8weekly.nl

 

De Toneelschrijfdagen - Amsterdam

Een keur aan nieuw theaterrepertoire

door en
fotografie: René den Engelsman
12 april 2008

Zoals overal zijn er ook in de theaterwereld optimisten en pessimisten. Wat betreft het Nederlandstalig theaterrepertoire lopen de meningen bijvoorbeeld sterk uiteen. Sommigen zeggen dat de toneelschrijver in ons taalgebied te weinig status heeft en dat er te weinig teksten van hoge kwaliteit geschreven zouden worden. Anderen daarentegen roemen de flexibiliteit van de Nederlandstalige schrijvers en hun stilistische diversiteit. Voor hen die willen weten wie gelijk heeft, bieden De Toneelschrijfdagen dit weekend een mogelijke uitkomst. Het Platform Theaterauteurs presenteert vandaag en morgen een veelheid aan nieuwe teksten. Sommige nog in zeer ruwe staat, andere al bijna afgerond en enkele zelfs al helemaal speelklaar.

De Toneelschrijfdagen zijn dit jaar kort maar krachtig: twee dagen met workshops, interviews, proefsessies en optredens. Wie meer wil weten over de stand van de Nederlandstalige toneelschrijfcultuur, of wie zich wil laten inspireren door beginnende of reeds gevestigde auteurs, kan dit weekend in de Balie terecht. 8WEEKLY is in ieder geval nieuwsgierig en luistert mee naar dit theater van de toekomst.

Over hoe een kind de kunst in kan rollen
Portuurtje – Gesprek met Cornel Bierens en Willem de Wolf
De Balie, Amsterdam œ 5 april 2008

Zelfs de luchtige onderdelen tijdens de Toneelschrijfdagen zitten barstensvol inhoud. Dat kan ook haast niet anders als je kiest voor een thema als kennis. Marian Boyer, artistiek leider van het Platform Theaterauteurs (PTa): “De wereld loopt over van amusement. Maar tegelijk zie je ook een hang naar cursussen, naar kennis.” En aan dat laatste doen ze bij PTa gelukkig ook mee, door een koppeling te leggen tussen kennis en kunst.

Marian Boyer interviewt Cornel Bierens
Marian Boyer interviewt Cornel Bierens
Geen onbedwingbare neiging
Aan het woord is Boyer Cornel Bierens, opgeleid als klinisch psycholoog en daarna ook als kunstenaar omdat hij 'liever problemen opwierp dan oploste'. Hij schreef Schildpad met Roos en Mes, een roman over beeldende kunst met een opgroeiende jongen als hoofdpersoon. Een boek dat enkele jaren geleden ook op de planken werd gezet door het Onafhankelijk Toneel.

Aan woorden geen gebrek bij deze eloquente man. Hij vertelt alsof hij het dagelijks doet over hoe hij met kunst in aanraking kwam. “Ik spreidde voor de kunst niet al jong een bijzonder talent tentoon. Rond mijn 20e schilderde ik ineens heel mooie portretten. Het was niet iets waartoe ik vanaf m'n zevende een onbedwingbare neiging had.” Zo ging het ook met schrijven: “Ik schreef brieven, kreeg daarop reacties en dacht vaak: ik kan het beter. Goh, zeiden ze, wat schrijf jij filosofisch. En zo kwam ik erachter dat ik kon schrijven.”

Veronica veegt Jezus' hoofd
Boyer geeft Bierens volop de ruimte om te vertellen over hoe het eerste schilderij waar hij voor bleef stilstaan een van de kruiswegstatiën was, die waarop Veronica Jezus' hoofd met een doek afveegt. “Dat werk bewoog voor mij, ik ervoer echte interactie. Het was geen bijzondere kerk, het was geen groot kunstwerk, maar het raakte me wel.” En achteraf beschouwd was het de ontwikkeling van de kunst in een notendop: “Het was eerst een fabriek, toen een kerk en nu een supermarkt.”
Deze kleine kennismaking in de kerk was een beginnetje van hoe hij zich zou verdiepen in werk en leven van Vincent van Gogh en hoe zijn kennis het mysterie van de kunst voor hem niet vernietigde maar juist bestendigde. En met Van Gogh leerde hij de kennis kennen, want waar de schilder naar verwees, dat wilde hij ook lezen. “Ik ben net als hij literatuurminnaar. Het onafhankelijk denken wat je daaruit haalt, is onnavolgbaar.” Het verbaasde hem dan ook hogelijk dat een deel van zijn boeken die hij schonk aan de Rietveld uiteindelijk belandde in een kunstwerk, verlijmd werd in een stoel. Kennis en kunst in een nieuw daglicht, zullen we maar zeggen.

Lieve hartjes schilderen
Het past wel in de tijd, vindt Bierens, in de tijd dat er te veel boeken zijn en dat mensen meer boeken kopen dan ze daadwerkelijk lezen. Een trend waarnaar kunstenaar Job Koelewijn verwijst met zijn uit grote werken bestaande benzinestation. “Kennisvergaring gaat nu op een andere manier. Het heeft geen zin daartegen te ageren.”
De schrijver-kunstenaar krijgt nog even tijd om zijn eigen werk aan te stippen, vooral dat waarin hij vmbo-leerlingen wilde laten kennismaken met kunst, terwijl zij liever hartjes schilderden op de tegeltjes die samen een gigantische reproductie moesten vormen van Breitners Eunuch.

Dirkje Houtman interviewt Willem de Wolf.
Dirkje Houtman interviewt Willem de Wolf.
After Eight-reclame
De tweede die deze middag zijn zegje mag doen, maar dan op gang getrokken door Dirkje Houtman van Dood Paard, is Willem de Wolf. Hij maakte samen met Ton Kas jarenlang eigen, vernieuwend theater (Kas & De Wolf) en schreef volgens de pers nu pas 'zijn eerste theatertekst', Bazel, die zich afspeelt rond de kunstbeurs in die Zwitserse stad.
Hoofdpersoon is een man die, in de woorden van De Wolf, "zelfs jaloers was op de mensen in de After Eight-reclame, die na het eten aan tafel bleven zitten.” Een jongen uit niet al te beste kringen die op eigen kracht zijn oude leventje is ontstegen, maar steeds blijft vrezen dat iedereen aan hem ziet waar hij vandaan komt. Niet zo maar een typetje, maar behoorlijk gebaseerd op Willem de Wolfs eigen leven. Waar de zondag bestond uit een uitwedstrijd van Velocitas en 's avonds thuis nog Studio Sport. “Ik voetbalde zelf ook en vond dat niet vervelend, maar had al snel door dat het niet alles kon zijn. In tegenstelling tot mijn vader en mijn broer, die vonden het allemaal prima.”

Kunst betekent vrijheid
Zijn weg uit die wereld was de kunst, want dat, zo wist hij al jong, betekende vrijheid. Dat had hij wel begrepen uit de gesprekken die hij hoorde op de radio, de tv, van de leraren, waaruit hij opmaakte welke mogelijkheden allemaal denkbaar waren. Heel wat anders dan het enige boek in huis, Konsalik. Maar de echte stap maakte hij pas na het voortgezet onderwijs, het toneel in, omdat de leraar Nederlands had gezegd: “Je kunt goed toneelspelen. En daar kun je ook je beroep van maken.” De noodzaak, als dat het is waar het om draait in toneel, nou die had ie wel.
En toen, toen begon het grote lezen, met al zijn gretigheid. En al na drie dagen kwam hij zijn partner tegen voor de komende 25 jaar: Ton Kas, ook net op de toneelschool geland en uit een soortgelijke achtergrond. “De enige manier om je te handhaven, was om je te onderscheiden. Dus dat hebben we gedaan. Want als er iets was wat we niet wilden, was dat weggestuurd worden. En dat gevoel heeft me nog heel lang achtervolgd, dat ik weggestuurd kon worden. Terug naar Groningen, terug naar huis.”

Subsidie als levensloopregeling
Interviewster Houtman raakt zijn achilleshiel als ze zegt: “Het is nooit vanzelfsprekend geweest dat je er deel van uitmaakte.” “Die natuurlijke manier van omgaan met ideeën, met boeken, dat vanzelfsprekende, ik ben er altijd jaloers op geweest. Nog steeds ervaar ik dat als moeilijkheid. Maar juist dat bracht ons tot het leidende principe: wat wij maken, mag nergens op lijken, het moet altijd bijzonder zijn. De noodzaak om bijzonder te zijn, daar staken we al onze energie in. We speelden nooit repertoire, dat deden anderen al.”
En plotseling, in de vorige kunstenplanperiode, vlogen Kas en De Wolf eruit. Even zag De Wolf het toneel niet meer zitten, en hij ging Duits studeren. “Dat heeft me meer pijn gedaan dan ik had verwacht, al had ik nooit gedacht dat subsidie een soort levensloopregeling was.” Maar via het Duits kwam hij vanzelf weer terug in de wereld die inmiddels toch wel minstens een beetje de zijne was geworden. Bernard, Handke, Thomas Mann – de laatste pakt hij momenteel bij de kop in een tekst gebaseerd op De Toverberg. “Het is onontkoombaar. Ik kan blijkbaar zulke dingen niet lezen en voor me houden. Ik moet erover aan anderen vertellen. In een toneelstukje of zo. Nee, het toneel, daar ga ik nooit meer bij weg.” (Moon Saris)

Net als in de film
Meemeesteren – Kris Cuppens over theatertaal vs. filmtaal
De Balie, Amsterdam œ 6 april 2008

Toneelschrijvers meesteren mee met Kris Cuppens
Toneelschrijvers meesteren mee met Kris Cuppens
Het is net na de lunch op dag 1 van de Toneelschrijfdagen. Na een heftige morgen gaat het klasje van Kris Cuppens nog een paar uurtjes verder met het onderwerp waarin het zich dit weekend vastbijt: theatertaal versus filmtaal. Een paar handenvol (kandidaat-)toneelschrijvers heeft zich aangemeld om er met de gelauwerde acteer/regisseur/schrijver over van gedachten te wisselen en aan te werken. Anouk Smit schreef twee versies van haar passage over Euridice. Eentje voor het toneel en eentje voor de film.

Staand zeggen 'ik lig'
De eerste is een lopende tekst, vol mooie woorden, lange zinnen en fantasierijke wendingen. Euridice valt uiteen in vijf personages, van Euridice beschouwster tot Euridice minnares. Cuppens analyseert het schrijfwerk kort, zegt dat hij ze ziet als kanten van dezelfde vrouw en niet als vijf verschillende vrouwen, “als de zijden van een diamant die draait in het licht”.
Misschien dat je het op toneel met vijf vrouwen kunt wegzetten, maar in film zou dat niet werken. “Op een podium kun je staand zeggen 'ik lig hier' en het kan geloofwaardig zijn. Dus ik zie geen onoverkomelijke moeilijkheden om dit op toneel te ensceneren”, constateert 'de meester'. Maar voor film zou het anders moeten zijn, en niet voor niets heeft Anouk Smit ook daarvoor een kort scenario geschreven. Dat ziet er totaal anders uit dan haar toneelversie. Is haar theatertekst heel verhalend, in het scenario legt ze iedere camerabeweging vast, beschrijft minutieus hoe het beeld 'tilt' of 'pant' en hoe close het is.

Toneelschrijvers
Toneelschrijvers
Van de enkel (waarop een slangenbeet) naar de lucht (waarin een straaljager) naar het gezicht (waarin haar emotie gevangen lijkt). “Dat is goed”, vindt Cuppens. “Het geeft heel goed aan waar het naartoe gaat. Het wordt misschien geen straaljager, maar je begrijpt als regisseur wat ze ermee wil zeggen.” Vervolgens ontleedt hij, samen met de groep, de bedoeling van Smits tekst en maakt hij gaandeweg duidelijk dat de keus om iets al dan niet te tonen bepalend is voor de intentie en de spanning.
Ook laat hij zien hoe je, zoekend naar de essentie, eenvoudig een graanveld kunt vervangen door een afgelegen straatje of een straaljager door een voorbijrijdende motor – het beeld blijft dat op een verborgen plek een vrouw ligt die doodgaat en niet om hulp kan roepen, zodat zelfs nabije passanten haar voorbijgaan. Daarin kun je ver gaan, want: “Als je de mythe vertaalt naar nu, moet je dan zelfs die slangenbeet er wel in houden? Het gaat erom dat ze verlamd is, doodgaat en de buitenwereld niet kan bereiken.” De poging om met een eenvoudige camera-installatie een vrouw op een tafel te filmen als was zij de stervende dame is niet bepaald verhelderend en loopt niet echt op iets uit. Behalve dan dat het Cuppens de gelegenheid geeft aan te tonen dat bepaalde bewegingen sterker zijn dan andere, dat dingen soms anders uitpakken dan je op papier zou denken en dat iets niet laten zien ook heel wezenlijk kan zijn.

Gebrekkige vertaling
Twee andere teksten komen deze middag nog aan de orde. De collega-schrijvers proberen samen met Kris Cuppens vingers op zere plekken te leggen. Dat zit 'm soms in zwaktes in het verhaal an sich, soms in een gebrekkige vertaling naar het medium film. Bijvoorbeeld: de ontbrekende noodzaak voor een gebeurtenis, de onduidelijke symboliek achter iets, een te abstracte inhoud of een te absurde toon.
Wie gewend is te werken voor het theater, is er snel achter dat film niet per se mogelijkheden met zich meebrengt. Eerder beperkingen. Want steeds is de vraag: dit kan in het theater wel, maar hoe werkt dit op beeld? De beste manier om dat te leren, is door er flink mee bezig te zijn. En dat is wat gebeurt tijdens deze intensieve meemeestersessie met Kris Cuppens. Maar het zou mij niets verbazen als de toneelschrijvers in zijn klasje na twee volle dagen tot de conclusie komen dat er niets gaat boven schrijven voor het medium met de eindeloze mogelijkheden: theater. (Moon Saris)

Weerspiegeling van de tijdsgeest
Verse Tekst '08 - Tussen theater en proza
De Balie, Amsterdam œ 6 april 2008

Een jaarlijks terugkerend onderdeel van de Toneelschrijfdagen is Verse Tekst, een inzendronde waarvoor schrijvers uit Nederland en Vlaanderen nog -vrijwel- ongespeelde toneelteksten kunnen insturen. De acht beste teksten werden afgelopen zondag door een zevental acteurs voorgelezen. Waren voorheen de teksten integraal te beluisteren, nu waren fragmenten ervan losjes tot een geheel gemonteerd. Onder begeleiding van geluidenmaker Alan Purves leverde dit een wat onbevredigende lezing op die weinig inzicht in de teksten gaf. De aansluitende discussie maakte veel goed.

Reiger en koe
Inzet van Verse Tekst is een stimuleringsbeurs van het Platform Theaterauteurs (PTa). Winnaar dit jaar is de jonge schrijver Rik van den Bos met zijn stuk Berm. Een intrigerende tekst over een dochter die, omdat er wat gebeurd is, haar moeder in Groningen opzoekt. Onderweg in de trein ziet ze iets.
"Er staat een reiger. Er staat een reiger naar een koe te kijken. In een groot weiland staat een reiger naar een koe te kijken. Er zit maar een meter of vier tussen. De slanke zilveren reiger staat kaarsrecht op zijn dunne poten en kijkt naar de koe.
Hij snapt het niet.
Wat is dat nou?
Denkt'ie.
Wat is dat?
Ja, een koe, dat weet de reiger ook wel, (...) De koe graast. De reiger kijkt en je ziet hem denken. Wie ben IK? Als ik die koe niet snap, wie ben ik zelf dan?"
Waarna de dochter aan de noodrem trekt, de trein uitspringt en zich in de bosjes verbergt voor de conducteurs die achter haar aankomen. Als ze weer tevoorschijn komt, kan ze het weiland met de reiger en de koe niet meer vinden. Rik van den Bos schreef een beklemmende tekst waarin hij een introspectieve monoloog van de dochter combineert met een van onbegrip wringende dialoog tussen dochter en moeder. De onderhuidse spanning is constant voelbaar hoewel de oorzaak, althans in het gepresenteerde fragment, niet wordt benoemd. Het door acteurs Mijke Werkema, Joke Tjalsma en Thomas Oerlemans voorgelezen deel is intrigerend en smaakt naar meer. Maar terwijl van andere teksten een aantal keer een fragment wordt gepresenteerd, moet Berm het deze middag met een enkel leesmoment stellen. Van speciale aandacht voor de winnaar is hier geen sprake.

Versnipperd
Nou is het natuurlijk zo dat andere teksten zich er beter voor lenen om in kleine stukjes te worden gehakt. Ditte Pelgrom, verantwoordelijk voor het monteren van de tekstfragmenten, heeft ervoor gekozen een paar sterk door vorm bepaalde stukken verschillende keren te laten terugkomen. Dit werkt bij sommige teksten wel, bij andere niet. Het is minder geslaagd in het geval van Ziet ze, van Anne Büdgen. Dit stuk beschrijft hoe een vrouw in een bus haar leven voor haar geestesoog voorbij ziet trekken. De repetitieve vorm van de tekst lijkt een aardige rode draad te bieden voor een gefragmenteerde presentatie. Maar het pakt minder goed uit, de door Büdgen gekozen complexe zinsconstructies vragen juist om de verdieping van een aandachtig oor. Nu zo versnipperd gepresenteerd, wordt de zuigende kracht van de tekst ondermijnd. Bij andere teksten werkt het versnijden aanzienlijk beter. Een aardig voorbeeld is het stuk De mama, de papa en de nazi van Bruno Mistiaen. Over hoe een jonge jongen, met problemen thuis en op school gepest, zich ontwikkelt tot een neo-nazi. Een grappig en tegelijk indringend verhaal dat pijnlijk inzichtelijk maakt hoe zo'n radicaliseringproces verloopt. In dit geval werkt het opdelen in korte fragmenten goed, de tekst is er scherp en helder genoeg voor en werkt toe naar een duidelijke climax. Acteur Willem de Wolf met zijn ietwat lijzige stem is een gedroomde vertolker.

Storende factor
'Gerauschmacher' Alan Purves vormt tijdens de tekstlezing letterlijk een storende factor. De geluiden die hij aan een veelheid aan speelgoedfluitjes, belletjes, trommels en snaren weet te halen, zijn misschien op zichzelf intrigerend maar ondersteunen de teksten amper en zijn af en toe zelfs ronduit storend. Dat het PTa ieder jaar opnieuw wil zoeken naar een vorm om de voor Verse Tekst geselecteerde stukken te presenteren is een prijzenswaardig uitgangspunt. Het is immers geen sinecure om theaterteksten zonder ze daadwerkelijk te spelen tot hun recht te laten komen. Maar de keuze van dit jaar voor een tekstmontage met ritmische begeleiding is helaas wat minder geslaagd.

Inspiratiebron of groot verhaal?
Na de tekstlezing vindt, onder enthousiaste begeleiding van journalist Lex Bohlmeier een interessant gesprek plaats tussen het aanwezige publiek, PTa-voorvrouw Marian Boyer en Heleen Verburg, lid van de beoordelingscommissie. Verburg benoemt een kenmerk dat de commissie in veel van de ingezonden stukken heeft waargenomen. Zij ziet een groot aantal introspectieve teksten, waarin de binnenwereld van het personage centraal staat. In dit soort stukken is weinig sprake dialoog, het zijn intieme ziele roerselen waarin de buitenwereld maar beperkt aanwezig is. Verburg stelt de vraag waar deze ontwikkeling vandaan komt, is het een weerspiegeling van de tijdsgeest, van een maatschappij waarin steeds minder met elkaar wordt gepraat? Tegelijkertijd roept deze constatering de vraag op of het wel echte, volwaardige toneelteksten zijn. Van een klassieke spanningsopbouw is bij dit soort stukken namelijk nauwelijks sprake. Een schrijver in de zaal merkt op dat veel theaterteksten tegenwoordig steeds vaker worden geconcipieerd als inspiratiebron voor een regisseur en diens bewerking ervan tot een voorstelling. Een theatertekst wordt niet meer geschreven als een volledig op zichzelf staand werk dat na voltooiing op de plank ligt, wachtend tot een regisseur voorbij komt die het exact volgens de aanwijzingen van de schrijver wil uitvoeren. Dit is een duidelijk uitvloeisel van het voor Nederland karakteristieke regisseurstoneel waarin de regisseur als een scheppend kunstenaar allerlei theatrale middelen, waaronder teksten, tot een geheel componeert waarmee zijn visie en zijn verhaal het beste tot uiting komen. Ja, voor zulke regisseurs is het lastig schrijven, die zetten toch alles naar hun hand. De kwestie is dan ook of de schrijvers van introspectieve teksten wel bij die theatermakers aansluiting moeten willen vinden. Vragen hun schrijfsels niet eerder om een nieuwe theatrale vorm, met meer hoorspelachtige elementen?

Aan de andere kant is er ook een andere groep theatermakers, die teksten kiest omdat deze een voedingsbodem bieden voor wat ze wil vertellen. En het lijkt er zelfs op dat die groep zich uitbreidt, met pas afgestudeerde regisseurs als Thibaut Delpeut en Susanne Kennedy aan het roer. Er gaan bovendien stemmen op dat de post-postmoderne mens weer toe is aan nieuwe grote verhalen. Verhalen met een kop en een staart, die duiding geven aan onze complexe wereld. Dit soort toneelteksten vereist een scherpe dramaturgische lijn, maar of de jonge toneelschrijversgeneratie die kwaliteiten in huis heeft, daarover valt na Verse Tekst '08 nog niets te zeggen. (Sara van der Kooi)







 THEATER
De Toneelschrijfdagen Amsterdam
Het Platform Theaterauteurs
Gezien op 5 april 2008
Gezien in De Balie , Amsterdam

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:


 ADVERTENTIE