8weekly.nl |
interview: Een interview met Joost ZwagermanDe ideografie van een suburbiaandoor Jurgen Tiekstra Nu Transito in de boekhandel ligt, heeft Joost Zwagerman evenveel essaybundels als romans geschreven. Het is zijn meest lijvige werk tot op heden. Een gesprek over de benauwende Nederlandse schrijverswereld, Amerikaanse kunstenaars en de buitenwijk. "Transito is voor mij net zo belangrijk als Gimmick!, Zes sterren of Roeshoofd hemelt."
Typisch Nederlands, die volkomen uitsluiting van al het straatrumoer, oordeelt Zwagerman. Vlak over de Belgische grens is deze laakbare eigenschap al niet meer te bespeuren. Zie Zwerm (2005), de post-9/11 roman van de Vlaming Peter Verhelst. "Maar kijk ook naar de boeken van Yves Petry, Tom Lanoye en Dimitri Verhulst. Verhulst omschrijft zichzelf zonder ironie als een geëngageerd schrijver. Wie dat in Nederland over zichzelf beweert, roept direct hoon over zich af." "In de Nederlandse speelfilm, het theater en ook in de beeldende kunst speelt die kwestie helemaal niet. Neem de film Nachtrit van Dana Nechustan. Een spannend verhaal, geweldig geacteerd, maar onderhuids een behoorlijk geëngageerde film. Niemand spreekt haar daar beschuldigend op aan - natuurlijk niet zelfs. Dat is dus in de literatuur onmogelijk. Als je zo'n boek à la Nachtrit zou maken, zou je door de literaire fatsoenspolitie worden uitgejouwd en weggezet als veredelde journalist. Dat is toch krankzinnig? In vergelijking met de Nederlandse film en het theater is de Nederlandse romanliteratuur belegen en benauwend." Zó beschrijft Zwagerman de stemming in Nederland Schrijverland: "Een roman mag niet rieken naar journalistiek, want de journalistiek is inferieur aan de literatuur." De oorzaak hiervan, aldus zijn diagnose, ligt voor een deel in een traditioneel gebrek aan Nederlands New Journalism. En even later zegt hij: "Het New Journalism heeft mij als schrijver gevormd." Dé belichaming van dit literair-journalistieke genre is Truman Capote, die op een dag op pagina negenendertig van The New York Times las over de moord op een gezin in Kansas. Capote bezocht de plek des onheils en de twee daders in de gevangenis en schreef de moderne klassieker In Cold Blood. Samen met uiteenlopende schrijvers als Joan Didion, Hunter S. Thompson, Norman Mailer en Tom Wolfe definieerde Capote het genre. Drieluik "Ik merk een bepaalde vitaliteit, daadkracht en penvoering op bij veel Amerikaanse schrijvers, waarbij in vergelijking de Nederlandse literatuur een tikje verbleekt", legt hij uit. "Een tikje, zeg ik met nadruk. Mijn poëtica en smaakpalet zijn spelenderwijs door de Amerikaanse literatuur ingevuld. In Europa heb je geciseleerd proza, fijnslijperij. Wij zijn fijnschilders in de literatuur. Een literaire pedant van Cobra hebben we niet. In Amerika mag de verf van het doek spatten." Amerikaanse kunstenaars worden niet gehinderd door enige valse bescheidenheid. "Met ernst, volharding en ook zelfdestructie proberen ze de loop van de beeldende kunst te veranderen. Mark Rothko wilde het definitieve antwoord op Picasso geven. Hem stond een duizendjarig rijk van de abstractie voor ogen." In 1988 was Zwagerman lid van de hardhandig onder de noemer van Maximalen geschaarde dichtersgroep. Al vanaf die tijd is hij de auteur van het straatrumoer, van het wegwerpgebaar naar een met narcisme te verwarren zelfobsessie die auteurs nog weleens wil aankleven. Hij houdt niet van schrijvers die zichzelf "uitsmeren" over hun werk. "Ik ben nu eenmaal geen Connie Palmen of Adriaan van Dis." Hij wil het niet over zichzelf hebben, maar alleen over wat hij te vertellen heeft. "Bij Susan Sontag las ik eens de programmatische uitspraak: 'The others are far more interesting to write about.' Dat zeg ik haar graag na." Hij lijdt naar eigen zeggen niet aan het "Gouden Kooi-syndroom". De deelnemers aan dat reality-programma begeven zich "tussen schotten van zelfpresentatie". Hij mag dan zelf vaste gast zijn of zijn geweest in programma's als Barend & Van Dorp en De wereld draait door, maar daar verschijnt hij slechts als "evangelist" die zijn enthousiasme voor andermans werk wil overdragen. Want Zwagerman is een bewonderaar. Hij schrijft over de veelzijdigheid van beeldend kunstenaar Gerard Richter, of over de verdwijningskunst van fotografe Rineke Dijkstra. "Twee chromosomen anders en ik was beeldend kunstenaar geweest. Dat medium is totaal anders dan taal. Kunst drukt zichzelf uit, dat fascineert mij. Ik ben misschien jaloers op de directe uitdrukkingsmogelijkheid." Evenzo de muziek. Hij speelde ooit klassiek gitaar. "Maar heb ik genoeg talent om muzikant te worden? Nou nee." Zwagerman gaat in zijn essaybundel zo ver dat hij keer op keer in de bres springt voor de door hem behandelde kunstenaars. De vooroordelen die getackeld moeten worden zijn legio. Nee, fotografe Diane Arbus exploiteerde haar modellen niet. Nee, John Updike is geen schrijver van louter huiskamerrealisme. Nee, Philip Roth is niet anti-semitisch. Nee, het ontbreekt dichter Pieter Boskma niet aan zelfspot en ironie. "Ik vind dat plaatsvervangend storend voor de kunstenaar. Juist omdat ik zelf zo vaak verkeerd word begrepen." Suburbia "Hoog op mijn lijst van memorabele filmpersonages staat Ricky uit American Beauty (2000)", valt te lezen in Transito. Het speelfilmdebuut van Sam Mendes verbeeldt de puinhoop die zich schuil houdt achter het aangeharkte uiterlijk van de slaapstad. Alle personages - de keurige huisvrouw, de beminnelijke cheerleader - blijken wanhopige, angstige mensen. Tegelijk heb je Ricky, de buurjongen die alles om zich heen registreert met zijn videocamera. Zijn mooiste beeldopname: een plastic zakje dat minutenlang in de wind dwarrelt. "There's an entire world behind things", zegt Zwagerman hierover. "Je hoeft geen pelgrimage af te leggen om iets te weten te komen. Het paradijs is veel nabijer dan je denkt. De messias kan schuil gaan in een doorzonwoning." Lijnrecht tegenover Ricky staat het filmpersonage Frank Booth uit David Lynchs Blue Velvet (1986), gespeeld door Dennis Hopper. In het "glycerinestadje" Lumberton - waar brandweermannen breed glimlachend voorbij rijden en gazons rijkelijk worden besproeid - oogt de perverse en wrede Booth als een curiosum. Maar Booth prent de hoofdpersoon, brave borst Jeffrey, in: "You’re like me." Zo is de slaapstad tegelijk idylle en Sodom. Geen tussendoortje Wat mij gaande houdt, is dat ik in veel genres bezig kan zijn. Ik moet er niet aan denken roman na roman te schrijven, hetzelfde geldt voor non-fictie." Zwagerman spiegelt zich aan een productief schrijver en prominent essayist als Harry Mulisch. "Hij wordt altijd gezien als romancier, maar qua aantal nemen zijn romans een bescheiden plek in zijn oeuvre in." En wat te denken van een veelzijdig auteur als W.F. Hermans? "Waar vind je zo iemand nog?" Joost Zwagerman voelt zich geroepen: "Iemand moet het doen, dus doe ik het." |
LITERATUUR
ZOEKEN
ADVERTENTIE
LEES OOK
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|