8weekly.nl recensie website met recensies over film, muziek, literatuur, theater en beeldende kunst |
Waar zijn de Aziatische films?Blinde vlekdoor Paul Caspers
10 januari 2007
Wie de internationale filmwereld in de gaten houdt, weet dat een groot deel van de meest belangwekkende films van de laatste tien jaar uit Oost- en Zuidoost-Azië komen. De hernieuwde kracht van de Japanse film is een feit, de revolutie van de Zuid-Koreaanse cinema (nu een van de meest succesvolle filmculturen ter wereld) ook. Taiwan en Hongkong zijn inmiddels als filmnaties vrijwel te gronde gegaan, maar het vasteland van China heeft met de komst van de digitale camera veel unieke nieuwe auteurs voortgebracht. Ook Thailand herbergt wereldwijd gelauwerde cineasten, en af en toe duiken zelfs interessante geluiden op uit Indonesië en de Filipijnen. Wat merken wij daar in Nederland van? Uitzonderingen daargelaten, bar weinig. De liefhebber is vandaag de dag voornamelijk aangewezen op filmfestivals en op de dvd-markt, en in het laatste geval vooral op import. Die wordt steeds toegankelijker en voordeliger, maar is nog altijd het domein van vindingrijke cinefielen. De cijfers liegen er niet om: het is nu negentien maanden geleden dat er hier een Japanse film in première ging, en de teller loopt nog steeds. Wij kregen een compleet vertekend beeld van de Koreaanse opmars, en krijgen slechts bij vlagen een indruk van de ontwikkelingen in China en Thailand. De dvd-markt wordt ondertussen overspoeld door commerciële pulp. Vreemde situatie
De belangstelling is er in Nederland echter nog wel degelijk, maar lijkt beperkt tot de marges. Het Filmmuseum organiseerde vorig jaar het Hong Kong Panorama, om te bewijzen dat de kolonie ooit een van de meest opwindende filmculturen van de wereld herbergde en zijn laatste adem nog niet uitgeblazen heeft. Daarnaast waren er twee uitstekende, onafhankelijke festivals gewijd aan Aziatische film: het landelijk roulerende Cinemasia (met sponsoring van Katja Schuurman, nota bene), en de tweede editie van het Dejima Japanese Film Festival in Amsterdam. Oost-Azië heeft in genrekringen al een goede naam: MTV vertoonde tot voor kort niet voor niets, in navolging van de Ring- en Grudge-rage, tweemaal per week een Aziatische genrefilm. Het succes van zulke initiatieven wordt echter nauwelijks vertaald naar de programmering van de filmhuizen en naar een degelijke distributie op de dvd-markt. Vitaliteit
Ook in het oog sprong The Whispering of the Gods (2005), een ijzingwekkend kille vertelling over een katholieke commune waar seksuele uitbuiting aan de orde van de dag is. De film is met opzet afstandelijk en zeker niet voor een breed publiek geschikt, maar durft in ieder geval provocerende vraagtekens te stellen bij christelijke doctrine. Waar liggen de grenzen in een milieu van religieus gelegitimeerde decadentie, en kan hier een opzettelijk nog niet begane doodzonde vergeven worden? Provocerende kwesties, relevant voor de huidige wereldcinema. Vlotter en toegankelijker kwaliteitsmateriaal was er ook te vinden: het verzamelde oeuvre van Ryuichi Hiroki bijvoorbeeld, dat voor een groot deel bestaat uit intieme relatiefilms die zonder een greintje vals sentiment ontroeren en vermaken, met als apotheose zijn nieuwste Love on Sunday (2006). Dit festival bewijst dat oprechte en echt confronterende filmproducties uit Azië binnen handbereik liggen. Nog een voorbeeld: Seijun Suzuki verraste onlangs vriend en vijand met zijn intens vermakelijke, barokke toneelspel Princess Raccoon (2005), maar buiten Rotterdam is die film nergens vertoond. Blinde vlek
Ook Zuid-Korea is slachtoffer van een eenzijdige blik: nu de vermeende meester Ki-duk Kim definitief door de mand gevallen is, blijven zijn films toch in de filmhuizen verschijnen. Aan Chan-wook Park, een pretentieuze krachtpatser die zijn niche gevonden heeft in pompeuze geweldsdrama's, werd onlangs zelfs een klein retrospectief gewijd in het Filmmuseum. Dit lijkt ten koste gaan van het werk van zijn veel meer oprechte landgenoot Sang-soo Hong, of de veel minder pretentieuze en veel breder toegankelijke actiefilms van Seung-wan Ryoo, om maar twee voorbeelden te noemen. Waarom?
Een deel van het probleem is het feit dat de belangrijkste beslissende factoren bij aankoop en distributie tegenwoordig zo vaak niet kwaliteit, maar wel naamsbekendheid en de sensatie van seks en geweld is. Dat laatste is enerzijds de reden dat we hier überhaupt ooit werk van uiteenlopende filmmakers als Takashi Miike, Park Chan-wook, Sun-Woo Jang en Ki-duk Kim hebben mogen zien, maar anderzijds de reden dat de minder provocerende films buiten bereik blijven, en de kwalitatief mindere films van provocateurs toch verschijnen. Visieloos
De positieve kanten lijken dus niet op te wegen tegen de dalende aandacht voor kwaliteit en het luie gemak van het uitbrengen van genrewerk. De marktpotentie van pulp-dvd's, de globale dominantie van Hollywood en de zwakke houding van filmhuisprogrammeurs zullen niet zo snel veranderen. Maar als hier de interessantste Chinese, Koreaanse en Japanse films aan onze neus voorbij gaan, terwijl een autonoom festival als Dejima genoeg bezoekers kan trekken met films die in eigenzinnigheid in vorm en thematiek het huidige bioscoopaanbod doen verbleken, is er iets vreemds aan de hand. Het lijkt erop dat misschien wel het grootste centrum van moed, creativiteit, experimenteerdrift en vernieuwingsdrang in de hedendaagse cinema steeds meer genegeerd wordt. Deze ontwikkeling is recent, dus laten we hopen dat ze nog enigszins terug te draaien is. Ze is in ieder geval de Nederlandse bioscoopcultuur onwaardig. |
FILM
Blinde vlek: Waar zijn de Aziatische films? Regie: Diverse regisseurs Jaar: 2007
ADVERTENTIE
ZOEKEN
ADVERTENTIE
LEES OOK
FILM
MEER RECENSIES
|
© 1998-2013 8WEEKLY Webmagazine
|