8weekly.nl |
interview: Een interview met Hisham MatarEen herbezoek aan Libiëdoor Jurgen Tiekstra Tijdens het schrijven van zijn debuut kon Hisham Matar nauwelijks de huur ophoesten. Nu is Niemandsland voor 250 duizend pond door het Engelse Viking aangekocht en komt de roman in dertien vertalingen uit. Een gesprek met de Engels-Libische auteur over Libië, onschuld en menswaardigheid. "Ik heb het boek zo’n 120 keren gelezen en er was geen keer dat mijn hart niet gebroken werd." Caïro, maart 1990. Jaballah Matar verdwijnt spoorloos uit zijn huis. Zoon Hisham Matar springt samen met zijn broer – beiden studeren op dat moment in Engeland – onmiddellijk op een vliegtuig om moeder bij te staan. Ze koesteren hoop. Tegen de klippen op. Later komen gesmokkelde brieven aan; vader Matar blijkt in een gevangenis in Libië te zitten.
Het is de begintijd van kolonel Kadaffi's leiderschap. Koning Idris is in 1969 afgezet en de Libische Arabische Republiek uitgeroepen. Het Arabische socialisme is de geldende ideologie, door Kadaffi uitgespeld in zijn Groene Boekje. Vader Matar, diplomaat van de Libische regering, komt als dissident op 'de lijst' te staan. Wanneer het gezin de wijk neemt naar Caïro is Hashim negen jaar. Hij zou niet meer terugkomen. Gesmokkelde brief Hisham Matar is net terug uit Italië. Daar verblijft hij tijdelijk om te schrijven. Zijn debuut is juist uit. Niemandsland: een zorgvuldig verteld verhaal over de introverte 9-jarige Libische jongen Suleiman uit Tripoli. De roman is op voorhand al een indrukwekkend succes. De Engelse uitgeverij Viking kocht de rechten voor 250 duizend pond na een strijd te hebben gevoerd met drie andere uitgeverijen. Toen de belangstelling voor het manuscript groot bleek, was een veiling geopend. "Sureëel", noemt Matar het achteraf. "Zeldzaam voor elk boek, maar helemaal voor een debuut." De uitgeverijen nodigden hem uit om hem te overtuigen dat zíj, beter dan de anderen, zijn werk begrepen. Dertien vertalingen zijn af of in de maak. Nederland heeft de wereldprimeur. Geen ochtendmens Het is overbodig te zeggen dat de daarop volgende jaren geen vetpot waren. Slechts bijverdienend als parttime steenhouwer of boekbinder was het voor hem lastig de rekeningen – Matar zweert bij mooie kleren en lekker eten - te blijven betalen. The pinching pressure of poverty, zoals Matar het noemt – hij was er geen fan van. De angst op straat terecht te komen, of zelfs in het gevang omdat schulden niet langer afbetaald kunnen worden. Ook voelde hij zich schuldig over wat hij zijn vrouw aandeed. "Wat jou gebeurt, komt ook terecht op het hoofd van de ander. Dat is een gewaagde situatie, om het zwak uit te drukken." Vijf jaar deed hij over zijn boek over Suleiman. Alles wat het schrijven aangaat moest hij uitvinden. Ten eerste of hij schrijftalent bezat. Ten tweede hoe dat talent dan aan te wenden. Moest hij schrijven met de hand, of op de computer? Met veel lawaai om zich heen of in opperste stilte? Duizenden woorden achter elkaar of maar een paar honderd per dag? Schrijven alsof je op de hielen gezeten wordt, zo leerde hij, dát lag hem vooral goed. Toen hij en zijn vrouw de mogelijkheid kregen een tijd in Parijs te wonen, was dat een uitgelezen kans. Hij deed opzettelijk geen moeite de taal te leren. "Ik houd ervan om op een plek te wonen waar ik niet versta wat mensen zeggen in de cafés of op straat. Ik houd ervan te schrijven als een vluchteling. Dat inspireert me." Voor een kosmopoliet als Matar, voor iemand die zijn vaderland niet kan binnenkomen, voor iemand die zijn vader niet kan opzoeken, is dat gevoel van ballingschap bij uitstek wezenlijk. Het verlangen naar iets dat niet langer bereikbaar is. Matar haalt een schrijfmotto van T.S. Eliot aan: één van de redenen om te schrijven is om dingen terug te brengen. Suleiman
Feitelijk komt de roman maar op enkele punten overeen met het leven van Matar. De gelijkenis zit meer in de combinatie van angst en onschuld, zowel aanwezig bij de jonge Matar als de jonge Suleiman. Tekenend: Suleiman kijkt met zijn moeder en een huisvriend naar de televisie. Live wordt uitgezonden hoe de buurman, al tijden terug opgepakt, opgeknoopt wordt. De executie vindt plaats in een volgepakt basketbalstadion. De toeschouwers juichen. De belevingswereld van Suleiman en de politieke realiteit van Libië liggen zover uitelkaar dat de jongen na afloop van de registratie haast vrolijk kwetterend over het gebeuren praat. Over hoe de buurman in zijn broek piste. Deze pijnlijke tweespalt tussen een jong leven en een uit het lood geslagen wereld schetst Matar door heel Niemandsland heen op uiterst knappe wijze. Zelf zag hij een terechtstelling in een voetbalstadion. “250 duizend mensen. Volgepakt tot het dak. Kijkend naar de ophanging.” Op veel manieren was de situatie in Libië nog extremer dan in het boek, vertelt hij. "Ik wilde niet dat het boek gegijzeld werd door de misstanden. Het is geen Amnesty-verslag." De context "Ze hebben ons thuis, ons bezit, onze vader – het meest waardevolle dat er is -, mijn oom, drie neven weggenomen. Vrienden van mij zijn vermoord. Mijn menswaardigheid kunnen ze niet wegnemen. Het is belangrijk dat je dit alles bij je draagt, maar je er niet onder laat bezwijken. Het wordt een onderdeel van je wapenuitrusting. Ik draag mijn vader als een kroon op mijn hoofd. Ik ben heel trots op hem. Misschien schrijf ik op een dag een boek over mijn vader. Wanneer ik er klaar voor ben. Boeken zijn kinderen die je in je draagt, en wanneer ze groot genoeg zijn laat je ze in de wereld. Dát boek is nog niet groot genoeg." Niemandsland • Hisham Matar • Uitgever: Meulenhoff • Prijs: € 19,90 • 288 bladzijden • ISBN: 9029077352
|
LITERATUUR
Een herbezoek aan Libië: Hisham Matar
ZOEKEN
ADVERTENTIE
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|