8weekly.nl |
Festival CEMENT's-Hertogenbosch is the place to bedoor Suzanne Groenland, Linda Mous en Moon Saris Van 11 t/m 16 maart 2008 is 's-Hertogenbosch the place to be. Dan vindt namelijk de negende editie van Festival CEMENT plaats. Tijdens dit festival staat het werk van jonge theatermakers, dansers, filmers, beeldend kunstenaars, muzikanten, performers, acteurs en regisseurs centraal. Zes dagen lang kun je je laten onderdompelen in een uitgebreid programma van ruim veertig voorstellingen en projecten. Lees nu de recensies van:
Naast de tientallen voorstellingen, waaronder verschillende premières, zijn er de Proeflokalen tekst en theater. Deze Proeflokalen bieden makers de mogelijkheid om hun gloednieuwe teksten uit te proberen op het publiek en het publiek krijgt een uniek kijkje in de keuken van het maakproces. Ook de speciale CEMENT Routes zijn interessant. De routes gaan langs diverse locaties, makers, gezelschappen, projecten en voorstellingen binnen en buiten 's-Hertogenbosch. Een nieuwe route is de Halve Zolen Lijn van 's-Hertogenbosch naar Tilburg en terug. In de Verkadefabriek vind je ten slotte een uitvoerig randprogramma waarin de makers elkaar en het publiek kunnen ontmoeten. Zo worden er inhoudelijke debatten gevoerd, is er een makerslunch en zijn er nabesprekingen. Meer informatie over het programma en de makers is te vinden op Festivalcement.nl Spelen onder schooltijd
Computerspellen, bordspellen, het maakt niet uit: spellen beheersen het leven van een jonge Bossche brugklasser. Hij is geschorst van school, maar durft het niet tegen zijn moeder te vertellen. Daarom gaat hij iedere ochtend om half negen weg en is om half vier weer terug, alsof hij gewoon naar school gaat. Ondertussen bedenkt hij, om de tijd in de stad door te komen, zijn eigen spel. Jeroen de Man speelt de jonge puber op een uiterst ontroerende manier. Tegelijk sterk en onzeker en jong en volwassen. En dat zonder dat de jongen karikaturaal of gek lijkt. Het is mooi en schrijnend om te zien hoe de puber door middel van het spelen vat probeert te krijgen op de wereld, maar zich er tegelijkertijd voor probeert te verschuilen. Ook de stad Den Bosch heeft een belangrijke rol in de voorstelling. De stad vormt namelijk het decor van het spel van de jongen. Jeroen de Man neemt ons aan de hand van zijn monologen mee op ontdekkingsreis door de stad, waarbij hij de historische adem van Den Bosch voelbaar weet te maken. En of je Den Bosch nu wel of niet goed kent maakt eigenlijk niet uit. Je kunt je er altijd iets bij voorstellen. 'n Bossche ziel is een ontroerende voorstelling over het grote spel van het leven waarmee je als puber geconfronteerd wordt en waarin je zelf de spelregels moet ontdekken. Origineel en herkenbaar voor tieners en iedereen die een tiener is geweest. (Suzanne Groenland)
Generatiekloof in Allemaal 37
Allemaal 37 begint erg langzaam. Na een half uur van semi-filosofische gesprekken en hoogdravend taalgebruik, vraag je je af of de voorstelling nog ergens heen gaat. Dan blijkt dit slechts een masker te zijn dat, naarmate de avond verstrijkt en de alcohol vloeit, steeds meer barstjes vertoont. Dit masker slaagt er niet in om de teleurstelling en verslagenheid te verbloemen die de personages zo wanhopig van elkaar proberen te verbergen. Het is alsof ze het vuur kwijt zijn geraakt. Het enige moment waarop het vuur weer een beetje oplaait, is wanneer er echt over vroeger gesproken wordt en met name wanneer de muziek van toen het oude gevoel weer aanwakkert. Afgezien daarvan zit de groep in een zich jaarlijks herhalende sleur. Dit wordt kracht bijgezet doordat tegen het einde van de voorstelling, een jaar later, exact hetzelfde gesprek plaatsvindt over de traditie van het etentje en de vraag of iedereen wel echt bij elkaar terecht kan als dat nodig zou zijn. Maas zegt van contrasten te houden en die zijn er zeker in Allemaal 37 waar de zes 37-jarige personages worden gespeeld door tieners tussen de 13 en 17 jaar, zeg maar de ultieme generatiekloof. Het is wrang maar ook lachwekkend om een jong meisje te zien kolven en haar te horen praten over de teleurstelling van het moederschap of de drie cognac drinkende mannen te horen keuvelen over snel en traag vlees. Het heeft iets absurds en het is dan ook onmogelijk om de spelers serieus te nemen als 37-jarigen. Hierdoor wordt echter juist het punt over verlies van dromen en idealisme extra benadrukt omdat het zo onnatuurlijk is om tieners in deze situatie te zien. Allemaal 37 heeft dus niet als doel om uit te halen naar volwassenen, maar eerder om hen een soort van vervormde spiegel voor te houden waarin zij zichzelf, en hopelijk ook een deel van hun jongere zelf zullen herkennen. (Linda Mous)
Op weg naar Thuis
Theatermaakster en actrice Tieman en dramaturgisch adviseur Arthur Kneepkens gunnen het publiek letterlijk een kijkje in de theaterkeuken tijdens een repetitie van de voorstelling Thuis. Een vijftiental geïnteresseerden neemt plaats op evenzoveel gammele stoeltjes om te proeven van deze voorstelling in wording. Het is even adembenemend stil totdat Tieman met een "nou, dan begin ik maar" de stilte doorbreekt en haar verhaal begint te vertellen over haar vaders Argentijnse importbruid. Afgezien van de setting die niet bepaald theatraal is (de repetitieruimte van De Wetten van Kepler) zonder podium, rekwisieten of verlichting en een enkele "tekst?" richting Kneepkens, lijkt het alsof Thuisal een echte voorstelling is. Het publiek luistert dan ook aandachtig naar Tiemans verhaal en lijkt erin op te gaan. Pas aan het einde van haar eerste monoloog, wanneer Kneepkens wat advies geeft en Tieman het laatste stuk tekst opnieuw doet, wordt echt duidelijk dat de voorstelling nog midden in het repetitieproces zit. Na de tweede poging wordt ook het publiek erbij betrokken en ontstaat er een korte discussie over welke interpretatie nu beter was en meer indruk maakte. Er is nog tijd voor de tweede monoloog – over bejaarden en slagroomsoesjes – die Tieman nog niet uit het hoofd kent en van blad voorleest. Het heeft een beetje weg van een schrijver die uit eigen werk voordraagt, maar wel met zeer veel overgave en humor. Ook hierop komen aan het einde enkele opmerkingen van oplettende toeschouwers die zich langzaamaan ook de rol van kunstcriticus hebben aangemeten. Hoe de voorstelling er uiteindelijk uit komt te zien, is nog erg de vraag. "Het einde is nog niet geschreven," vertrouwt Tieman het publiek toe, "en er zijn op het moment nog vier verschillende eindes mogelijk." Toch was zelfs een repetitie al erg interessant en de ingrediënten voor een leuke voorstelling lijken allemaal aanwezig. En zeg nou zelf, hoe vaak krijg je als publiek de kans om over de schouder van de chef te kijken voordat het eindproduct aan je wordt voorgeschoteld? (Linda Mous)
Serieus speels familiedrama
Om met het belangrijkste nadeel van zijn make-over te beginnen: Willems drong zo ver door tot de van alle tijden zijnde kern van het verhaal, dat er erg weinig argumenten overbleven; eigenlijk te weinig om ruim vijf kwartier mee te vullen. Af en toe vallen de drie overgebleven hoofdrolspelers in herhaling, het stuk duikt vrijwel nergens echt de diepte in. Neemt niet weg dat het, ondanks het niet overal even scherpe spel op deze première, weet te raken en meesleept tot het bittere eind. Soms akelig zwartgallig, soms aandoenlijk poëtisch en geregeld zelfs – ja, Willems krijgt het voor elkaar in dit serieuze drama! – erg grappig. En het maakt complexe materie kraakhelder, de andere kant van de 'kern'medaille. De verse koning Kreon van Thebe bewaakt uit alle macht de wankele vrede met de scherpe tegenstelling vriend-vijand, wij-zij, oftwel: zijn dode tweelingneven, de wel begraven Eteokles en de onbegraven Polyneikes. Kreon wil liefst alle ellende in de doofpot stoppen en is, zeker in de eerste helft, in een vrolijke, zelfverzekerde bui; naarmate hij zijn eigen drogredeneringen doorziet en de onvermijdelijke toekomst zich opdringt, wordt hij wankeler en angstiger. Zijn aanstaande schoondochter Antigone ziet geen vriend of vijand, maar slechts een dode die niks meer verkeerd doet en nog steeds haar broer is, zelfs al stroomt zijn bloed (dat ook haar bloed is) niet meer en staat zijn hart (dat ook haar hart is) stil. Zij uit zich aanvankelijk alleen als iedereen slaapt, is een klein, bang diertje dat alles kwijt is wat ze liefheeft, aan niets anders kan denken en laat steeds roekelozer dat wat dood is prevaleren boven dat wat leeft.
Hemon, Kreons zoon en Antigones vriendje, staat tussen twee vuren en zegt wel alles voor z'n melancholieke meisje te willen doen, maar komt niet bepaald over de brug. Willems maakt geen keus voor een van de personages, ze zijn niet bijzonder sympathiek of onsympathiek. Er is voor alles wat te zeggen, zelfs voor de ontzettende eigenwijsheid van het meisje en het bangige opportunisme van de koning en de blijige variant van zijn zoon. De scène bestaat uit een enorme steiger die symbool staat voor een land in opbouw na een periode van afbraak – de stilte na de storm, in Kreons woorden. Door een tafel, een kroonluchter en drie stoelen doet deze steiger heel hip en huiselijk aan, heb je echt het gevoel dat je binnenkijkt en wordt het een waar familiedrama, dat op momenten akelig dichtbij komt en heel af en toe zelfs dwars door je heen gaat. Dat komt zeker ook door de taal, die om van te smullen is. Serieus speels. Met een omweg recht op z'n doel af. De ene poëtisch-prachtige zin nog niet weggestorven of de volgende doemt al op, afgewisseld met mooie metaforen, eyeopenende oneliners, wisse wijsheden en melige moderniteiten. "Alle koetjes zijn op, de kalfjes zijn dood." Die Willems komt er wel. (Moon Saris)
Echt dichtbij komt Nah bei dir niet
Maar ook met de aankondigingstekst in je achterhoofd kom je niet heel veel verder. Nou ja, je weet dan dat het over intermenselijke relaties gaat. Maar de 'kleine ruimte' die wordt beschreven, is in dit geval een lel van een zaal, zonder enige opsmuk, die zowat van zijdeur tot zijdeur wordt gebruikt. Erin slechts drie neutraal geklede mensen en twee multifunctionele, witte halve cirkels, die, dat moet gezegd, prachtig worden gebruikt op alle mogelijke manieren – en dat zijn er nogal wat. Opgedrongen aan elkaar zijn deze mensen beslist niet, al zou de onvermijdelijkheid van de nabijheid wel het uitgangpunt van de voorstelling zijn. Neem niet weg dat er beslist wel wat te genieten valt in Nah bei dir, want de dansers hebben beslist kwaliteit en ook de choreografe kan heus wel wat. Vooral in het tweede deel, als er expliciete solo's en duetten worden gedanst, als de drie dansers in maniëristische constellaties om elkaar heen draaien, als de nabijheid en de confrontatie worden opgezocht, wordt spanning opgeroepen. Sommige scènes zijn heel mooi; gevoelig, krachtig, grappig soms ook; op z'n tijd is het wel spannender om naar de geweldige schaduwen op de grijze muren te kijken dan naar wat er op de vloer gebeurt. Maar het blijven scènes, zonder duidelijk verband, en met een inhoud die zich maar moeilijk laat raden. De videobeelden van lichamen zijn mooi om naar te kijken en beschijnen de dansers prachtig, maar lijken niet zo veel te zeggen. Nah bei dir is bij vlagen prettig om naar te kijken, maar wil nergens echt dichtbij komen. (Moon Saris)
Groeivoorstelling over landverhuizers
Bezoekers van Powerboat-voorstellingen mogen nooit zo maar op een tribune gaan zitten en afwachten wat er gebeurt. Ze 'spelen' mee en bepalen zo deels wat er gebeurt. In de nieuwste aanzet tot een voorstelling, Poldertango, draait het om landverhuizers die een geblinddoekte barre tocht moeten doormaken, met veel vertrouwen in elkaar aankomen op nieuwe grond en daar hun huizen mogen bouwen – totdat een 'storm' ze probeert te verwoesten. Festival Cement is vooral een festival waar jonge, innovatieve makers zich kunnen presenteren. Dat trekt een publiek aan dat wel in is voor experiment. En dat speelt Powerboat in de kaart. Want de meeste gasten blijven na afloop van hun landverhuizing lekker nog even nakeuvelen bij de typisch Hollandse hapjes en vertellen wat ze ervan vonden en waarom. De makers van Powerboat verwerken hun nieuwe inzichten de volgende dag al in het stuk, waardoor het hopelijk telkens een beetje beter wordt. En ergens onderweg krijgt Poldertangovast de rode draad die het nu nog mist. (Moon Saris)
Brief aan geliefde over alles en niks
De tekst van de monoloog Lieve Abcdefghijklmnopqrstuvwxyz zwalkt niet onprettig van surrealisme naar realisme; van dromerig, vaak zelfs nachtmerrie-ig, naar realistisch. Willems weet aardig zijn weg met woorden. Die gaan over het nuttigen van worstjes en koffie, over huilen naar de maan, over zijn donkerder wordende woonruimte, over een binnenvliegende vogel, over het verwarren van Jezus en Stalin, over Magere Hein met een brandende voet, over rennende negers op het vliegveld die meegaan naar huis om te eten en te dansen en de hoeren aan de overkant te beklimmen – over alles en niks en dat soms zelfs tegelijkertijd. Willems is een wat haastige prater, waardoor de snellere switches niet altijd goed te volgen zijn. Ook wordt niet duidelijk wie hij zelf eigenlijk is en waarom hij zo doet als hij doet. In de korte, gekke liedjes daarentegen komt hij met z'n rasperige zangstem heel goed uit de verf; een welkom kleinkunstelement, zoals ook het betrekken van de muzikanten. Al met al heeft Lieve Abcdefghijklmnopqrstuvwxyz iets te veel losse eindjes om een logische voorstelling te vormen. Dat mag op Festival Cement, zeker omdat het gaat om een vooronderzoek voor een grotere muziektheatervoorstelling van Erik Willems die komende zomer in première gaat op Theaterfestival Boulevard. Tijd genoeg dus om nog wat eindjes aan elkaar te knopen. (Moon Saris) Daniil Charms in optima forma
De jonge actrice/theatermaker koos met de inbreng van muziek en klassieke zang geen voor de hand liggende oplossing, maar wel eentje die werkt. In de industriële zaal van galerie Artis staat een kleine tribune. Die kijkt uit op een zaal vol stalen pilaren met rechts op de vloer een tafel, een ouderwets fornuis en ietsje verder een kast – een klein speelveld in een verder lege zaal. Een man in winteroutfit speelt trombone, twee dames in dikke kleiding warmen hun handen aan de kookplaat. Af en toe werpen ze een smekende, angstige blik de zaal in. De toon wordt gezet als de man zijn blaasvocht laat uitdruipen in de pan op het fornuis; die hebben het arm, zo veel is duidelijk. Komt de grommende gast wel gelegen?
De blikken en bewegingen zijn traag en overdreven, popperig bijna. Ze houden de aandacht perfect vast, ook als er weinig tot niets gebeurt. Op een paar momenten brengt een open deur, fornuis of koffer leven in de brouwerij met een plotseling licht, gevolgd door bibberende kou; de storm komt overal dwars doorheen. De herhaling van deze 'verschijning' en de reactie van de spelers erop maken het, samen met wat andere bewegingen over de vloer, bijna tot een choreografie. De onlogische teksten komen er veelal (goed!) gezongen uit, of soms met een opera-achtige articulatie. Dat trekt hoe dan ook de aandacht naar de nietszeggende woorden en maakt de inhoud belangrijk en aantrekkelijk, al is die dat eigenlijk niet. Het gaat nergens over en toch wil je blijven kijken en luisteren. De wereld op z'n kop. Daniil Charms in optima forma, met dank aan Peerke Malschaert en vier prachtige conservatoriumstudenten met een opmerkelijk acteertalent. (Moon Saris) Stoelendans voor collega's
Op de kale vloer staat een wachtkamerbankje. Erop zitten vier mensen, strak in het pak, de haren strak achterover, met strakke gezichten. Eronder hangt een lampjesslinger die slechts af en toe aanflitst, als was er kortsluiting. Dat gebeurt als de vier eenmaal beginnen te praten, zich redelijk rap de verhoudingen aftekenen en de misverstanden zich opstapelen. Deze mensen zijn collega's. De geveinsd joviale met een T-shirt onder z'n pak is de chef; een borrelpratende man die alle clichés van de opgewerkte leidinggevende in zich heeft. De andere drie zijn collega's zoals iedereen die wel eens op een kantoor heeft gewerkt ze kent. Ze zoeken erkenning, spelen politieke spelletjes of slijmen zich een weg door het werk. Ze hebben één ding gemeen: ze willen eigenlijk weg, maar kunnen niet anders dan blijven – totdat ze horen hoe onmisbaar ze zijn? En dat laten Osterop (die tijdens Cement Sanne den Hartogh vervangt) en collega's pijnlijk grappig zien in geloofwaardige, soms misschien net iets te expliciete, dialogen, met overwegend kleine gebaren en blikken. Wat deze mensen doen, weten we niet, waar ze het over hebben evenmin. Mooi, dan leidt dat niet af van de wisselende 'relaties' in wisselende situaties die hier centraal staan. De naam Olivier Provily, met wie Osterop als acteur samenwerkte in onder meer Fragmenten en Lichaam bij HZT, dringt zich op, en niet alleen door de keuze van het onderwerp. Ook de kale scène; de koude aanpak; de dingen die tussen de regels door gebeuren doen aan Provily's werk denken. Met één groot verschil: Osterops kijk op groepsdynamica is luchtiger van toon en vloeiender, swingender en jonger van taalgebruik. Niet minder raak, wel herkenbaarder en makkelijker om naar te kijken. In de uitvoering mag het her en der nog wat strakker, maar Osterops nummer 2 mag er zijn. Geschikt voor iedere collega met een beetje zelfbewustzijn/zelfspot én bewust collegalozen. (Moon Saris) 8WEEKLY zag eerder Suza van Hanna Jansen, Sing van De Wetten van Kepler en Bar Bob van Jef van Gestel. |
THEATER
Gezien op 11 maart 2008
ZOEKEN
LINKS
Festival CEMENT
ADVERTENTIE
THEATER
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|