The Films of Louis Malle: A Critical AnalysisNathan C. Southern
Uitgever: McFarland publishers
ISBN 0786423005
8weekly.nl |
recensie: Nathan C. Southern - The Films of Louis Malle: A Critical AnalysisLouis Malle: tussen auteur en mainstream iconoclastdoor George Vermij In hoeverre heeft een regisseur een stijl en een artistiek programma die te herkennen zijn? En in hoeverre zijn die elementen aanwezig als een terugkomende signatuur binnen een oeuvre? De regisseur als onafhankelijke auteur is vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw een vast begrip binnen het filmdiscours, maar er is ook veel kritiek op de inhoud van die term. Zo zijn regisseurs altijd gebonden aan technische en economische beperkingen die van een andere aard zijn dan bij andere kunstvormen. De films van Louis Malle zijn een perfect casus voor een diepere beschouwing over dit probleem. Met Nathan Southerns boek The films of Louis Malle wordt gepoogd om aan de hand van een uitgebreide analyse van al zijn films de regisseur te positioneren binnen de polen van het cinematografische spanningsveld.
Malle behoorde niet tot deze groep. Hij had ervaring opgedaan als regieassistent bij Jaques Cousteau. Ook werkte hij mee aan Robert Bressons Un condamné à mort s’est échappé (1956), maar stopte omdat hij Bressons methode te minimaal vond. Hij maakt met zijn eerste film, L’ascenseur pour l’echafaud (1958), reeds een blauwdruk voor de nouvelle vague toen de stroming nog niet was geconcretiseerd. En met zijn derde film, Zazie dans le métro (1960), deed hij er stilistische nog eens een schepje bovenop, om zich vervolgens weer te schikken in het stramien van conventionelere films. Eclecticisme Door critici is Malles positie verschillende beoordeeld. Pauline Kael vond Malle een regisseur die een subtiele gave had om door middel van conventionele cinema zaken ter discussie te stellen op een diepzinnige en veranderende manier. Daar tegenover staat een criticus als David Thomson die Malle ziet als een regisseur die flirtte met de avant-garde en daaruit de meest interessante elementen destilleerde om die naar een breed publiek te vertalen. Malles ‘artistieke’ missers zijn in dat opzicht fascinerend: Vie Privée (1962) met Brigitte Bardot en Marcello Mastroianni is een voorspelbare film over de gevaren van roem en bevat twee navelstarende celebrities om dat duidelijk te maken. Of Viva Maria! (1965), een Franse Western wederom met Bardot en tevens met Jeanne Moreau die destijds een groot commercieel succes werd. Door Southern wordt de film door middel van veel theoretische getover over intertekstualiteit en postmodernisme gezien als een subversieve voorloper van feministische buddyfilms. Een ander opmerkelijk gegeven was Malles keuze om naar de Verenigde Staten te gaan om daar zijn geluk te beproeven. Hierdoor verkoos Malle een andere cultureel kader die haaks stond op de Franse visie op artistieke autonomie. De films die hij daar maakte verschillen sterk in kwaliteit en thematiek. Een film als Atlantic City (1980) deconstrueert verschillende genre-elementen die haast doet denken aan de methoden van Robert Altman. Daartegenover maakte Malle films als Crackers (1984), een mislukte komedie met Donald Sutherland en Sean Penn, en het controversiële maar ongeslaagde Alamo Bay (1985). Tegendraadse Dynamiek Maar als de lezer de kritische analyses op zichzelf neemt ontstaat er een beeld van de ware problematiek die besloten ligt in het maken van films vanuit een artistieke signatuur. Veel van Malles producties begonnen als een idee en werden geleidelijk aan door de dynamiek van het cinematografische productieproces veranderd. Het boek geeft met zijn achtergrondinformatie een goed beeld van de banaliteiten van het film maken zelf. Door geldproblemen, artistieke onenigheid of toevallige ongelukken moesten bepaalde films compleet worden aangepast en in andere gevallen werden ze gewoon geschrapt. Southerns toevoeging van een breed scala aan citaten laat zien dat hij flink leunt op de Angelsaksische literatuurkritiek. Een postmoderne schrijver als Thomas Pynchon duikt op in een quote aan het begin van een hoofdstuk en het scala van citaten bevat verder namen als Tom Wolfe, Joan Didion en T. S. Eliot. Doordat deze citaten haast nooit worden uitgewerkt in de analyse lijkt de functie ervan op pure namedropping. Uiteindelijk biedt Southerns boek een uitgebreide en zeer gedetailleerde monografie over het oeuvre van Malle. Daarmee is het boek meer een naslagwerk, waarbij de inleiding dienst doet als een kader waar wat thema's en tendensen in perspectief worden geplaatst zonder geheel te worden uitgewerkt. De analyses staan op zichzelf en zijn zeer diepgaand. De paradoxen van Malle als auteur zijn daarmee echter niet opgelost en de auteurtheorie blijft problematisch als methode van analyse. |
FILMBOEK
The Films of Louis Malle: A Critical AnalysisNathan C. Southern Uitgever: McFarland publishers Prijs: €66,50 (gebonden) 422 bladzijdenISBN 0786423005
ZOEKEN
LINKS
McFarland publishers
ADVERTENTIE
FILMBOEK
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|