Film / Films

Een wereld zonder nakomelingen

recensie: Children of Men

Zo af en toe duikt Het Einde der Tijden weer eens op in Hollywood, het fatalistische onderwerp dat al sinds jaar en dag zowel filmmakers en kijkers in zijn band blijft houden. De meest creatieve doemscenario’s van hoe de mensheid dit keer weer aan zijn einde komt, hebben in de loop der jaren de revue al gepasseerd: van allesverwoestende meteorieten tot buitenaardse invasies, van dodelijke virussen tot nucleaire oorlogsvoering.

~

Het is dan ook een ware kunst om vandaag de dag nog met iets te komen dat én origineel is én ook enigszins geloofwaardig. Mexicaanse filmmaker Alfonso Cuarón (onder andere bekend van Y tu mamá también uit 2001 en Harry Potter and the Prisoner of Azkaban uit 2004) lijkt hier goed in geslaagd te zijn met zijn nieuwste film Children of Men. Hij zal de lof voor het verhaal echter wel moeten delen met schrijfster P.D. James, want de film is gebaseerd op haar gelijknamige boek uit 1992.

Geen baby’s meer

Children of Men speelt zich af in 2027. Al achttien jaar lang worden er om onverklaarbare redenen geen baby’s meer geboren op aarde. De wereld is totaal ingestort en de hoop op een toekomst ebt steeds verder weg. Theo (Clive Owen) is een voormalig activist die zich min of meer heeft neergelegd bij de uitzichtloze situatie van de wereld. Zijn enige plezier beleeft hij met zijn oude vriend Jasper (Michael Caine), een oude hippie die buiten de stad, verborgen in de bossen een zo normaal mogelijk leven probeert te hebben. Wanneer Theo op een dag ontvoerd wordt door zijn vroegere vriendin en burgerrechtenactiviste Julian (Julianne Moore), raakt hij betrokken bij een actie die misschien wel de enige hoop voor de mensheid is.

~

Het verhaal van Children of Men schetst een beangstigend geloofwaardig beeld van een anti-utopie. Een samenleving die gedomineerd wordt door macht, wetten en regels, waarin vrijheid en individualiteit nauwelijks meer bestaan. Cuarón laat op meerdere manieren het contrastrijke thema van vrijheid versus gevangenschap naar voren komen. De hoofdpersonages rebelleren allemaal op hun eigen unieke manier tegen ‘het systeem’ en de afbrokkeling van de maatschappij, waardoor ze zich weten te onderscheiden van de massa. Zij gaan hun eigen gang, kortom: zij zijn vrij, in tegenstelling tot de rest van de wereldburgers die een gestructureerd, oppervlakkig, veilig en daardoor nogal mechanisch leven leiden, waarin niets buiten de marges gebeurt.

Ook in de beelden van deze bijna onmenselijke maatschappij laat Cuarón het contrast terugkomen: kille gebouwen en grauwe straatbeelden van een sociaal onderdrukt Londen, tegenover warme en huiselijke vluchtonderkomens buiten de stad. Wat dat betreft verbeeldt hij op treffende wijze hetgeen P.D. James onder woord bracht. Maar Cuarón heeft wel een aantal nuances aangebracht in zijn filmversie van het verhaal; zo zijn in de film alle vrouwen onvruchtbaar, terwijl dat in het boek alle mannen zijn. Ook komt in het boek van P.D. James een duidelijke christelijke moraal naar voren die Cuarón in zijn film achterwege laat. ‘Geloof in de mensheid’ is duidelijk Cuaróns uitgangspunt en daarmee houdt hij iedereen, welke geloofsovertuiging dan ook, te vriend.