8weekly.nl |
Olfactieve kunst; daar zit een luchtje aan, deel 2Kunst Inhalerendoor Caro Verbeek In het eerste deel van dit tweeluik is beschreven hoe hedendaagse kunstenaars geuren in hun kunstwerken gebruiken. In dit tweede deel zal worden ingegaan op de geschiedenis van de rol van geur in de maatschappij en de technologische ontwikkelingen op het gebied van geur. Samen hebben zij de weg geplaveid die hedendaagse kunstenaars nu bewandelen en uitbreiden. Tot slot wordt ingegaan op de methoden van conservatoren om geurkunst te preserveren en wordt een toekomstbeeld geschetst van olfactieve kunst. Scenario 1
Twee geliefden vinden elkaar via Pheromone Link, het eerste olfactieve datingbureau ter wereld. Zij vinden elkaars geuren, gepresenteerd in flesjes, onweerstaanbaar en er vindt een ontmoeting plaats. Liefde op het eerste gezicht. Na een paar jaar gaan ze met slaande ruzie uit elkaar. Zij besluit hem nog een schop na te geven door hem te bestoken met mailtjes die haar geur zijn kamer in blazen via zijn AromaJet. Hij op zijn beurt pest haar terug door de meest afstotelijke geuren te sturen. Deze komen echter niet door haar spamfilter heen. Scenario 3 De drie beschreven scenario's zijn op het eerste gezicht van een hoog hypothetisch niveau. Toch zijn ze stuk voor stuk mogelijk met de huidige stand van zaken in de geurtechnologie. De mogelijkheden die geurtechnologie biedt aan kunstenaars, zijn beschreven in het eerste deel van dit tweeluik. In dit deel wordt aandacht geschonken aan geur en haar rol in de maatschappij. De maatschappelijke geschiedenis van geur Vanaf de zeventiende eeuw vindt in Europa een opmerkelijke kentering plaats ten aanzien van geur. De twee eeuwen die hierop volgen zijn bepalend geweest voor de manier waarop wij nu tegen het reukzintuig aankijken. Nog steeds is het reukzintuig ondergeschikt aan het gehoor en het gezicht. Grote denkers als Kant drukken hun stempel op wat volgens hen het 'laagste' zintuig is. De reukzin wordt geassocieerd met het dierlijke en aan het vrouwelijke. Hegel schrijft dat het reukzintuig 'aards' is omdat de neus midden in het gezicht is gepositioneerd, "tussen de spirituele zones van de ogen en de mond in" en sluit haar uit van de esthetiek. De neus is slechts goed om het afstotelijke mee te herkennen. Het ontstaan van dit idee loopt synchroon met het ontstaan van de grote steden als Parijs en Londen. Dit worden broedplaatsen voor afstotelijke geuren. Vóór de aanleg van riolen en verharde wegen en de opkomst van de hygiëne, moeten deze plaatsen weerzinwekkend hebben geroken.
Door de overtuiging dat geuren in huis zich niet langer mogen mengen, ontstaan er een aparte ruimtes voor koken en persoonlijke hygiëne. Hierdoor kunnen in de woon- en slaapkamers aangename geuren worden verspreid. Er ontstaat een nog verfijndere esthetiek van geur en de markt wordt overspoeld door geurende producten. Dierlijke geuren raken compleet uit de mode en de onschuldige aroma's van bloemen raken in zwang. Op dit moment zien we een enorme opkomst van bloemenmarkten. Ook de lagere klassen kunnen het zich nu permitteren om welriekend door het leven te gaan. Europa gaat welriekend de twintigste eeuw in. Een eeuw die revolutionair is op het gebied van olfactie. Op cosmetisch gebied is een opvallende ontwikkeling dat ook mannen zich gaan parfumeren. Verder doet bijvoorbeeld aromatherapie op grote schaal haar intrede. In de marketing wordt het effect van geur op de kooplust ten volle benut. En op het gebied van geurtechnologie vinden opzienbarende ontwikkelingen plaats waar bijvoorbeeld kunstenaars gretig gebruik van maken. Geurtechnologie De ontwikkeling van synthetische geuren vond al eerder plaats, in de jaren negentig van de vorige eeuw. Kunstenares Clara Ursitti (beschreven in deel 1) en biochemist George Dodd ontwikkelden de 'synthetische neus'. Iedere willekeurige stof kan daarin worden geanalyseerd om vervolgens met slechts een paar ingrediënten nagebootst worden. Ursitti gebruikt de neus om geurportretten te maken, die gretig aftrek vinden op de Amerikaanse markt. De toepassingsmogelijkheden lijken onbegrensd.
Vervliegende geuren Conserveren wordt zo een kwestie van aanvullen en reproduceren, maar er zijn meer aandachtspunten bij het werken met geurkunst. Tijdens tentoonstellingen is het belangrijk om een relatief hoge luchttemperatuur te bewerkstelligen, zodat de geuren intenser worden ervaren. Om te zorgen dat de geuren niet onbedoeld andere kunstwerken bereiken, moet de betreffende ruimte afgesloten zijn met bijvoorbeeld een deur of plastic flappen. En na een tentoonstelling is het alsof een schim van het kunstwerk achter blijft, doordat geuren blijven hangen. Dit is te voorkomen door te zorgen voor egale en ondoordringbare oppervlakken in de ruimten waar de geurkunstwerken 'getoond' worden, zodat er grondig kan worden schoongemaakt. Uit vele interviews met conservatoren bleek dat bijna niemand hier rekening mee te houdt. Dat ruikt naar... Wanneer het publiek meer ervaring krijgt met geurenkunst zal er een nieuw kader ontstaan waarop mensen kunnen teruggrijpen. De oude Grieken bijvoorbeeld gebruikten geuren als symbool. Iedere god had een eigen geur die zijn of haar aanwezigheid verraadde. Kunstenaar Peter De Cupere gebruikt geuren ook op zo'n metaniveau. Hij ontwikkelde een geurenalfabet, waarbij elke letter een aparte geur heeft. Het is dit niveau waarop olfactieve kunst in de toekomst zou kunnen gaan werken. Je kan je zelfs voorstellen dat een geur ironisch gebruikt kan gaan worden of als citaat. De ontwikkelingen in de wetenschap en de aandacht die er tegenwoordig is voor geur, moeten dit in de nabije toekomst al mogelijk maken. Artikel naar de scriptie: |
ALGEMEEN
ZOEKEN
LINKS
Kunst Inhaleren, deel 1
ADVERTENTIE
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|