Van 31 mei tot en met 22 juni staat Amsterdam geheel in het teken van alweer de 61ste editie van het Holland Festival. Sinds Pierre Audi de leiding van het Holland Festival op zich heeft genomen, gaat het steeds beter. Onbegrijpelijk dus dat de Amsterdamse Kunstraad enkele weken geleden met een negatief oordeel over het Holland Festival naar buiten kwam. Maar goed, het type betweter dat doorgaans plaatsneemt in de hoofdstedelijke kunstraad, wordt veelal gedreven door vriendjespolitiek en rancune, dus serieus hoeft de bezoeker dat oordeel niet te nemen, zo bewijst het programma zeker ook dit jaar.
Lees nu de recensies van:
Quartett - Heiner Müller, (Purgatorio) Popopera - Emio Greco | PC, Ayre - Dawn Upshaw, Brodsky Quartet, The Andalucian Dogs, De gids - Hemel & aarde, (Purgatorio) In visione - Emio Greco | PC, Stifters Dinge - Heiner Goebbels, Weerslechtweer - Toneelhuis / De Filmfabriek, La commedia - De Nederlandse Opera, De monstruos y prodigios - Teatro de Ciertos Habitantes, Wolpe! Welche Farbe hat der Vogel? - Muziektheater Transparant, Molière - Schaubühne am Lehniner Platz Berlin, Decreation - The Forsythe Company, Richard III - Sulayman Al-Bassam Theatre, De materie - Asko Ensemble, Schönberg Ensemble, Quartet: A journey to north - Amir Reza Koohestani, Mahin Sadri, Saint François d'Assise - De Nederlandse Opera: Olivier Messiaen, Happy days - National Theatre of Great Britain
Laten we daarom de aardse zaken als geld en subsidies achter ons laten en ons concentreren op de inhoud. Elk gerenommeerd festival hanteert een thema dezer dagen en ook het Holland Festival kan hier niet onder uit. Onder de noemer CIELO E TERRA worden het aloude begrippenpaar hemel en aarde ingezet om de lading van de verschillende onderdelen uit het uitgebreide programma te dekken.
Hoofdrol voor Messiaen en Andriessen
Twee componisten eisen dit jaar de hoofdrol op: Olivier Messiaen en Louis Andriessen. Om met de nestor onder de Nederlandse componisten te beginnen: na de eerdere successen Rosa en Writing to Vermeer gaat op 12 juni La Commedia in première. Werkte Andriessen bij Writing to Vermeer nog samen met filmmaker Peter Greenaway, in zijn nieuwste opera is een belangrijke rol weggelegd voor regisseur Hal Hartley. De handeling is gebaseerd op Dante's Divina Commedia, maar van een lineaire vertelling is geen sprake. Dat was ook al het zo bij De Materie, eigenlijk helemaal geen opera, hoewel de wereldpremière door De Nederlandse Opera scenisch gebracht werd in 1989. Losse delen worden met enige regelmaat opgevoerd, maar voor het eerst in vijftien jaar is het stuk weer in zijn geheel te horen in het Concertgebouw.
In het concertgebouw is ook een aantal belangrijke orkestwerken van de honderd jaar geleden geboren Olivier Messiaen: La Transfiguration de notre Seigneur Jésus-Christ, Éclairs sur l'Au-delá en de overrompelende Turangalîla-symfonie. Bijzonder is zeker Saint François d'Assise - de enige opera van de Franse componist, die eigenlijk geen opera is, maar meer een ritueel. Een omvangrijk ritueel, want niet alleen vereist een uitvoering een enorm orkest en een nog groter koor, bovendien wordt van de toeschouwer nogal wat uithoudingsvermogen gevraagd; de opera duurt inclusief pauze's ruim vijf uur. Na de wereldpremière in 1983 is de opera slechts viermaal te zien geweest. Voor de Amsterdamse enscenering is hetzelfde team dat van Wagners der Ring des Nibelungen zo'n succes maakte verantwoordelijk. Dus op voorhand is Saint François d'Assise absoluut een van de hoogtepunten. Kortom, ook deze editie van het Holland Festival biedt in één maand weer meer moderne muziek dan doorgaans in een heel jaar te beluisteren is. (Henri Drost)
Internationaal theater
Zo wordt het koppel hemel en aarde in sommige voorstellingen ietwat letterlijker genomen, zoals in Peter Misottens WeerSlechtWeer, waarin twee acteurs The Waste Land van T.S. Eliot voordragen. Het beroemde gedicht, geschreven vlak na de Eerste Wereldoorlog, geeft een indringende stem aan het verwoest Europa. In relaties is het ook niet altijd hemel op aarde, getuige de voorstelling Quartett in een regie van Barbara Frey, met Jeroen Willems en Barbara Sukowa in de hoofdrol. En de openingsvoorstelling Happy Days van Samuel Beckett laat het menselijk onvermogen werkelijk de hemel op aarde zien.
Naast theater is er volop dans te zien, onder andere The Forsythe Company van choreograaf William Forsythe dat dit festival zijn Nederlandse debuut maakt. De programmaonderdelen Earfuel en Eyefuel geven de toeschouwer extra brandstof op het gebied van muziek en beeldende kunst. In Mindfuel wil het festival alle ruimte geven om eens dieper op zaken in te gaan. Daarvoor zijn de literator Kees Fens en de wereldberoemde architect Rem Koolhaas voor een avond uitgenodigd om dieper in te gaan op aspecten uit hun werk. (Koen van Hees)
8WEEKLY doet de komende tijd vanaf deze plek verslag.
Kijk voor meer informatie en het programma op: http://www.hollandfestival.nl/
Te goed om slecht te zijn
Quartett - Heiner Müller
Stadsschouwburg, Amsterdam • 19 juni 2008
Een intelligente en intrigerende toneeltekst, gespeeld door twee topacteurs in een setting die maakt dat je met je neus bovenop die twee topacteurs zit, zijn ingrediënten voor een gegarandeerd geslaagd theateravondje. In dit geval gaat het om Quartett, een voorstelling waarin Barbara Sukowa en Jeroen Willems zich uit de naad staan te spelen. Een waar genot om naar te kijken.
Quartett is geschreven door Heiner Müller, die zich daarbij (losjes) baseerde op Les Liaisons Dangereuses (1782) van de Franse schrijver Pierre Choderlos de Laclos. In deze brievenroman schetst De Laclos een wereld van aristocraten die zich o zo beschaafd en ontwikkeld doen voorkomen, maar ondertussen... Müller bracht de roman van De Laclos terug tot twee hoofdpersonages: de ex-geliefden markiezin de Merteuil en graaf Valmont.
Markiezin de Merteuil weet het zeker: ze houdt niet meer van Valmont en zal zich niet meer door hem laten verleiden. Over de 24 meter lange witoplichtende tafel loopt ze als een ijskoningin van de ene naar de andere kant. Hard, koud, verbitterd. Statig en onaantastbaar. Als Valmont opkomt, loopt hij doelgericht langs beide zijden van de tafel, slechts afgeleid door een enkele schone jongedame op de eerste rij. In de vlijmscherpe en humoristische dialogen (Er is te lang niet op u geregend. Laat mij uw wolkje zijn) gaan Valmont en de markiezin elkaar te lijf en slepen elkaar mee in een rollenspel. De markiezin speelt Valmont die poogt de deugdzame en getrouwde madame de Tourvel te verleiden, een rol die Valmont op zich neemt. Een scène later zien we hoe de maagdelijke Cécile de Volange - kittig en kinderlijk gespeeld door de markiezin - vakkundig van haar onschuld wordt ontdaan door Valmont. In al deze rollenspellen gaat het om een machtstrijd tussen twee oud-geliefden. Met liefde heeft het niets te maken. Maar wel met lust, eer, trots en haat. Tot de dood hen scheidt.
Quartett verpakt al die slechtheid van de mens in zoveel schoonheid, dat het kwade en lelijke verdwijnt onder een laag van esthetiek, een verbaal ingenieuze tekst en indrukwekkend acteerwerk. Natuurlijk spelen de twee een duister spel. Natuurlijk raakt de voorstelling aan de slechte kant van de mens. Natuurlijk ligt een zekere grimmigheid en rauwheid besloten in het uitgangspunt. Maar de uitwerking is nét te keurig afgewerkt en gepolijst. Als er al een spreekwoordelijk rafeltje te ontdekken viel aan de voorstelling, dan was dat rafeltje met zorg aangebracht en nauwkeurig geselecteerd op lengte en kleur. Een voorstelling kan ook té perfect zijn. (Erica Smits)
Terug naar boven
Terugkeer uit de hel
(Purgatorio) Popopera - Emio Greco | PC
Westergasfabriek Zuiveringshal West, Amsterdam • 20 juni 2008
Een danser staat midden op de donkere vloer. Het schijnsel van het geringe licht vormt een kruis op de grond en de danser staat precies in het midden van dat kruis. Hij is een drager van zonden, van een symbolisch kruis. Het is het begin van de tweede Purgatorio-voorstelling die het choreografenduo Emio Greco en Pieter C. Scholten op Holland Festival brengt. Beide voorstellingen zijn geïnspireerd op Dantes La Devina Commedia. De eerste voorstelling draagt als subtitel In visione. Deze tweede heet een popopera te zijn. Het woord 'popopera' zet de toeschouwer op het verkeerde been. Er is weliswaar een zangeres, maar zij begeleidt een dansvoorsteling.
'Purgatorio' betekent in de christelijke traditie 'vagevuur', de fase tussen hel en hemel waarvan loutering van zonden het gevolg moet zijn. Greco en Scholten interpreteren het begrip dan ook als loutering. De zeven hoofdzonden verschijnen in de aanhef van de voorstelling in de woorden: vraatzucht, afgunst, traagheid, toorn, wellust, hoogmoed, hebzucht. Dit is wat de dansers moeten afschudden voordat ze door kunnen naar het paradijs. Zangeres Michaela Riener begeleidt hen daarmee met flarden van Bachs Matthäus Passion.
 |
| fotograaf: Igor Mendizabal |
Zes dansers, vier mannen en twee vrouwen, verbeelden de loutering. Zegt het programma. Het probleem aan deze voorstellingen lijkt dat ze te pretentieus in de markt zijn gezet. Een zwaarwichtig programmaboekje geeft een enorm complexe uitleg over de vertaalslag die de choreografen hebben gepleegd om Dantes verhaal in drie etappes om te zetten in dans. Die exercitie startten Greco en Scholten met de bejubelde voorstelling
Hell (2006), gebaseerd op Dantes
Inferno.
Purgatorio is dus de loutering, deel drie wordt het paradijs.
Probeer het maar eens: de tocht van hel naar hemel helder te verwoorden in dans. Dat is Greco en Scholten dus ook niet gelukt in
(Purgatorio) Popopera. Maar dat is helemaal niet erg. Dit tweede deel van de loutering is een fascinerende, zij het technisch onzuivere en wat wiebelige dansvoorstelling geworden. De zang van Michaela Riener en de langzaam aanzwellende elektronische muziek stuwen de hoekig en stuurs bewegende dansers op. Ze putten zichzelf en elkaar uit, jutten elkaar op.
Fascinerend is vooral het gedeelte waarin alle dansers een elektrische gitaar ter hand nemen. Ze dansen op de muziek die ze zelf maken. Die gitaar is niet alleen een muziekinstrument, het lijkt ook een wapen. Of je kunt er een kruis in zien. Dat ding hindert enerzijds het dansen, anderzijds is het juist mooi dat die gitaar de bewegingen dicteert. De muziek wordt steeds luider, ze dwingen zichzelf steeds harder tot dans. Tot de loutering is volbracht, zogezegd.
En dat het geheel dan eindigt met een
Hair-choreografietje, waarbij de dansers op
hard rock naar het paradijs swingen - ach, dat is Greco en Scholten vergeven. (Mieke Zijlmans)
Terug naar bovenUpshaw redt Osvaldo GolijovAyre - Dawn Upshaw, Brodsky Quartet, The Andalucian Dogs
Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam • 15 juni 2008
De beats: voorspelbaar. De effecten van de
hyper-accordeon: goedkoop. De melodielijnen: sentimenteel en kitscherig. Het leentjebuur spelen bij Arabische, tango- en klezmermuziek zijn vooral voorspelbaar. Nee, de liederencyclus
Ayre van de jonge Argentijnse componist Osvaldo Golijov is zeker niet een van de hoogtepunten van dit Holland Festival. Gelukkig weet de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw er toch nog wat te maken.
De elf liederen die samen
Ayre vormen schreef Golijov speciaal voor Upshaw, optimaal gebruikmakend van de mogelijkheden van haar stem. En dus zingt zij niet alleen erg mooi, maar gromt, blaft, jammert en schreeuwt ze. En op imponerende wijze. Het is dan ook haar vocale prestatie die de avond redt, want doordat zij alle aandacht naar zich toetrekt, vergeet je al snel dat je eigenlijk naar een zwakke compositie aan het luisteren bent.
Golijov wordt door velen gezien als de redder van de klassieke muziek. Hij weet aan zijn composities de energie van een popconcert mee te geven, maar doet dat helaas wel door daar alle clichés uit te halen. Veel volume, veel tempowisselingen en vooral veel effectbejag. Zijn flirt met tango en klezmer is gezien zijn Sefardisch-Roemeense-Oekraïense wortels begrijpelijk, maar ook hier toont hij zich nergens een vernieuwer. Hooguit gooit hij al die invloeden door elkaar. Eclectisch, dat is het zeker, maar verrassend nergens.
Veel beter was het deel voor de pauze, toen het Brodsky Quartet een spannende vertolking van het eerste strijkkwartet van Béla Bartók liet horen en Dawn Upshaw haar stembanden vast opwarmde in de
Hongaarse volksliederen van diezelfde componist. (Henri Drost)
Terug naar bovenDe gidsHemel & aarde (speciaal themanummer)
Uitgeverij Balans
De onlangs overleden Kees Fens wordt in het laatste nummer van
De gids uitvoerig geïnterviewd. Het interview heeft de titel
Tussen de scherven van de hemel meegekregen en dat dekt meteen de lading. De criticus en literatuurwetenschapper Kees Fens heeft zich in zijn werk altijd geïnteresseerd voor het fenomeen godsdienst. Hoewel hij zelf niet meer zo vaak in de Rooms-Katholieke kerk kwam, is hij van mening dat die godsdienst hem gevormd heeft tot wie hij nu is. Hij heeft mogen genieten van het mooie dat de wereld en haar bewoners voortgebracht hebben en daar horen naast boeken ook liturgie bij.
Deze open geest is kenmerkend voor de invalshoek van deze editie van
De gids. Het is een weinig vruchtbare aangelegenheid je voor of tegen religie te verklaren. Het is dan volgens de redactie ook beter religie onbevangen tegemoet te treden. Dat viel natuurlijk mooi samen met het festivalthema
Cielo e terra. Het Holland Festival kan op haar beurt op deze wijze zijn
Mind-Fuel-programma vorm geven. Je kunt derhalve dit nummer bijna lezen als een uitvoerige uitleg bij de festivalprogrammering. Een waaier aan persoonlijke beschouwingen, korte stukken en essays over kunst en religie passeren de revue bij het lezen.
Zo is er een interessante studie naar het werk van Olivier Messiaen (een van de twee belangrijkste componisten van dit festival) door Robert Sholl te lezen, naast een meer persoonlijke ervaring van filosofe Karin Melis met het werk van Louis Andriessen. Van buitengewone pracht zijn de gedichten van de Poolse dichter en schrijver Czes³aw Mi³osz. Kortom, het is een boeiende aflevering geworden waarmee je tussen de voorstellingen door even kan bijtanken. (Koen van Hees)
Terug naar bovenVirtuoos maar nietszeggend(Purgatorio) In visione - Emio Greco | PC
Westergasfabriek Zuiveringshal West, Amsterdam • 15 juni 2008
Twee dansers, een achtentwintigkoppig orkest, Dante en Bach.
(Purgatorio) In visione van het dansgezelschap Emio Greco | PC schuwt de bombast niet. Zeven heftige passages uit de Matthäus Passion in een bewerking van Franck Krawczyk vormen het muzikale fundament van de zevendelige, poëtische thematiek van
Purgatorio uit
La Divina Commedia. Dit alles moet samenkomen in slechts één lijf: danser Emio Greco, hoewel aan het eind van de voorstelling Pieter C. Scholten ook een gastrol heeft. De vraag rijst of één solodans erin kan slagen de essentie van beide kolossen van de Europese canon, Bach én Dante, in dans te vatten.
(Purgatorio) In visione is een virtuoze solodans met veel pathos en passie, ondersteund door prachtige muziek. Maar het probleem is dat de voorstelling te veel kanten op wil, en daardoor vaak onduidelijk blijft.
 |
| fotograaf: Richard Holstein |
De Italiaanse dichter Dante Alighieri schreef tussen 1308 en 1321 zijn meesterwerk La Divina Commedia, waarin hij gedurende een zwaarmoedige midlifecrisis hallucinatie samen met de Romeinse dichter Vergilius en zijn geïdealiseerde jeugdliefde Beatrice een tocht maakt door hel, vagevuur en hemel. Een reis die een ijkpunt vormt in de wereldliteratuur. Een metafoor voor de innerlijke transformatie die de mens in het leven doormaakt. Emio Greco | PC toonde in 2006 een interpretatie van Dante's Inferno met hun voorstelling Hell. Voor deze editie van het Holland Festival baseerden Emio Greco en Pieter C. Scholten zich op Dante's Purgatorio, het vagevuur, in de vorm van twee voorstellingen: (Purgatorio) Popopera en (Purgatorio) In visione. De eerste is een groepsvoorstelling die de overwinning op de hel belichaamt en de tweede een solovoorstelling waarin de transformatie van het lichaam op weg naar Paradiso, de hemel, vorm probeert te krijgen.
(Purgatorio) In visione toont in zeven passages een reiniging, een loutering van de zeven christelijke doodzonden van Dante's vagevuur. Het wordt echter onduidelijk hoe deze loutering in de dans tot uiting komt. Naar eigen zeggen zocht Emio Greco bij elke passage een corresponderend circusfiguur om aan de thematiek in beweging uiting te geven. Zo zien we onder andere een vuurspuwer, clown en illusionist voorbijkomen, maar de reden voor deze keuzes wordt nergens duidelijk. Veel christelijke motieven komen in poses voorbij: vervolging, kruisiging, herrijzenis. Het resultaat is helaas nietszeggend, ondanks alle interessante, culturele bagage die de voorstelling met zich mee draagt. Dit betekent echter niet dat de voorstelling geen mooie momenten bevat. Een zangeres zingt Emio acapella het Erbarme dich toe, terwijl hij uitgeput hijgend en druipend van het zweet na een heftige danssequentie tot rust lijkt te komen. Een soort piëta. Hij wordt gelouterd door muziek. (Daniël Bertina)
Terug naar boven
Klank, kleur en beweging
Stifters dinge - Heiner Goebbels
Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam • 12 juni 2008
Er heerst een beetje verwarring in het publiek. Moeten we nu applaudisseren of niet. Dat voelt toch een beetje mal, want er heeft in die zeventig minuten geen acteur op het podium gestaan. Toch maar klappen dan. En prompt komt die rare machine naar voren gereden om applaus te halen.
Stifters Dinge van de Duitse theatermaker en componist Heiner Goebbels is geen theater- of muziekvoorstelling in de traditionele zin van het woord. Spelers of muzikanten komen er niet aan te pas. Een indrukwekkende installatie speelt een ruim uur de hoofdrol.
Bij binnenkomst piept, sist en knarst er al van alles. Twee technici leggen de laatste hand aan drie grote bassins midden op de vloer. Rechts van die bassins drie enorme tanks met water. En achter op het toneel een hels uitziende machine bestaande uit verschillende opengewerkte piano's, een vleugel, wat dode bomen en een plastic schoorsteen. Led-lampjes knipperen hysterisch in grote getale.
 |
| fotograaf: Mario del Curto |
Langzaam zet de machine zich in beweging, de bassins worden met water gevuld en dienen zo als projectiescherm. De piano's beginnen uit zichzelf muziek te maken, wat een vrij spookachtig gezicht is. Een mooie, dreigende compositie spelen ze overigens, die keurige aanslagen op de piano afwisselt door sisgeluiden, klappen, lage dreunen en het bewerken van de vleugel met kleine haakjes.
Stifters Dinge is een compositie van klank, kleur en beweging. De bewegende machine, het licht, het geluid, de muziek: ze komen in golven, wisselen elkaar af, verbinden zich met elkaar, kennen rustmomenten en climaxen. Soms levert dat wonderschone plaatjes op: als de opengewerkte piano langzaam dichterbij is gekomen, laat hij zijn hamertjes razendsnel van links naar rechts bewegen. Telkens opnieuw, zodat de hamertjes levende wezentjes lijken te worden die tikkertje met elkaar spelen. Eerder al heeft de installatie ons al een realistische zonsondergang bij zee voorgetoverd, met behulp van een paar doeken en een felle lamp.
Een acteur heb je dus blijkbaar niet meer nodig. Muzikanten ook niet, want die computers zijn technisch veel begaafder. Spelen ze eerst nog muziek op de piano's die een mens gemakkelijk ook kan spelen, al snel wordt de muziek zodanig krankzinnig dat een pianist met twintig vingers een dergelijke prestatie niet zou kunnen leveren. En waar heb je natuur voor nodig als die machine dat net zo gemakkelijk ook nabootst?
Eigenlijk een beangstigende gedachte: waar zijn we nog goed voor? Een flard van een interview met de Franse filosoof Levi-Strauss drijft langs. Hij haat mensen, omdat ze alles stuk maken. Hij zou het dus wel met de machine kunnen vinden. Maar we horen ook een gedicht van de Duitse dichter Stifter die met veel liefde het geluid van een ijzig landschap beschrijft, of de klanken van zingende indianen. Na Stifters poëtische beschrijving verschijnt vanachter de projectie van een bos, plots weer de installatie, doods en machinaal.
De verhouding tussen mens, techniek en natuur is in de kunst misschien een uitgekauwd thema, maar Stifters Dinge geeft er door zijn benadering vanuit de machine een interessante draai aan. Toch wordt de machine nergens echt gevaarlijk of verontrustend en zit je als publiek redelijk veilig. Antwoorden geeft de installatie ook niet, het is immers een machine. Gelukkig mogen we over wat kunst betekent nog zelf nadenken. Dat kan die machine niet. En dat is wel een geruststellende gedachte. (Robbert van Heuven)
Terug naar boven
Zware regen bij Peter Missotten
Weerslechtweer - Toneelhuis / De Filmfabriek
Theater Bellevue, Amsterdam • 12 juni 2008
Regen, regen en nog eens regen. In Weerslechtweer van Peter Missotten komt een bijna constante stroom regen in de vorm van overweldigende plensbuien of nevelachtige miezerigheid uit het plafond van de vierkante tent. Het publiek zit aan de vier zijden en in het midden. In een put brengen twee acteurs teksten van T.S. Eliot's The waste land.
De tekst bestaat uit een aaneenschakeling van Proustiaanse mijmeringen, herinneringen en beschrijvingen. Er wordt gerefereerd aan personen, plaatsen, gebeurtenissen, maar de toeschouwer raakt al snel de draad kwijt over wie of wat het nu eigenlijk gaat. Het is los zand, waarbij het gebrek aan samenhang of een te volgen verhaal gecompenseerd zou kunnen worden door het oproepen van de verbeelding van de toeschouwer. Helaas gebeurt dit laatste te weinig. De beelden vormen een te onsamenhangend geheel. De tekst biedt te weinig houvast aan de toeschouwer die daardoor zelf verloren ronddwaalt in een veelheid aan zinnen, beelden en geluiden.
 |
| fotograaf: Koen Broos |
Zonde, want het beeld van twee mannen in de almaar neerdalende regen is sterk. Teun Luijkx en Joost Steltenpool (beiden van de Toneelacademie in Maastricht) staan tot hun enkels in het water, laten zich kletsnat regenen of dobberen als verdronken lichaam. Ze hebben een apparaatje in handen waarmee ze zelf de band waar de ingesproken tekst op staat, bedienen. Terwijl een donkere, zware stem uit de speakers klinkt, playbacken zij de tekst op de ademhaling nauwkeurig. Het is een knappe prestatie die ze leveren. Ondanks het technische keurslijf van de bandopname, waarvan het precieze nut niet geheel duidelijk is, weten ze de tekst als het ware met hun intenties, blikken en emoties, menselijk in te kleuren.
Bovendien zijn er een aantal beelden die een prettig tegenwicht bieden aan de zwaarmoedige sfeer die de tekst ademt. Een lichtval die doet denken aan een zonsopgang, het vrolijk kwetteren van vogeltjes en het koeren van een duif, het geluid van kerkklokken en de stilte na een oorverdovende regenbui. Ondanks de verwijzingen naar de dood in de vorm van verdrinking, de uitzichtloosheid die in het gedicht van Eliot besloten ligt, is er altijd hoop op een nieuw begin. (Erica Smits)
Terug naar boven
La commedia is doldwaze achtbaan
La commedia - De Nederlandse Opera
Theater Carré, Amsterdam • 12 juni 2008
De opera lijkt voorbij en het eerste boegeroep heeft al geklonken, als het kinderkoor opnieuw het podium betreedt en vrolijk inzet. Zo zijn onze laatste noten voor jou, en als je ze niet snapt, dan snap je het Laatste Oordeel niet, dan snap je het nooit. Louis Andriessen mag dan wel bijna zeventig zijn, een beetje prikken en plagen zit hem vele jaren na de Notenkraker-actie nog altijd in het bloed.
 |
| fotograaf: Hans van den Bogaard / DNO |
Net als zijn eerdere opera's biedt La Commedia alles behalve gangbaar muziektheater. Gebruikmakend van teksten van Dante, Vondel en het Oude Testament neemt Andriessen het publiek mee op een hellevaart, maar van een plot, een helder begin of einde, is geen sprake. De film die regisseur Hal Hartley erbij maakte is duidelijker. We volgen een groep muzikanten, Andriessens verschrikkelijke orkest van de 21e eeuw, op een tocht door Amsterdam. Ondertussen bereidt televisiepresentatrice Dante zich voor op een bezoek van Beatrice, dit alles gadegeslagen door zakenman Lucifer. Een en ander wordt vertoond op maar liefst vijf schermen, terwijl op het podium ondertussen hijskranen en stellages op en neer bewegen en zangers, acteurs en figuranten heen en weer lopen. Zij spelen ook weer rollen in de geprojecteerde beelden, zonder dat film en toneelhandeling direct op elkaar aansluiten. Voeg daarbij het orkest dat midden in de zaal speelt en je hebt een bonte kakofonie van beeld en geluid waar soms geen touw meer aan vast te knopen is.
Is dat erg? Absoluut niet! De zeven kwartier die La Commedia in beslag neemt zijn zo rijk gevuld met beeld en muziek, dat je na afloop alleen maar denkt: ik wil nog een keer in deze doldwaze achtbaan, maar dan alleen voor de film, alleen voor het fenomenaal spelende orkest, of alleen maar kijken naar de capriolen van Lucifer. Acteur Jeroen Willems heeft duidelijk geen last van hoogtevrees, want als duivel klautert hij tot in de nok van de zaal. Nog verleidelijker is het om alle aandacht te richten op Beatrice, prachtig gezongen door Claron McFadden, of Dante, een schitterende rol voor de Italiaanse muze van Andriessen Cristina Zavalloni.
Andriessen wilde zelf graag dat La Commedia in Carré in première ging, de zaal waarin hij veertig jaar geleden medeverantwoordelijk was voor Reconstructie. Medecomponist van toen, Reinbert de Leeuw, is nu de dirigent, en hij leidt het gecombineerde Asko en Schönberg Ensemble door een partituur vol uitersten en met ontelbare stijlcitaten. In vergelijking met zijn vorige opera Writing to Vermeer klinkt La Commedia een stuk weerbarstiger, meer typisch Andriessen. En dat houdt in: weinig strijkers, maar wel elektrische en basgitaar, twee piano's, een flinke hoeveelheid percussie en veel blazers. Het volume schuwt Andriessen ook niet, maar doordat de solisten en het koor versterkt worden, blijft alles in balans. Vooral Racconto dall'Inferno en Lucifer, het tweede en derde deel, maken indruk, minder geslaagd is het slot, Lucce Etterna - Andriessen is duidelijk beter in het verklanken van de hel, dan in het verklanken van de hemel. (Henri Drost)
Terug naar boven
Over engelen, monsters en het verdwijnen van de fantasie
De monstruos y prodigios - Teatro de Ciertos Habitantes
Stadsschouwburg, Amsterdam • 11 juni 2008
Helemaal alleen zit hij op het toneel. Met een banaan die hij van de neger heeft gekregen. Zijn allerlaatste noten klinken. Daarna dooft het licht. De castraat is een uitgestorven diersoort. In deze moderne wereld is hij niet meer nodig. Hij komt uit een andere tijd, waar bijzondere wezens, monsters en engelen nog deel uitmaakten van het dagelijks bestaan.
 |
| fotograaf: Eugenio Cobo |
Goed beschouwd is De Monstruos y Prodigios (Over monsters en wonderen) van het Mexicaanse theatergezelschap Teatro de Ciertos Habitantes een theatrale documentaire. De groep neemt ons mee door de geschiedenis van de castraat, van het ontstaan van de praktijk om jongens te castreren om ze engelachtig te kunnen laten zingen in de 17e eeuw, tot aan het verdwijnen ervan na de Verlichting. Er wordt verteld over de castratiemethodes, de zangtrainingen, de operapraktijk uit de periode en over de sappige ruzies tussen de castraten en de prima donna's die elkaar het licht in de ogen niet gunden op het toneel. Deze wetenswaardigheden worden ons uit de doeken gedaan door een echte castraat (die in werkelijkheid zijn onderdelen verloor bij een ongeluk) een centaur, een Siamese tweeling, een exotische neger en een dikke koorleider die ons meenemen door de tijd. Dat levert een voorstelling op die documentaire, slapstick, muziektheater, operarecital en circus door elkaar husselt tot een overdonderend en fascinerend geheel.
Dat geheel geeft een interessant inzicht in hoe de opkomst en ondergang van de castraatzanger gelijk loopt met het veranderen in het denken in het Europa van de 17e, 18e en 19e eeuw. In de barok maken monsters, vreemde wezens en bovennatuurlijke verschijnselen nog deel uit van het dagelijkse leven. Gekoppeld aan een ander moreel besef over de lichamelijke integriteit en een ander kunstbesef, is het castreren van zangers in die tijd de normaalste zaak van de wereld. De paradox van een wat vreemd en dik uitziende jongen met een engelachtig keelgeluid past wonderwel in die barok: een castraat is een freak en een engel ineen. Als echter de Verlichting zich aandient, levert dat niet alleen een morele veroordeling van de martelpraktijken op, maar verdwijnt ook de fantasie en de verwondering voor het bovennatuurlijke uit het collectieve geheugen. Om dat te illustreren plaatst regisseur Claudio Valdés Kuri naast de ontwikkeling van de castraat die van de neger, die in het begin van de voorstelling door de rare wezens nog als grof vuil wordt behandeld, maar na de Verlichting een echt mens wordt, terwijl zijn vroegere onderdrukkers, gesplitst en van hun paardenbenen ontdaan, naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Ook in de stijl van de voorstelling is de paradox van de monsters en de engelen terug te vinden. Valdés Kuri voert groteske, zwaar opgemaakte en bepruikte barokpersonages op die op komische wijze hun verhaal doen, op slapstickachtige wijze over het toneel denderen en een foodfight houden met het publiek. Deze momenten van platvloersheid worden afgewisseld met momenten van grote schoonheid, zoals een prachtig uitgelichte dressuuract met een echt paard, of opera-aria's gezongen door de castraat (in steeds extravanganter wordende kostuums) die de onderdrukte neger zo ontroeren dat hij zijn kralenkettinkje aan de zanger wil afstaan.
Teatro de Ciertos Habitantes weet van De Monstruos y Prodigios een veellagig en fascinerend spektakel te maken dat niet alleen vermakelijk en wetenswaardig is, maar dat ook een pleidooi is om onze fantasie weer eens wat meer aan te spreken en in het lelijke de schoonheid op te zoeken. (Robbert van Heuven)
Terug naar boven
Elitekunst voor arbeiders
Wolpe! Welche Farbe hat der Vogel? - Muziektheater Transparant
Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam • 7 juni 2008
De Duitse componist Stefan Wolpe was zijn leven lang op allerlei manieren een buitenstaander. Als antifascist moest hij in 1933 vluchten uit Duitsland en in zijn nieuwe woonplaats New York vielen zijn communistische ideeën uit de toon. Het grootste probleem was steeds echter dat zijn vooruitstrevende idealen wat muziek betreft botsten met zijn politieke doelen. Door de arbeiders hoge kunst voor te schotelen zouden zij zichzelf verheffen en uiteindelijk sterker de klassenstrijd aangaan, zo dacht hij. De atonale liederen en dodecafonische muziek die hij voor dit doel componeerde, werd door die arbeiders echter niet begrepen en daardoor niet gewaardeerd.
In Wolpe! Welche Farbe hat der Vogel? doet Muziektheater Transparant eigenlijk precies wat Wolpe deed: zoals de componist pamfletten en gedichten toonzette, zo wordt het geheel van muziek en tekst hier op theater gezet. De voorstelling is vooral een theatrale enscenering van de muziek. De zanger en de actrice zingen en spelen beiden ingeleefd in de tekst die ze brengen, zonder dat er een personage aan hun inleving ten grondslag ligt. In mimiek en lichaamtaal doet tenor Gunnar Brandt-Sigurdsson vaak denken aan de MC uit de film Cabaret. Wanneer hij de tekst Auch die kleinste Tat voordraagt, klimt hij op een stoel, alsof het een zeepkist is en hij een menigte toespreekt. Ook de kleinste daad draagt bij aan de klassenstrijd. Viviane de Muynck is fantastisch, als altijd. Als zij praat, wordt alle aandacht naar haar toegezogen. Haar gesproken tekst verbindt de tachtig jaar oude muziek en thematiek met de actualiteit. Hoewel ze speelt met script in de hand en meer dan eens vaart verliest omdat ze de tekst vergeet, is ze de hele performance volledig overtuigend en vooral erg leuk om naar te kijken. Johan Bossers, de pianist, speelt al net zo ontspannen de ingewikkelde composities. Moet de bladmuziek omgeslagen worden, dan neemt hij daar gewoon de tijd voor die hij nodig heeft en hij zit met zichtbaar plezier achter de vleugel.
 |
| fotograaf: Herman Sorgeloos |
Hoewel dus een verhaal ontbreekt, zit er wel een duidelijke opbouw in de voorstelling. Zo neemt het openingslied Haben Sie Kummer het theater op de hak, zodat de eigen voorstelling meteen in een kader geplaatst wordt. Het geheel mag met een grote korrel zout genomen worden. Via strijdliederen, getoonzette pamfletten van Lenin en liederen van Brecht, eindigt het met Battle Piece Movement, een stuk voor piano dat vrij lastig in het gehoor ligt. De zin van de enscenering ligt in de teksten die De Muynck speelt. Ze geven zowel een context aan de muziek en meer informatie over Wolpe zelf, als een connectie met het heden. De klassenongelijkheid aan het begin van de twintigste eeuw wordt vergeleken met de ongelijkheid in de wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Hoewel Transparant probeert de muziek van Wolpe weer aan de man te brengen, maakte het met deze voorstelling helaas een beetje dezelfde fout als de ongelukkige componist: voor het publiek is het geheel wat hoog gegrepen. De meeste toeschouwers houden het tekstboekje erbij tijdens het kijken, omdat anders niet duidelijk is waar de liederen over gaan. Van de gesproken teksten komt vaak de boodschap wel over, maar ze zijn niet helemaal te volgen, zowel door de lengte als door de complexiteit van de redeneringen en de zinnen zelf. Gelukkig is de kwaliteit van de performers zo hoog en het plezier in het spel zo duidelijk aanwezig, dat de voorstelling een feest blijft om naar te kijken en luisteren. (Lidewij van Bakel)
Terug naar boven
Stilte voor de storm?
Molière - Shaubühne am Lehniner Platz Berlin
Stadsschouwburg, Amsterdam • 7 juni 2008
Een groter contrast is niet denkbaar: buiten geniet men van een zomerse avond en binnen woedt een sneeuwstorm. Het toneelbeeld wordt namelijk permanent beheerst door een voortdurend neerdalen van sneeuwvlokken. Het wil maar niet minderen - een eeuwigdurende kilte. Die kilte is ook van toepassing op de hoofdpersoon: HIJ. De Belgische regisseur Luk Perceval schreef samen met het Duitse schrijversduo Feridun Zaimoglu en Günther Senkel een nieuw toneelstuk, waarin ze de vier bekende toneelstukken van Molière, De Misantroop, Don Juan, Tartuffe en De Vrek, hebben gecombineerd met het leven van Molière zelf. In al deze stukken en in diens eigen leven zagen Perceval c.s. overeenkomsten in de hoofdpersoon en zij hebben deze vervolgens samengevoegd in deze HIJ.
 |
| fotograaf: Matthias Horn |
HIJ, een onwaarschijnlijk krachtige acteerprestatie van Thomas Thieme, staat dan ook centraal op het podium. De rest van het gezelschap komt naar hem. Er is sprake van een duidelijk eenrichtingsverkeer. Het draait om HEM: deze man vol onvervulde verlangens naar liefde en genegenheid. Die de wereld eerlijk en zuiver tegemoet wilde treden, maar nu verbitterd en scheldend de wereld en haar bewoners zonder compassie beziet. Elke vorm van liefde loopt per definitie uit op een fiasco. Daarom kan hij dus ook met een gerust hart overgaan tot het uitschelden en verachten van zijn medemens én zichzelf. Het is verachten op een allesvernietigend niveau. Je krijgt werkelijk een container drek en seksisme over je heen. Want tot waar liefhebben, wil deze HIJ niet meer in staat zijn, zo lijkt het.
Het gezelschap vormt een haast weldadig contrast met de geweldige Thomas Thieme, die in zijn eentje met het grootste gemak een dergelijke zaal zou kunnen bespelen. De ledigheid van ZIJN geest en ziel botst op een prettige en ontregelende wijze met de ietwat frivolere manier van spelen van de overige acteurs van het Berlijnse gezelschap. Bepaalde intriges uit de stukken van Molière worden in stand gehouden en geven op die manier vorm aan hun karakters. Ze geven echter tegelijkertijd de indruk een grote familie te zijn. Een familie met een wel zeer vervelende oom, maar die je om de lieve vrede te bewaren toch tolereert en soms zelfs nodig hebt. De relatie met de familie geeft het stuk bij tijd en wijle de nodige luchtigheid en humor mee. Een constante factor is de mantra die hij steeds afsteekt en die begint met: Liefde is.... Het is een prachtig taalkundig en theatraal element om zowel de verschillende toneelstukken van Molière, van de welbespraakte Alceste uit de De Misantroop tot de oude Harpagon uit De Vrek, als de nieuwe hoofdpersoon, deze HIJ, vorm te geven. Deze mantra geeft tevens een zekere muzikaliteit aan het stuk mee dat je in een haast religieuze vervoering brengt. Koppel dit aan de hypnotiserende werking van de sneeuwbui en het geluid (de teksten worden via microfoons de zaal in geschald) en je realiseert je dat dit theater in optima forma is.
Dit alles getuigt van de kracht van Luk Perceval en zijn ensemble om een vernieuwende en eigenzinnige interpretatie van deze theaterklassiekers te brengen. Deze HIJ is een wonderlijke man die alles om zich heen wil vernietigen en daarbij compromisloos te werk gaat, maar voor wie je toch haast medelijden gaat voelen. Of komt dat door het meeslepende spel van de acteur? (Koen van Hees)
Terug naar boven
De getergde mens
Decreation - The Forsythe Company
Westergasfabriek, Amsterdam • 8 juni 2008
De ratelende vrouw achter het beeldscherm trekt voortdurend aan haar eigen kraag. Zo verbeeldt ze de dialoog tussen een man en een vrouw. Trekt ze zichzelf de ene kant op, dan is ze de man. Aan de andere kant spreekt ze voor de vrouw. De twee hebben knallende ruzie over vreemdgaan. Keer op keer vallen dezelfde verwijten. Het beeldscherm dekt de benen van de pratende vrouw af. Op dat scherm worden via een videocamera de benen getoond van een andere vrouw. Iemand die door de ruimte danst. Het totaal levert een vervreemdend beeld op. Vrouw praat namens twee mensen, staand op de benen van een ander. Het is het openingsbeeld van Decreation van choreograaf William Forsythe, waarin de mens wordt ontschapen en teruggebracht tot een machteloze, kale ziel.
Voor choreograaf William Forsythe (New York, 1949) is tijdens Holland Festival ruim baan gemaakt. Zowel zijn Kammer/Kammer (2000) als Decreation (2003) zijn te zien. Beide zijn nog gemaakt in de tijd dat Forsythe huischoreograaf was van het prestigieuze 40-koppige Ballet Frankfurt in Duitsland. Aan dat leiderschap kwam een einde toen in 2004 de subsidie voor het gezelschap werd stopgezet. Forsythe zou al te extreme, anarchistische vormen zoeken in de dans. Cru gesteld: naar de smaak van de Duitse subsidiegevers had zijn dans weinig meer te maken met dans. Forsythe liet zich er niet door van de wijs brengen. Hij zette met achttien dansers The Forsythe Company op, overigens met goeddeels dezelfde mensen. Zo zijn deze voorstellingen nu voor het eerst in Nederland te zien.
Aan weerszijden van het speelvlak staan drie zwarte zuilen, waarachter stoelen staan. Terzijde zit musicus David Morrow. Hij maakt via zijn computer muziek en vervormt stemmen en geluiden. Decreation is gebaseerd op de gelijknamige opera van de Canadese schrijfster Anne Carson. Liefde, jaloezie en de ziel vormen de centrale thema's van die opera. Anne Carson haalt er een mythe bij over de goden Mars en Venus, maar die is als zodanig bij Forsythe niet meer herkenbaar. In Decreation is het verhaal teruggebracht tot kernbegrippen: liefde, vreemdgaan, jaloezie, scheiden; de ziel verdampt hierna tot niets. Bij Forsythe is Carsons operatekst eerder universeel geworden dan mythisch. De onmacht om een gebroken liefde te lijmen, de machteloosheid tegenover een nieuwe geliefde: er valt niet tegenop te praten.
Want dat is wat de dansers van Forsythe veel doen: praten. Zingen. Geluiden maken. Lucht in de longen zuigen, een geluid dat wordt versterkt tot het klinkt als een orkaan. Forsythe gebruikt alle middelen die hij nuttig vindt in zijn choreografieën. Spraak. Videobeelden, ter plaatse gemaakt en liefst uiterst vertraagd weer afgespeeld. Levende muziek. Geluiden van schuifelende lichamen, van voetstappen, van ademhaling, door een computer versterkt en vervormd weergegeven. Forsythe zit met zijn vernieuwingsdrift in de school van fascinerende choreografen als Pina Bausch en Merce Cunningham. Ook zij vinden slechts dans te beperkt.
 |
| fotograaf: Dominik Mentzos |
De worstelingen tussen de personages in Decreation worden aangevuld met een bijzonder soort dansexercitie. Forsythe heeft zijn dansers de opdracht gegeven onmogelijke bewegingen te bedenken. Daardoor ontstaat een soort spastische dans, alsof de dansers zich binnenstebuiten moeten keren om te kunnen bewegen. Dat combineren ze met jammerende, klagende geluiden. De getergde mens ten voeten uit.
Wat uiteindelijk rest bij Forsythe, is de kale ziel. Op een zwart gemaakte ronde tafel ligt een danseres, die zich wentelt totdat ze helemaal zwart ziet. Ze verbeeldt de ziel, een geblakerde ziel nog wel. Om haar heen zitten in een cirkel de andere dansers. Om beurten proberen ze deze ziel fut in te blazen. Ze duwen, ze trekken, ze argumenteren, ze schreeuwen. Tevergeefs. De creatie is ongedaan gemaakt. Wat rest is een getergde mens, een sprakeloze, onbruikbare ziel. Het is een fascinerende conclusie van een fascinerende voorstelling. (Mieke Zijlmans)
Terug naar boven
Richard meets Saddam
Richard III - Sulayman Al-Bassam Theatre
Theater Bellevue, Amsterdam • 7 juni 2008
Wat een generaal met powerpoint kan, kan ik toch zeker ook met een beetje semtex, aldus een zich verkneukelende Richard III die in legerkostuum zijn plannen aan het publiek bekend maakt. De verwijzing van Richard naar de legendarische presentatie van Colin Powell bij de Veiligsheidraad om de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak te bewijzen en een oorlog te ontketenen, is een van de actualiseringen van deze versie van Richard III.
De jonge regisseur Sulayman Al-Bassam (1972, Koeweit) bewerkte Shakespeare's klassieker op uitnodiging van The Royal Shakespeare Company. Het verhaal over een machtsbeluste heerser die alles en iedereen die hem in de weg staat in koelen bloede vermoordt, of liever gezegd, laat vermoorden, is grotendeels intact gebleven. Alleen de tijd en plaats zijn veranderd: Al-Bassam verplaatste Richard III naar een Arabische, islamitische context. De acteurs, afkomstig uit Syrië, Libanon en Koeweit dragen witte gewaden, legeruniforms of herenpakken. De vrouwen zijn gekleed in weelderige Oosterse jurken of gehuld in sobere, zwarte sluiers. En God wordt Allah.
 |
| fotograaf: Elli Kurttz |
Hoewel Al-Bassam in tekst en kleding ook zeker alledaagse Arabische elementen gebruikt, om aan te tonen hoe divers en modern deze regio is en om tegenwicht te bieden aan vooroordelen die er bestaan, roept
Richard III geen beeld op van het moderne Midden-Oosten. De voorstelling blijft daarvoor te trouw aan Shakespeare's hoogdravende tragedie. Bovendien is de speelstijl van dit gezelschap, naar onze Westerse maatstaven, enigszins melodramatisch te noemen. Lady Anne slaakt zuchten, hulpje Catesby is een wat domme sidekick en Richard III wringt nog net niet in zijn handen als hij zijn snode plannetjes uit de doeken doet. Humoristisch is het zeker, maar het heeft weinig te maken met het oproepen van een realistisch beeld van het hedendaagse Arabische schiereiland.
Op politiek niveau is deze voorstelling overigens wel heel interessant. Met de ingrepen van Al-Bassam ontstaat onvermijdelijk een parallel tussen Richard III en Saddam Hoessein. Bijvoorbeeld in de legendarische scène waarin Richard de troon aangeboden krijgt, maar weigert uit een zogenaamde bescheidenheid, tot hem gesmeekt wordt om de troon aan te nemen met als doorslaggevend argument dat 99% van de bevolking via een internetpoll heeft gestemd voor het koningschap van Richard III. Politiek omgeven is ook de aanwezigheid van een van de personages met een vet Amerikaans accent, die Richard in eerste instantie op de troon helpt, maar later, samen met een aantal tegenstanders van de tiran, de oorlog tegen Richard ontketent.
Actualiseringen van Shakespeare-klassiekers zijn altijd
tricky. Moralisering en flauwheid liggen op de loer. Maar Al-Bassam is erin geslaagd om niet met een geheven vingertje, beschuldigende moraal of verwijzingen naar actualiteit, die alle alleen naar vervelend zijn, een aardige en relevante
Richard III neer te zetten. Maar niet een die echt raakt of prikkelt. Want waarom zou je medelijden hebben met een man die zijn ondergang over zichzelf heeft afgeroepen? Dat de rol van Amerika in het Midden-Oosten op z'n zachtst gezegd twijfelachtig is, wisten we al. Daarover verschaft deze
Richard III geen nieuwe inzichten. Het slotbeeld, dat het perpetuum mobile van machtstrijd en geweld zou moeten aanduiden, is te kort om daadwerkelijk impact te hebben.
Buiten kijf staat dat Al-Bassams enscenering bijzonder interessante vragen oproept. Bovendien is het natuurlijk een verrijking om een Arabische voorstelling te zien waarin de West-Europese canon wordt gebruikt om een verhaal te vertellen over macht en daarin zowel kritisch te zijn op de
eigen machthebbers als op de westerse machthebbers. (Erica Smits)
Terug naar boven144 rake klappenDe materie - Asko Ensemble, Schönberg Ensemble
Concertgebouw, Amsterdam • 4 juni 2008
 |
| fotograaf: Francesca Patella |
Bach, Mondriaan, boogiewoogie, Stravinsky, Marx, Madame Curie, het
Plakkaat van Verlatinge, Kloos, Hadewych en de kathedraal van Reims - ziehier een deel van de ingrediënten van een van de belangrijkste naoorlogse, Nederlandse composities. Vijftien jaar is het stuk niet in zijn geheel te horen geweest, maar op de dag precies negentien jaar nadat Louis Andriessens
De materie zijn wereldpremière beleefde - eveneens in het Holland Festival - klinken de vier delen opnieuw.
Het begin is en blijft geweldig. Maar liefst 144 rake klappen, steeds datzelfde akkoord, voordat zangers hun intrede nemen. Wat volgt is een minutieuze opsomming van wat er allemaal nodig is om een schip in elkaar te zetten. In elk geval veel gehamer, zo blijkt. Net als in zijn latere opera
Writing to Vermeer draait het in
De materie om Nederlands cultureel erfgoed: scheepsbouw, de mystiek van Hadewych, de schilderijen van Mondriaan en de poëzie van Kloos. Madame Curie is in het slotdeel een beetje een buitenbeentje, maar werd voor de première van 1989 dan ook aangedragen door regisseur Robert Wilson.
Dat jaar was de muzikale leiding net als nu in het Concertgebouw ook al in handen van Reinbert de Leeuw, maar toen werd
De materie door De Nederlandse Opera in het Muziektheater in de enscenering van Wilson getoond. De componist verklaarde daarbij toen al:
Het stuk heeft met opera werkelijk niets te maken, er is wel een sopraan en er is ook een tenor, maar de sopraan is niet verliefd op de tenor en er is geen bas die dat vervelend vindt. Uiteraard weet Andriessen als geen ander dat opera meer is dan bassen die tenoren en sopranen dwarszitten, maar het tekent zijn opvattingen over klassieke muziek en muziektheater. Bij
De materie dus ook geen gewoon symfonieorkest, maar elektrische en basgitaar, veel blazers, een kleine rol voor de strijkers en vooral veel percussie. Solisten en koor spelen weliswaar een belangrijke rol, maar echt verstaanbaar zijn ze niet. Het is niet zo extreem als bij eerdere stukken als
De staat, maar het orkestrale geweld overstemt meer dan eens de vocale partijen, opzettelijk. Dat Andriessen wel degelijk uitstekend voor de menselijke stem kan schrijven, is vooral te horen in het tweede deel, waarin de visioenen van Hadewych hartstochtelijk verklankt worden.
Bijna twintig jaar na de première is
De materie niet meer zo baanbrekend als destijds, maar nog altijd gaat er een zeldzame kracht en energie van uit. Hopelijk kan datzelfde gezegd worden over
La c
ommedia, Andriessens nieuwe opera die 12 juni voor het eerst te horen zal zijn in Carré. (Henri Drost)
Terug naar bovenVreselijke dag in vierenQuartet: A journey to north - Amir Reza Koohestani, Mahin Sadri
Theater Bellevue, Amsterdam • 1 juni 2008
Dat het druk was in de winkel omdat het uitverkoop was. Of dat hij nog een meloen had meegebracht voor zijn moeder. Of het liedje dat hij voor haar speelde. De vier personages van
Quartet: A journey to north herinneren zich zelfs de kleinste details in de aanloop naar die vreselijke dag. De Iraanse regisseur Amir Reza Koohestani laat twee waargebeurde verhalen over een moord in een sobere setting navertellen, alsof de vier personages een getuigenis afleggen, ieder tegen een kwart van het publiek.
 |
| fotograaf: Shokoofeh Hashemian |
Nagar en Shide, twee jonge Iraanse vrouwen, kennen elkaar van het werk. Nagar raakt meer dan bevriend met de broer van Shide, wat niet bepaald naar de zin van Shide is. Op een goede, of beter gezegd, op een slechte dag, krijgen Nagar en haar vriend ruzie en valt hij in het mes dat Nagar voor haar eigen bescherming had gekocht. Aldus vertellen de twee vrouwen. Hun monologen worden afgewisseld met die van twee mannen. Fatullah en Shamsullah zijn twee broers van wie de zoon en de dochter met elkaar trouwen. Als blijkt, of als gesuggereerd wordt, dat zijn zoon zijn vrouw mishandelt, slaat Fatullah door. Hij vermoordt zijn zoon. En zijn moeder. En twee van zijn zussen.
De teksten zijn gebaseerd op een documentaire van Mahin Sadri en door Amir Reza Koohestani in een sobere, theatrale setting gezet, waarin het publiek verdeeld wordt over vier tribunes met voor elke tribune een van de spelers. Ze zitten achter een tafeltje met hun rug naar elkaar toe en spreken tot het publiek alsof ze in een verhoorkamer een getuigenverklaring afleggen. Tegelijkertijd wordt hun gezicht opgenomen en op vier televisieschermen achter de acteurs getoond. De close-ups brengen de personages en de tranen in hun ogen dichtbij. Hun zoekende blikken tonen de twijfels, de gedachten en het graven in de herinneringen.
Hoewel deze setting intiem is en het de toeschouwer zeker het verhaal inzuigt, blijft
Quartet: A journey to north afstandelijk. Je voelt wel mee met de personages, bent nieuwsgierig naar de manier waarop het allemaal zo heeft kunnen komen, maar écht raken doet het niet. Daar is de voorstelling dan weer misschien net te sober en te statisch voor.
Wel levert de voorstelling een prettig genuanceerd beeld van daderschap en slachtofferschap. De familieleden doen hun (beschuldigende) relaas zonder op hoogdravende toon met vingers te wijzen, maar door simpelweg verslag te doen van de tragische gebeurtenissen. De daders verdedigen zich door hun kant van het verhaal te vertellen zonder hun daden te verbloemen of te rechtvaardigen.
Al met al is
Quartet: A journey to north een interessante, hoewel wat weinig dynamische voorstelling die door het mooie, ingetogen spel en de effectieve theatrale setting zeker indruk maakt. (Erica Smits)
Terug naar bovenSaint François d'Assise is waar mirakelSaint François d'Assise - De Nederlandse Opera: Olivier Messiaen
Muziektheater, Amsterdam • 1 juni 2008
Het tegenlicht wordt steeds feller. Koor en orkest werken toe naar een climax die na vijf uur en twintig minuten lang nadreunt. Gruwelijk, sinister, hemeltergend mooi en overweldigend. Dat is
Saint François d'Assise in handen van regisseur Pierre Audi en dirigent Ingo Metzmacher.
Saint François d'Assise wordt beschouwd als een van de belangrijkste opera's van de vorige eeuw, maar Olivier Messiaens (1908-1992) enige opera is notoir lastig te ensceneren - eigenlijk zijn alle pogingen tot op heden mislukt. Wie een tweede bedrijf van ruim twee uur componeert met als slotstuk een preek van veertig minuten vraagt natuurlijk ook om problemen. Het grote wonder in het Amsterdamse Muziektheater is echter niet Franciscus' hemelvaart aan het einde van de opera, maar een voorstelling die van begin tot eind boeit, vol zit met prachtige beelden en de bezoeker met een euforisch gevoel achterlaat.
De acht scènes uit het leven van de heilige Franciscus staan los van elkaar en benadrukken vooral het lijden en laten zo ook de duistere kant van het geloof zien. Hoewel Messiaen zelf veel kleur voorschreef, overheerst bij Audi daarom het zwart, alleen de engel baadt in wit licht en in de scène met de melaatse kleurt het podium langzaam akelig geel. De veertig minuten durende preek voor de vogels is hier de grote uitzondering. Saaiheid ligt hier nadrukkelijk op de loer, maar Audi omzeilt dit gevaar behendig door er een soort bijbelklasje van te maken, met tientallen kinderen in kleurige kostuums als figuranten.
 |
| fotograaf: Ruth Waltz / DNO |
Het orkest speelt een cruciale rol in deze productie. Net als hij eerder bij Wagners
Ring deed, plaatst Audi het orkest als 'acteur' op het immens grote toneel. Hierdoor kan Metzmacher de zangers achter zijn rug niet zien, maar het heeft als groot voordeel dat de solisten dicht bij het publiek staan en de voorstelling iets intiems krijgt. En dat is knap, want met een gigantisch orkest, een enorm koor en een 2000 pagina's tellende partituur die een optelsom is van zo'n beetje alle compositietechnieken die Messiaen in zijn leven toepaste, bezwijkt
Saint François gemakkelijk onder het eigen gewicht.
Doodzonde daarom dat Metzmacher na deze productie uit Amsterdam vertrekt, want zijn eerste samenwerking met Audi smaakt naar meer. Met een bijkans militaire precisie leidt hij het sterk uitgebreide Residentie Orkest: de rake klappen waarmee Franciscus zijn stigmata ontvangt, gaan letterlijk door merg en been. De klanken van drie ondes martenots - een voorloper van de synthesizer - kleuren schitterend bij het orkest en het koor van De Nederlandse Opera fluistert, dreigt en jubelt extatisch. Ook de solisten stijgen tot grote hoogten, met als middelpunt de van een keelontsteking herstellende Rod Gilfry in de titelrol. Het eindresultaat is een waar mirakel.
Nog te zien t/m 29 juni.
www.dno.nl (Henri Drost)
Terug naar bovenImmer vrolijk in de helHappy days - National Theatre of Great Britain
Stadsschouwburg, Amsterdam • 31 mei 2008
Winnie doet haar haren goed en kijkt vervolgens koket de zaal in. Ze wil er wel een beetje toonbaar uitzien, ook al is ze minder mooi dan in vroeger tijden. Het is een raar soort ijdelheid: Winnie kan namelijk geen kant op, ze zit tot haar middel in een berg rotsen en aarde. En in die situatie zal geen verandering komen. Toch blijft de vrouw tegen de klippen op vrolijk. Winnie is de hoofdpersoon in Samuel Beckett's
Happy Days. Het stuk vormt de diepzinnige opening van Holland Festival 2008.