Chinese kunst is momenteel 'booming business'. Hoe kan het dat er uit een land, waarin nog geen dertig jaar geleden alleen staatskunst in dienst van Mao's communistische regime bestond, werken worden geproduceerd die niet alleen vernieuwend zijn, maar ook nog eens van kwalitatief hoog niveau? Deze vraag wordt beantwoord in de tentoonstelling Tekens aan de wand. Het toont de ontwikkelingen na de dood van Mao en het eind van de Culturele Revolutie in 1976. Een periode van hoop, maar ook van strijd. De getoonde verzameling werken uit die tijd geeft weer hoe Chinese kunstenaars het gevecht met het verleden in rap tempo wisten te winnen en de toekomst nu met een uitdagende blik tegemoet zien.
![]() |
| He Duoling en Ai Xuan, The Third Generation, 1984 |
Een nieuwe werkelijkheid
De kunst uit de eerste jaren na Mao's dood staat nog in de traditie van geïdealiseerd staatsrealisme, wel sijpelt het maatschappelijk engagement al door. Tears Flooding the Autumnal Fields van Chen Danqing is een van de eerste werken met niet-propagandistische elementen. Voor een idyllisch wuivend korenlandschap bevindt zich een groep landarbeiders die treurt om de dood van Mao. Deze Tibetanen -en dus géén Chinese arbeiders!- zijn niet langer geïdealiseerd. Geen gezond ogende glimlachende arbeiders, maar verweerde boeren in realistische weergave. Propaganda maakt plaats voor werkelijkheid, de 'utopie' wordt doorbroken. Dat het ontdekken van dit ‘Nieuwe Realisme' van groot belang was, mag al blijken uit het feit dat er een afzonderlijke zaal is gevuld aan de serie 'Yi People' (Gao Xiahua) met realistisch geschilderde portretten van Tibetaanse boeren.
![]() |
| Gu Wenda, Mythos of Lost Dynasties - Modern Meaning of Totem and Taboo, 1986 |
Mao is dood, lang leve Mao?
Dat blijkt in de volgende zalen, waar Mao zelf nog steeds een 'geliefd' onderwerp is. Ondanks Gu Wenda's statement is het verwerkingsproces van zijn regime nog niet ten einde, al is het voor westerse ogen niet direct zichtbaar. Zo hangt er een schilderij met daarop de panda -'China's andere nationale knuffelbeer'- in een stralenkrans. Deze manier van afbeelden was strikt voorbehouden voor portretten van Mao. In The New Generation verplaatst Liu Wei het portret van Mao naar de achtergrond, terwijl op de voorgrond de nieuwe generatie -met de rug naar hem toe- al klaar zit. Tevens is er een pop-art versie van een van China's meest beroemde propagandafotos: Mao die gemoedelijk op bezoek is bij een boerengezin.
![]() |
| Liu Wei, The New Generation, 1991 |
Boooring!
De vrijheid wordt inderdaad met beide handen aangegrepen voor alweer een volgende generatie kunstenaars. In Series 2 No. 2 van Fang Lijun zijn op de achtergrond drie apathisch ogende mannen te zien in typisch Chinese werkkledij. De man op de voorgrond (in westers poloshirt!) geeuwt uitbundig. Een vrije interpretatie van Hendrikse is dat deze generatie verveeld is geraakt van het telkens weer moeten praten over het verleden. Liever houden zij zich bezig met de toekomst en met het ontwikkelen van een eigen kunst.
![]() |
| Fang Lijun, Series 2, no. 2, 1991 - 1992 |









diverse kunstenaars - Vaders en Zonen: Beeldhouwers kiezen beeldhouwers
Welness
Elia Barceló - Donker geheim
Barbara Demick - Hand in hand in het donker. Leven en liefde in Noord-Korea
Joshua Radin - Simple Times
El secreto de sus ojos
