8weekly.nl |
3. Jonge makers: werkplaatsproductiesOerol 2008door Moon Saris
Oerol 2008: Deel 1. Reguliere voorstellingen | Deel 2. Bonnefooi en straattheater | Deel 3. Jonge makers Inhoud van dit artikel: Hanneke in te-zijn-of-niet-te-zijn land Haal alle ballast uit Alice in Wonderland, alle kitsch, alle afleidende elementen en alle verwarrende karakters, en je krijgt Hanneke in te-zijn-of-niet-te-zijn-land. Ofwel: Hanneke de Jongs Night Bright Days, Shakespearience II. Voor het tweede Oerol-jaar op rij liet singer-songwriter en beeldend kunstenaar De Jong zich inspireren door de grootste Engelse toneelschrijver. Maakte ze vorige keer een compilatie aan de hand van personages uit zijn toneelstukken, dit keer hield ze het 'simpel' en ging ze doordenken op Shakespeares wezensvraag to be or not to be.
Hanneke de Jong zou Hanneke de Jong niet zijn als ze dat alleen pratend zou doen; natuurlijk zingt ze ook, mooie vertalingen van rijke sonnetten van de hand van de meester over het thema van de voorstelling. Dit keer niet alleen in het Engels, maar ook in het Nederlands. En het moet gezegd: dat laatste komt niet alleen beter over omdat je de tekst 'in an instant' begrijpt, maar ook omdat het het beste in de zangeres bovenhaalt - het wordt er prettige kleinkunst van. Fijne bijkomstigheid: je hoeft je tenen niet te krommen om de geregeld opduikende Amerikaans-Nederlandse tongval die de Britse sonnetten geen goed doet.
Zeggen dat De Jong en De Witte ervoor zorgen dat het kwartje over 'het zijn' voor altijd en eeuwig valt, is misschien wat veel eer. Maar dat ze samen heel erg dicht tot de kern komen met hun abstracte, intuïtieve aanpak en niet in de laatste plaats hun zeer verrassende slotscènes, ja, dat zeker. (Moon Saris) Angtaanjagende stap
Die laatste vergelijking dringt zich het meest op in het geval van Madeleen Bloemendaal, die met deze Oerol-werkplaatsproductie haar vierde voorstelling aflevert. En die dus, vier jaar na haar afstuderen, niet erg lang meer kan volhouden dat ze nog beginnend theatermaker is. Maar of De ronde van de rode rugzakjes haar het brevet bezorgt om de overstap te maken, is zeer de vraag.
Verder leidt alles in deze voorstelling naar de conclusie dat je na een lange reis beter niet thuis kunt komen, dat je een gesteld doel beter niet kunt halen omdat... ja, omdat wat eigenlijk? Want hoewel iedereen het gevoel kent dat deze (met een beperkt budget) best mooi vormgegeven, maar niet altijd even sterk gespeelde en vooral filosofisch en dramatisch niet erg doordachte voorstelling oproept, is het soms juist heel waardevol om een gesteld einddoel te bereiken en vervolgens een nieuw te stellen. Maar misschien is dat inderdaad nog een stapje te ver voor Bloemendaal, die in de favoriete duinpan van iedere Oerol-bezoeker en menig Oerol-theatermaker niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk geen vlaggetje op het eindpunt weet te prikken. (Moon Saris) Gekke remake Renske van den Broek maakte Amoris namens Productiehuis Brabant voor Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Een prima geslaagde voorstelling over twee jongens uit een oud circusgeslacht die moeten kiezen uit vernieuwing of vasthouden aan het verleden. De spelers trokken het publiek mee door een parkje, waarvan je moeilijk niet kon geloven dat deze jongens daar echt wonen en werken. Geen vernieuwend of hoog intellectueel theater, wel een bijzondere, vermakelijke, meeslepende ervaring vol prachtige beelden.
Waar de voorstelling heeft gewonnen, is dat het spel van de twee acteurs, Dion Vincken en Martijn van der Veen, niet meer zover uiteenloopt als in Den Bosch. Maar dat gaat tegelijk ten koste van de prachtige rol van Van der Veen als meesterlijke, John Cleese-achtige spreekstalmeester die in alle opzichten de meerdere is van zijn sukkelige broertje. De remake is, zoals zo vaak, een schim van de oorspronkelijke voorstelling. Niet dat daar niets beter aan kon, maar de keuzes die zijn gemaakt om Amoris naar een hoger niveau te tillen, leveren weliswaar een lekker rafelige, nog steeds vermakelijke, maar ook veel minder heldere en affe voorstelling op. (Moon Saris) Miscommunicatie en manipulatie via de radio, deel 1 Oranje, oranje en nog eens oranje. Foute elpees aan de muur, wild gekleurde glaasjes op de tafel, organische lampjes, oranje bussen en blikken in alle soorten en maten. Het is al snel duidelijk in welk era we ons bevinden als we de 'studio' binnen wandelen. De tuttige seventiessaus werkt uitermate vermakelijk; de spullen en liedjes zijn voor vrijwel iedereen herkenbaar, uit de eigen oude doos of uit de talloze 'back to'-programma's.
Regisseur Greg Nottrot en zijn Nieuw Utrechts Toneel (NUT) hebben de voorstelling gebaseerd op historische documenten, onder meer Bomans' dagboek. Ze hebben er vooral de miscommunicatie tussen Bomans en de studio uitgehaald en gefocust op het feit dat Bomans zich uitermate rot voelde op dat minuscule eilandje - niet omdat hij er alleen zat, maar omdat hij simpelweg ziek was. Ook de manier waarop de producent vooral show wil maken in plaats van Bomans echt de ruimte te laten, krijgt veel nadruk. Net als hoe Ruis zijn eigen ding doet, tegen de wens van de producent in. En passant is het een aardig portretje van de hoogtijdagen van een medium, net voor tv definitief de overhand zou krijgen met z'n gigantische spelshows en overdonderende nep. Maar wat Bomans hoort u mij? vooral bijzonder maakt, is dat het deel is van een tweeluik. Met tegenover dit (bewust) schreeuwerige stuk een veel ingetogener voorstelling een paar honderd meter verderop op het strand: Ruis ik niet verstaan. In dit geval zijn een plus een inderdaad meer dan twee, zelfs al zit er veel overlap tussen de voorstellingen. (Moon Saris) Miscommunicatie en manipulatie via de radio, deel 2
Een breed strand. Niets dan zee, zand, zon en... meeuwen. O ja, in de verte staan een tentje en een tafel. En van nog verder komt een mannetje met een hoed en een koffer dat zich met veel misbaar installeert in het tentje. Het is Bomans; geen kampeerder van nature, zo blijkt ook uit het feit dat hij voortdurend in pak rond paradeert. Een oproep schalt uit twee enorme speakers. Bomans moet op de radio, en presentator Willem Ruis test de verbinding. Ze houden een praatje; geïnteresseerd vraagt Ruis hoe het met Bomans gaat. De schrijver antwoordt dichterlijk hoe zijn situatie daar is, op dat eiland, alleen met de meeuwen. Maar dat is niet wat de presentator wil horen en hij blijft aandringen op een persoonlijker verslag, zelfs al maakt de afgezonderde man duidelijk dat hij dat niet van zins is.
Mooi subtiel portret van een mislukt experiment, van de Utrechtse collega's van het NUT, Cowboy bij Nacht (en bij afwezigheid van regisseur Alexander de Vree wegens aanstaand vaderschap afgemaakt en waargenomen door Greg Nottrot). En van de ego�stische zucht van de radioproducenten en presentatoren om hun ding te doen in plaats van dat van degene die ze portretteren. Prachtig gespeeld door Wim Meeuwissen, die de trotse, dichterlijke maar in zijn helleweek o zo onhandige en zieke Bomans met respect vormgeeft. Maar wat Ruis ik niet verstaan vooral bijzonder maakt, is dat het deel is van een tweeluik. Met tegenover dit ingetogen stuk een veel schreeuweriger voorstelling een paar honderd meter verderop in het hotel: Bomans hoort u mij? In dit geval zijn een plus een inderdaad meer dan twee, zelfs al zit er veel overlap tussen de voorstellingen. (Moon Saris) Visueel hoorsprookje met jezelf als hoofdrolspeler
Opa komt niet vaak ter sprake tijdens de tocht, maar indirect wordt geregeld naar hem verwezen. Vooral naar de vogels die hem zo lief waren, de relatie die zijn kleindochter met hem had en wat ze voelt nu hij zo maar is weggegaan en nooit meer terugkomt. De woorden zijn eenvoudig, maar heel po�tisch. De zinnen niet moeilijk, maar heel meeslepend. De toon afwisselend zoetgevooisd, vertellend, gebiedend.
Terug naar boven Vrouw in het water meets man op het water De onnoembaren - Jellie Schippers 14 juni 2008 • Kleiplak, Terschelling Regisseuse Jellie Schippers en actrice Dahlia Pessemiers maakten vorig jaar op Oerol diepe, diepe indruk met het intieme portretje over Peer Gynts eenzaam achtergebleven liefje Solveig. De verwachtingen waren dus hooggespannen voor de opvolger. Zeker omdat de locatie bij voorbaat spannender aandoet dan het minuscule schuurtje op Oost, de vorige keer.
Het verhaal is eenvoudig: een sirene (je mag er ook een zeemeermin van maken, maar dan mis je een laagje) komt uit de zee en wil kennismaken met een man in een wereld die de hare niet is. Ook een man van het water, maar dan erop en niet erin: een blinde schipper die niet kan aarden aan de wal. De sirene schrikt enorm terug als ze twee tonen meezingt van zijn hard in de wind geschreeuwde eenzaamheidsliederen - hij wil haar doorboren met zijn spies omdat hij niet weet wie of wat ze is en niet ziet wat er gebeurt. Vanaf dan beweegt zij zich zo geruisloos mogelijk over zijn schip om maar in zijn buurt te zijn, zijn aanraking uit alle macht vermijdend. Tot die onvermijdelijk is geworden, natuurlijk net voor het moment dat zij terug moet keren naar de zee omdat ze het op het droge niet langer uithoudt. Een mooi gegeven dat het, letterlijk en figuurlijk, zonder al te veel diepgang kan stellen omdat het zo universeel en dus alomvattend is. Maar hoe mooi het er ook allemaal uitziet, de kwaliteiten van Dahlia Pessemiers komen in de huid van de verre, zwijgzame sirene nog niet voor een kwart zo goed tot hun recht als in de intieme, gesproken rol van vorig jaar. Haar bewegingen zijn schokkerig, als een onhandige ET die de aarde ontdekt. Misschien bedoeld om de blindengang van de schipper te spiegelen, maar gaandeweg een beetje irritant. En mede daardoor wordt De onnoembaren nergens de smachtende, meeslepende pas de deux die de schijnbaar tegengestelde maar stiekem gelijkgestemde zielen zouden moeten dansen. (Moon Saris) |
THEATER
Gezien op 1 januari 2008
ZOEKEN
ADVERTENTIE
THEATER
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|