8weekly.nl |
recensie: Richard Wagners Tannhäuser door De Nederlandse OperaTannhäuser gevangen tussen liefde en seksdoor Henri Drost Zestien dansers krioelen als spermatozoïden over het toneel. In het midden, hoog op haar troon, zit Venus als een soort oermoeder. Om haar heen een brede wenteltrap, waarbinnen weer een kleinere ronddraait. De suggestie is duidelijk: de godin van de vleselijke liefde zit in de dubbele helix van het DNA gevangen. De muziek wordt steeds opzwepender, de dans suggestiever. Welkom in de Venusberg. De sterke openingsscène maakt de visie van regisseur Nikolaus Lehnhoff op Tannhäuser, Richard Wagners tweede 'volwassen' opera, meteen duidelijk. De lichamelijke liefde zit Tannhäuser letterlijk in zijn genen, er is geen ontsnapping mogelijk. Niet het erotische visioen, maar de normale wereld vol regels en hoofse omgangsvormen is artificieel. Wanneer hij de Venusberg ontvlucht, moet het dan ook wel fout gaan, daar kan een pelgrimstocht naar Rome niets aan veranderen. Na een laatste confrontatie met Venus sterft hij letterlijk als een gebroken man, door Lehnhoff symbolisch uitgebeeld door het inzakken van de wenteltrap. Seks Wagner baseerde zijn opera op verschillende oude legendes, maar centraal staat het conflict tussen lichamelijke en geestelijke liefde, hier gepersonifieerd door de godin Venus en de nobele Elisabeth. Voor Wagner-begrippen is het verhaal ongelooflijk simpel. De ridder Tannhäuser verlaat de Venusberg en wordt weer in de samenleving opgenomen. Wanneer hij tijdens een zangwedstrijd echter Venus bezingt, wordt hij door iedereen uitgestoten, alleen Elisabeth neemt het voor hem op. Hij maakt een pelgrimage naar Rome, maar keert verbitterd terug en sterft. Alleen dankzij het gebed van Elisabeth kan hij gezuiverd worden. Schandaal Wagner voldeed aan die eis, herschreef de muziek op ontelbare plaatsen, maar plaatste het ballet meteen aan het begin van de opera. Een grotere belediging van het Franse publiek was niet denkbaar en een carrière in Frankrijk kon Wagner verder vergeten, al nam Baudelaire het uitvoerig voor de componist op. Weense versie Dirigent Hartmut Haenchen koos daarom voor deze versie; ook al omdat het de laatste door Wagner zelf gecorrigeerde versie van de partituur betreft. In Odeon legt Haenchen uit wat deze keuze met zich meebrengt: "Vanwege de ruime mogelijkheden waarover men in Wenen beschikte, is dit ook de versie met de grootste orkestbezetting. Zo zijn er naast het hoofdorkest twee verschillend geplaatste 'Venusberg-orkesten', extra slagwerk, twaalf hoorns van het jachtgezelschap, minstens zes trompetten van de gasten op de Wartburg, een verviervoudiging van de harpen, een herdersschalmei en trombones en nog meer harpen op het toneel alsmede verschillende klokken. Al met al bestaat het orkest dan uit 145 musici, hetgeen de grootste door Wagner voorgeschreven orkestbezetting is." Hoe dat klinkt? Er is maar een woord voor: overweldigend. De muziek komt niet alleen uit de orkestbak, maar van links en rechts, van boven en beneden en wanneer het honderdkoppige koor ook nog eens massaal inzet, snakt het publiek naar adem. Subtiel Ook in de regie zijn veel subtiele elementen te vinden. Vooral de rol van Wolfram is uitstekend uitgewerkt. Wanneer Tannhäuser terugkeert uit de Venusberg, is iedereen blij, ook Wolfram; maar hij houdt tegelijkertijd afstand, omdat hij zelf heimelijk verliefd is op Elisabeth. Dat wordt pas duidelijk in het derde bedrijf, maar Lehnhoff laat meteen de ambivalente kant van Wolfram zien. Een mooie regievondst is het dan ook om in het tweede bedrijf, wanneer de hele Wartburg zich als één man zich tegen Tannhauser keert, Wolfram als enige afzijdig blijft. Hij begeert Elisabeth immers op dezelfde manier als Tannhäuser de godin van de liefde; Venus zit ook in zijn genen. Niet alles is geslaagd. De verwijzing naar Elvis in zijn gouden pak tijdens de zangwedstrijd, compleet met jaren vijftig-microfoon, is gezocht en past niet in de verder tijdloze enscenering - net zoals de terugkerende pelgrims in het derde bedrijf die er met hun witte gewaden en puntmutsen uitzien als leden van de Ku Klux Klan. Maar deze kleine smetjes doen geen afbreuk aan een verder voortreffelijke enscenering. Vocaal en orkestraal vuurwerk Dat dirigent Hartmut Haenchen aan het orkest, de verschillende bühne-orkesten, de blazers in de toneeltoren, het immense koor, waar zij ook stonden, en de solisten zo’n samenhangend en helder geluid wist te ontlokken, mag een klein wonder genoemd worden. Het minutenlang aanhoudende gejuich na afloop was meer dan terecht. Allen daarheen! |
OPERA
Richard Wagner – Tannhäuser
De Nederlandse Opera & Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen Gezien op 2 februari 2007 Gezien in Muziektheater, Amsterdam
ADVERTENTIE
ZOEKEN
LINKS
De Nederlandse Opera
ADVERTENTIE
OPERA
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|