spoelt de straten schoon en het water sleept het vuil door de goten, riolen en rivieren naar de zee, om daar op de bodem te bezinken. De koude regen slaat in zijn gezicht en opeens ziet Freek weer de harde realiteit voor ogen. Hij ziet de rekeningen voor zich, en voelt het hijgen van de adem van het kleine aantal opdrachtgevers in zijn nek. Hij ziet Marieke, en voelt haar warme lichaam tegen het zijne. Ziet haar ogen en geniet van haar aanwezigheid en voelt de kille ademstoten van moeder in zijn nek. De kille ontstoken ademstoten die hem enerzijds tot razernij kunnen dwingen, omdat ze hem de mogelijkheden om te leven ontnemen en anderzijds een schuldgevoel bezorgen omdat moeder hem meer dan eens wel degelijk nodig blijkt te hebben. Zij heeft hem steeds meer nodig en hij haar steeds minder, als een geliefde die er enkel voor heeft gediend om het zelfvertrouwen na een mislukte relatie terug te krijgen, maar nu toch echt heel irritant blijkt te zijn.
Onbeheerst geeft hij een trap tegen de lantarenpaal. Het ding blijft frustrerend stevig overeind staan en ook een tweede trap brengt geen verandering in die situatie. Vloekend slaat hij het ding, maar het resulteert in niet meer dan een paar hopeloze butsen, die de toch al oude paal niets van zijn kracht doen ontnemen. Het ding geeft verdomme nog steeds licht. Na een paar minuten vol razernij loopt hij met een blok beton in zijn hart door, omdat hij inmiddels door heeft dat een groot aantal mensen is blijven staan om naar hem te kijken.
Gedurende de rest van zijn wandeling zakt de razernij stukje bij beetje weg, door de wind meegenomen naar verre oorden. Zo kan het dan ook dat hij tien minuten later toch geduldig zijn moeder te woord kan staan als ze voor de zoveelste keer over zijn werk begint te oreren.
De spiraalbodem van zijn bed kraakt klagend als hij zich op zijn andere zij draait. Om de zoveel minuten moet hij echter toch van kant wisselen omdat het bloed dan langzaam uit zijn arm is getrokken en deze irritant begint te prikken, alsof een paar honderd muggen regelmatig in zijn vlees happen om al het resterende bloed er uit te zuigen.
De letters van het boek dat nog steeds voor zijn neus ligt zijn inmiddels vaag geworden als zijn gedachten afdwalen naar een pijnlijke scène uit zijn leven. Hij was een jaar of 22 geweest, en nog maar net begonnen met zijn eigen bedrijf. De hele dag was hij druk in de weer geweest met zijn eerste klant, en 's avonds zat hij tevreden nog wat te surfen op het internet. Rustig dwaalde hij langs pagina's met foto's van allerlei voor hem onbekende vrouwen. Allerlei meer of ook minder geklede vrouwen werden op zijn scherm geprojecteerd en hij voelde een behaaglijk gevoel van geilheid opkomen.
Nadat hij de naaktfoto's wel zo'n beetje had gezien, ging zijn zoeken naar bevrediging verder in de chatbox. Het duurde niet lang voordat hij samen met een druk gesprek voerde waarbij inmiddels niemand anders meer mee mocht lezen. Ze stuurden elkaar wat foto's en daaruit bleek dat Estelle een erg opwindende blondine was. Een meisje met het figuur van een fotomodel en opvallend blauwe ogen. Warm en open keek ze hem van het computerscherm aan, terwijl het gesprek ondertussen doorging.
Naarmate de chat vorderde werd hun gesprek intenser. Alles paste en het kwam Freek voor alsof Estelle inmiddels een goede vriend voor hem was, met wie hij erg goed kon praten. Ze legde uit hoe ze de maagdelijke Freek uit zou kleden en langzaam zou masseren. Freek voelde een erectie opkomen en zakte weg in een roes van opgewondenheid waarbij hij zichzelf haast onbewust aftrok. De geheimzinnige Estelle had dan ook niet lang nodig om hem tot grote hoogten te laten stijgen en als een man die net de marathon had gelopen zakte Freek in zijn stoel terug.
Was dat lekker?
Super…
Zal ik je dan mijn echte foto maar laten zien?
Geschokt sloot Freek later het chatprogramma af toen hij de foto zag. In plaats van de lekkere blondine die hij eerst had gezien bleek de persoon die hem net een orgasme had bezorgd niet veel jonger dan moeder te zijn, en bovendien een man. Van onder zijn grijze borstelige wenkbrauwen staarde deze man hem aan. Zelfs als je een heel erg slechte zwart-wit fotokopie had gemaakt van de eerste foto van Estelle dan hadden ze nog niet op elkaar geleken. Verbaast bleef Freek onderuitgezakt in zijn stoel zitten, vernederd en eenzaam.
Freek slikt even en probeert dan zo snel mogelijk dit moment van totale vernedering te vergeten. Hij weet nog hoe hij, met de snelheid van het geluid, een tissue uit de bak die op zijn bureau stond pakte om de rommel op te ruimen. Daarna had hij niet geweten hoe vlug hij het kantoor moest verlaten. Nog steeds had hij het idee dat iedereen die hij tegen was gekomen had gezien hoe hij zojuist voor gek was gezet.
"En wat vind je hiervan?" Marieke kijkt hem warm aan. "Klein", merkt Freek nuchter op. De ondergoedwinkel is afgeladen op deze zaterdagmiddag. Het grootste deel van de mensen in de winkel is natuurlijk van het vrouwelijke geslacht en Freek voelt zich hier allesbehalve op zijn gemak. Buiten voor de deur staat een grote groep mannen een sigaretje te roken, wachtend tot hun vrouw is uitgewinkeld.
Freek schrikt als Marieke hem het omkleedhokje intrekt en gepassioneerd op zijn mond zoent. Haar mooie borsten zijn op dit moment niet bedekt door een BH en Freek schaamt zich een beetje. Natuurlijk worden hun acties gescheiden van de buitenwereld door een stoffen gordijn, maar toch voelt hij zich niet erg op zijn gemak.
Na enig gemorrel lopen ze toch met twee beha's de deur uit. Als ze door de grote groep mannen die nog steeds voor de winkel staat naar buiten lopen, merken ze dat het inmiddels hard is gaan regenen. "Laten we gaan rennen!", schreeuwt Marieke en met een noodgang vliegen ze door de winkelstraat. De mensen om hen heen kijken raar op als ze als raceauto's voorbijvliegen terwijl Marieke uitgelaten naar Freek schreeuwt.
Hij had haar eerst niet gezien. Ze was ook niet echt goed te herkennen, toen ze met haar van doorzichtig plastic gemaakte regenkapje aan hem voorbij liep. Gelukkig is Marieke al een paar honderd meter verder als Freeks oog op moeder valt. Ze kijken elkaar aan, eerst heel onverschillig maar na een fractie van een seconde verschijnt er bij beiden een blik van herkenning. Ze vragen niets. Allebei zijn ze natuurlijk erg verbaasd om elkaar hier tegen te komen, maar geen van beiden durft het te vragen, omdat ze het antwoord van de ander niet willen horen.
Snel wisselen ze wat beleefdheden uit en komen ze tot de conclusie dat ze best samen naar huis kunnen gaan. Een beetje bezorgd slaat Freek een arm om moeder en ondersteunt haar zo de gehele weg naar haar auto, telkens benadrukkend dat ze beter thuis kan blijven zitten nu ze zo ziek is. Onderweg komen ze Marieke nog tegen die verbaasd naar het tweetal staat te kijken. Freek ontwijkt haar blik en schuifelt snel met moeder aan haar voorbij.
De wind lijkt tegen hem te schelden als hij langs het kantoorgebouw raast. Met een ongelooflijke vaart vliegt de regen haast horizontaal over de spiegelwand. Freek ziet hoe vlak voor hem een druppel tegen het venster geperst wordt. De druppel blijft even hangen en wordt dan door een windvlaag uiteen geblazen om als een wolk van kleine druppeltjes zijn weg in de richting van de aarde te vervolgen.
Stil blijft hij achter zijn computer zitten. Hij weet zich vaak geen houding te geven met een vijandige situatie, beseft hij nu. Freek kan er absoluut niet tegen als mensen boos op hem zijn. Vroeger waren mensen wel eens kwaad op hem, en zodra dit begon probeerde hij zich direct zo aan te passen dat ze hem weer aardig vonden. Als dat niet lukte had hij vaak uit angst voor al deze razernij en woede het contact met deze personen verbroken. Op deze manier was zijn vriendenkring echter danig ingeperkt en op dit moment kon hij best zeggen dat hij geen vrienden had. "Zodra je jezelf aan iemand gaat hechten kan die persoon ook boos op je worden en dat is eng", zo redeneert hij.
Melancholisch moet Freek terugdenken aan vroeger. Hij weet nog wel dat hij toentertijd vaak uitging met zijn vrienden. In de kleine provinciestad waar ze toen ook al woonden was in het weekend toch niet veel te beleven, dus ging hij met de brommer naar een discotheek die ergens midden in het weiland was gelegen. Meer dan een houten hok met een bar was het niet maar toch ze hingen daar dan lang rond, en pas vroeg in de ochtend, om een tijd dat bij wijze van spreken de eerste mensen op weg naar de kerk gingen, belanden ze dan weer thuis in hun bed. Natuurlijk had moeder geklaagd, maar zover hij dit van zijn vrienden hoorde was dit niet meer dan normaal. Er waren eigenlijk geen ouders die dit klakkeloos lieten gebeuren. Natuurlijk was moeder wel erg streng, maar net als zijn vrienden wist hij zich hier handig op in te stellen. Meestal hield hij zich gewoon aan de door haar opgelegde regels en was hij redelijk op tijd thuis, maar eigenlijk even vaak probeerde hij deze tijd ook te rekken.
Met de tijd dat moeder echter ouder werd, en hij zelf steeds meer neigingen tot serieuze zelfstandigheid begon te vertonen nam haar druk op zijn leven toe. Steeds vaker had ze hem verboden om aan bepaalde activiteiten deel te nemen. Daardoor kon hij ook niet mee met een vakantie ter afsluiting van hun middelbare school. De meeste van zijn klasgenoten hadden een week lang lopen feesten in Rimini, maar dankzij moeder had híj die hele week zich thuis lopen vervelen.
Freek kijkt uit het raam van zijn kantoor en ziet de mensen door de najaarsregen lopen. Hij ziet hoe op de hoek van de straat een Turkse kleermaker door zijn winkel loopt te ijsberen. Na al die jaren lijkt de oude man toch nog niet gewend te zijn aan het Nederlandse klimaat en hij kijkt met een blik vol van heimwee naar buiten. Met een zucht loopt de man door zijn zaak, en dat doet hij de hele dag, hopeloos wachtend op de klant die zich vandaag door de regen zou wagen om door hem een kledingstuk te laten vermaken.
De eerste keer was inderdaad schatting
Ach hou toch op! ;-)
Freek wil niet graag aan dit moment herinnerd worden, maar weet nog al te goed hoe hij voor de eerste keer bij haar thuis kwam. Ze had hem als een poppetje beetgepakt en uitgekleed. Pijnlijk naakt had hij op de wollige vloer gestaan met zijn witte, benige lichaam. Ze had hem stil laten staan en was een striptease uit gaan voeren, terwijl ze ondertussen uit aan het leggen was hoe ze hem straks keihard klaar zou laten komen. Langzaam had ze haar trui uitgetrokken en bij het zien van haar beha had hij onbewust al een erectie gekregen. Toen Marieke dan ook een vlugge blik op haar borsten bloot gaf spoot zijn zaad al over haar hoogpolige tapijt.
Marieke was geschrokken en had allereerst een beetje geïrriteerd gereageerd. Maar toen ze die nijdige trek van haar gezicht had verwijderd, had ze haar lachen niet in kunnen houden. Hij stond daar nog steeds even onbeholpen als een chirurg in een tandartsenpraktijk. Zijn rode penis stak ongezond rood af bij de rest van zijn karkas. Marieke had nog steeds lachend hem een moederlijk zoentje op zijn voorhoofd gegeven en had hem niet snel daarna de deur alweer uit gewerkt.
Moeder kijkt beheerst zijn kant op. Hij had honger, omdat hij de hele dag tevergeefs bezig was geweest om zijn belangrijkste klant van een goed product te voorzien. Eindelijk zat hij rustig thuis, en kon hij met een relatieve rust zijn dag gaan afsluiten. Hij genoot van de geur van zijn lievelingsgerecht, stamppot boerenkool. Zonder erbij na te denken laadde hij een vork vol en nam een lekkere grote hap van het gerecht.
Moeder kijkt hem strak aan, en het verwijt druipt haast uit haar ogen. Freek kijkt beschaamd als een kerkganger die tijdens de preek een scheet heeft gelaten. Te rustig begint moeder god te bedanken voor al wat hij geschapen zou hebben. Freek is geschrokken van dit moment van onbedachtzaamheid. Die enkele seconden dat hij geen rekening heeft gehouden met het geloof van moeder en hij even zichzelf heeft laten zien zijn link. Na die drie seconden heeft hij zich weer snel verstopt in zijn schulp en is stil verdergegaan met eten, zonder moeder nog te kwetsen.
De wind blaast om het huis en met gefronste wenkbrauwen kijkt Freek naar de pan die hij op de vloer van zijn kamertje heeft gezet om het doorsijpelende regenwater op de vangen. Dit pannetje vult zich wel erg snel, merkt hij op. Hij kijkt om zich heen en zoekt een ander pannetje, maar moet naar de keuken op de begane grond lopen om een nieuwe te halen. Beneden vraagt moeder nog even hoe het met zijn belangrijkste klant gaat, en als hij even later boven komt is het pannetje al ruimschoots vol. Erg rustig vloeit het water over het tapijt van zijn kamer, en lijkt erin te verdwijnen. Als hij echter over het doorweekte tapijt loopt ziet hij hoe het vocht op de plekken waar hij gelopen heeft uit het tapijt naar boven komt. Snel wisselt hij de twee pannen om, en loopt met de volle pan haastig naar de badkamer. Maar toch, onhandig als hij is morst hij regelmatig wat en a in de badkamer aangekomen zit er nog maar de helft van de originele hoeveelheid regenwater in de pan.
Samen zitten ze aan de eettafel. Freek's voeten plakken ongemakkelijk tegen het zeil van de keukenvloer. Nog steeds weet hij niet echt goed wat hij met de situatie aanmoet. Hij was nog maar net van de zaak teruggekomen toen moeder hem riep om even te komen. Nog maar zelden had Freek zo veel as in de asbak naast haar stoel zien liggen. Ook nu had ze een half afgebrande peuk tussen haar vingers.
"Is er niet iets dat je me graag zou willen vertellen", begint moeder. Ze lijkt haast wel nerveus te zijn. Freek reageert niet en kijkt stil uit het raam. Een aantal kinderen speelt op straat. Een bejaard echtpaar schuift langs het raam. Elke stap lijkt hun de grootste moeite te kosten. Moeder kucht opzettelijk hard, maar Freek doet alsof hij dit niet opgemerkt heeft. "Hou je van haar?".
Freek kijkt haar met een lege blik aan. Antwoordt niet, noch met zijn mond, noch met zijn gezicht. "Ik weet niet waar je het over hebt", zegt hij op vlakke toon en staat van tafel op. Beheerst doet hij de deur van de keuken dicht.
"Wat zeg je, schat?" Haar stem klinkt onwennig door de telefoon. Nog maar zelden voerden ze telefoongesprekken, omdat ze elkaar immers altijd in de chatbox ontmoeten. Mede door de onwennige ruis in haar stem, weet Freek niet of hij haar reactie nu als opgelucht of afwijzend moet beoordelen.
"Waarom denk je dat?"
"Ze heeft ons door, anders vraagt ze zoiets toch niet?"
"En? Wat maakt dat uit?"
"Ik weet zeker dat ze onze relatie gaat dwarszitten als ik het toegeef, maar af en toe heb ik zo'n gevoel dat ik het beter gewoon kan vertellen om haar op die manier duidelijk te maken dat ik mijn eigen leven wil gaan leiden."
"Met mij? Kom op doe toch niet zo moeilijk, kom even langs en dan zal ik je even laten voelen hoe het is om gewoon te genieten zonder zoveel te piekeren."
"Maar denk jij dan nooit na over de toekomst?" Het lukt Freek niet om zijn verbazing te onderdrukken.
"Kom op zeg Freek, zo zitten we toch allebei niet in elkaar? Dat gedoe met liefde en zo willen wij toch niets van weten? Dat maakt het alleen maar complex."
Freek zucht en na een paar minuten nog wat gebabbeld te hebben legt hij de hoorn op de haak. Stil kijkt hij voor zich uit, slikt en bedenkt zich dat hij al veel te lang niet aan de toekomst gedacht heeft. Zijn eigen toekomst dan wel te verstaan.
De ramen moeten nodig eens gewassen worden bedenkt Freek als hij door het venster van moeders nieuwbouwhuis de straat inkijkt. Dikke druppels regen worden afgestoten door het laagje vet en vuil wat zich in de loop van de tijd heeft afgezet op het glas. Moeder zit achter hem een kijkt af en toe fronsend op van de televisie, kijkt op alsof ze hem iets wil vragen, maar laat het dan weer.
Ondertussen heeft Freek al vier verregende wandelaars, tien fietsers en minstens twintig automobilisten langs zien komen. Het zouden er ook meer geweest kunnen zijn, dat weet hij niet precies, want regelmatig werd het beeld van de grijze straat onderbroken door warme beelden van Marieke. Haar warme lichaam, haar natte mond, haar rode lippen, haar ronde borsten, ze werden regelmatig onbewust geprojecteerd op zijn netvlies. Passanten zullen misschien verbaast hebben gekeken naar deze jonge man die treurig uit het raam van een rijtjeswoning zit te kijken. Treurig maar met een vage warme glimlach om zijn mond.
Achter zijn rug laat moeder een harde, door het vastzitten slijm nog dramatischer klinkende, rochel horen. Freek ruikt dat ze alweer een sigaret heeft aangestoken. Haar vingers moeten het rolletje tabak nu bijna trillend vasthouden. Nog piepend neemt ze een volgende trek. Haar longen hebben bijna de kracht verloren om te inhaleren, maar toch gaat ze door, als was dit het enige doel in haar leven. Voor de ogen van Freek gaat de regen rustig over in natte sneeuw. De kou van de wereld buiten en de warmte van het lichaam van Marieke wisselen elkaar langzaam af in zijn hoofd. Hij hoort nog een rochel, en vertelt moeder dat hij nog even naar kantoor gaat en dat het wel laat kan worden.
"Ik hou van je!", schreeuwt hij haar al door de omroepinstallatie van het appartement toe. Hij rent door het betonnen trapgat naar haar deur die al op een kier staat. Snel gooit hij deze achter zich dicht en neemt direct de aangename geur van kaarsen en wierook waar. Hij hoort in de woonkamer zachtjes een melodische muziek spelen en wordt bijna automatisch naar deze kamer geleid.
Daar zit ze. Op de bank vlak voor het grote raam, terwijl het achter haar magisch duister is. Het is al weer vroeg donker merkt Freek op, terwijl hij ziet hoe haar blonde haar engelachtige om haar gezicht ligt gedrapeerd. Hij tilt haar op uit de bank en zoent haar vol warmte als een man die na een lange tijd eindelijk zijn eigen vrouw terugziet. Hij legt haar neer en ontkleed haar sneller dan zij het zelf had kunnen doen. Onrustig drukt hij zijn bezwete lichaam tegen het hare. Toch nog steeds onwennig met zo veel affectie voelt Freek hoe het kruis van Marieke tegen het zijne drukt. Verdoofd laat hij haar lippen met happende bewegingen zijn mond beroeren.
Haar billen liggen koud in zijn warme handen en haar hoofd ligt beschermd tegen zijn sleutelbeen. Haar kreunen wordt gedempt door zijn lichaam en zijn zweet valt in dikke druppels op haar met rode blosjes opgesierde wangen. Freek zakt weg in een situatie waarin hij zijn lichaam nog maar nauwelijks onder controle kan houden. Het eindeloze gesteun van Marieke maakt deze roes alleen maar sterker en hij voelt zich als het ware boven zichzelf uitstijgen. Als een rockster op het podium voelt hij hoe zijn schokkend onder hem klaarkomt en wegzakt in een lang orgasme. Freek kan op dat moment een brede grijns van tevredenheid niet onderdrukken. Direct daarna werkt Marieke zich onder hem vandaan en valt met haar rug naar hem toe in slaap.
Een witte streep maanlicht zorgt ervoor dat de slaapkamer niet volkomen duister is. De naakte rug van Marieke schijnt mat wit op in dat licht. In het midden zit er een mooie egale schaduw op de plek van haar ruggengraat. Een zachte huid als zijde en warm als een woestijn. In een gedachteflits voelt Freek eer de behoefte opkomen om haar rug te zoenen, maar hij laat haar rustig liggen en probeert zelf de slaap te vatten, iets dat de hele tijd al niet wil lukken.
Dan gaat de telefoon, maar Freek tilt slechts lichtjes de hoorn op en legt hem dan weer neer. Met een zucht van verlichting stelt hij vast dat Marieke gelukkig ongestoord is blijven slapen. Zijn adem inhoudend laat Freek zich weer in de zachte kussens van het bed terugzakken. Geluidloos laat hij de warme tranen uit zijn ogen vloeien en staart onrustig uit het raam. Het beeld van een cirkelzaag komt in hem op. In deze nacht voelt hij zich als de bezitter van een balk hout die langzaam over de werkbalk wordt geschoven. Hij moet kiezen. Welke van de twee stukken die na het zagen overblijven wil hij hebben? De hard draaiende zaag komt met happende tanden steeds dreigender dichterbij. Hij heeft geen keus. Welke balk hij ook zal kiezen, van de andere helft zal hij altijd afstand moeten doen.
Freek is dat eindelijk in een lichte slaap gedommeld als de telefoon nog een keer gaat. Slaapdronken neemt hij de hoorn van de haak en meldt zich met zijn eigen naam. Moeder noemt haar naam niet eens, maar aan de manier waarop haar adem door haar verteerde longen piept weet Freek direct dat zij het is. Moeder heeft maar die woorden nodig: "Ik heb je nodig. Kom naar huis".
Haastig heeft hij niet veel later zijn spullen bij elkaar gepakt. Marieke lijkt nog steeds in de diepe slaap de zijn gedompeld en ze krijgt schijnbaar niets van Freek zijn vertrek mee. Freek sluipt hij op zijn tenen het huis uit, de donkere nacht in.
Tijdens de fietstocht naar huis vraagt Freek zich af waarom het toch altijd moet regenen als hij op de fiets zit. Het kleine aantal auto's dat hij tegenkomt probeert hem stuk voor stuk te snijden en geërgerd trapt hij op de pedalen van zijn fiets. Met elke verhoging van zijn snelheid voelt hij de regen harder tegen zijn gezicht slaan.
Freek voelt wel dat de wortels van deze razernij meer gelegen zijn in de gebeurtenissen van de afgelopen nacht dan in het feit dat automobilisten zich zo gedragen zoals ze dat eigenlijk altijd doen. Natuurlijk heeft hij vanavond genoten van het mooie lichaam van Marieke maar het feit dat ze de hele avond eigenlijk geen woord hebben gewisseld zit hem toch dwars. Graag zou hij hebben gepraat over de toekomst en hoe zij daar over dacht, maar het leek wel of Marieke dit onderwerp bewust probeerde te ontwijken. Het leek wel alsof ze bewust snel in slaap viel om maar niet te hoeven praten over later. Freek bedenkt zich kwaad dat dit niet een houding is waarmee hij kan leven. Het doet pijn als hij zich bedenkt dat hij misschien niet eens de enige voor Marieke is, omdat haar houding met betrekking tot het leven wel eens veel verder zou kunnen strekken, dan wat hij in eerste instantie had gedacht. Misschien heeft ze eigenlijk wel nooit een vaste relatie met hem willen hebben en kan hij haar ook eigenlijk niets schelen. Zoals maar weinig haar kan schelen.
Hard trapt Freek op zijn rem en met een slip van een aantal meter komt zijn fiets tot stilstand. Het lukt hem nog net om voor het rode licht te blijven staan. In zijn ooghoek ziet hij de witte politiewagen staan. Een seconde of tien later springt het licht op groen en hij rijdt door alsof hij nooit anders van plan geweest was.
En dan moeder. Al maandenlang loopt ze aan zijn geweten te knagen. Regelmatig lijkt ze hem met haar blik haar volledige rottige leven te verwijten. Heel vaak lijkt ze hem schuldig te achten aan het feit dat zij nu hier, kuchend in haar stoel zit. "Maar ik heb toch nooit die sigaret aangestoken?", bedenkt Freek zich schamper. "Ben ik de oorzaak van het feit dat zij zich enig genot in het leven niet schijnt te willen permitteren? Ben ik de oorzaak van deze chronische gevoelens van zelfmeelij?".
Hij kijkt voor zich uit en ziet in één blik honderden regendruppels voor zich naar beneden storten. Hij heeft geen zin meer om voor altijd afhankelijk van andere personen te zijn. Op dat moment beseft hij dat hij het leven in eigen handen heeft. Met een vlugge beweging pakt hij de capuchon van zijn jas en zet die op zijn hoofd. "Gek dat ik nooit bedacht heb dat ik deze capuchon ook nog heb", bedenkt hij zich terwijl hij snel doorfietst door de natte nacht.
"En wat was er nu, moeder?", zegt Freek met een toon van geveinsde interesse.
"Oh, ik kon geen adem krijgen, maar het gaat nu al een stuk beter hoor. Het was even heel benauwend."
Freek antwoordt niet. Beheerst staat hij stil de volgende zin die hij wil uitspreken de formuleren, terwijl hij de nagels van zijn vingers steeds dieper in zijn handpalm drijft. Hij formuleert de ene zin na de andere maar de hele tijd lijkt de geschikte formulering niet in hem op te willen komen.
"Wel godverdomme moeder, waar ben je in allejezusnaam mee bezig?", buldert Freek dan toch. De uitbarsting blijft hangen als een schot van een jager in een natuurgebied. Moeder zakt nog verder terug in haar stoel en laat de eerste minuut geen rochel of kuch meer horen. Freek trilt. Zijn handpalmen bloeden bijna. Maar toch lukt het formuleren inmiddels al beter en langzaam begint hij zijn irritaties op te lepelen. Alles wat de afgelopen maanden naar boven is komen drijven komt er in één keer uit en met elk verwijt zakt moeder dieper weg in haar stoel. Af en toe klinkt er een zachte piep van haar ontstoken longen, maar voor de rest zegt ze geen woord. De hele tijd dat Freek zijn relaas doet blijft ze zwijgen. Enkel die ene keer dat Freek uitbrult dat hij op zoek gaat naar zijn eigen woning knikt ze even, meer uit berusting dan instemming.
Ondanks het duidelijke gebrek aan weerbaarheid van moeder kan Freek het niet laten om de deur met de klap achter zich dicht te slaan als hij Korenbloem 45 verlaat. Met een bevrijdde grijns op zijn gezicht fietst hij later door de nacht, zonder te weten waar naartoe, niet eens merkend dat het alweer harder is gaan regenen.
Joost van Hoek
November 2001