Jonge Harten Theaterfestival GroningenGezien op 20 november 2008
8weekly.nl |
Jonge Harten Theaterfestival GroningenTheater doet het hart sneller kloppendoor Koen van Hees, Henk de Jong, Lisette Sanders en Miranda ten Wolde Vanaf vrijdag 21 november tot en met 28 november 2008 staat Groningen in het teken van het Jonge Harten Theaterfestival. En dat inmiddels reeds voor de elfde editie. In zowat alle theaters van Groningen is een groot aantal voorstellingen te zien. Misschien is de organisatie bang, dat de jonge theaterbezoeker door de bomen net dat éne bos niet meer ziet, en daarom hebben ze zelfs een heuse kijkwijzer ontwikkeld. Het programma is onderverdeeld in de volgende categorieën: Heavy Stuff, Feel Good, Kippenvel en Expeditie Jonge Harten. De eerste twee zijn duidelijk; de laatste twee zijn vooral voor het meer avontuurlijke publiek. Lees nu de recensies van:
Kijk voor meer informatie op: www.jongeharten.nl.
Goed genoeg voor extra studiepunten?
Samenwerking met amateurs kan twee kanten uitwerken. Het brengt het prettige, ontregelende effect of mislukt faliekant. De voorstelling Let's get physical van het Groningse dansgezelschap Club Guy & Roni dat voor deze gelegenheid een samenwerking met studenten van het Hanze Instituut voor Sportstudies (eveneens uit Groningen) aanging, heeft merkwaardig genoeg beide kenmerken in huis. Maar wel meer van het tweede, helaas.
Er is maar een moment in de voorstelling die dit niveau ontstijgt en dan zie je meteen wat de meerwaarde kan zijn van het inzetten van amateurs. Op de vloer zie je twee grote trampolines. Op de ene zie je een meisje springen, op de andere een jongen. Ze zoeken toenadering tot elkaar. Van de eerste ontmoeting tot het eerste afspraakje. In deze subtiele scène zie je jezelf weer terug op het schoolplein en tegelijkertijd heeft het meer: zijn alle eerste afspraakjes immers niet spannend? (Koen van Hees) Terug naar boven
Lichaamstaal
De twee dansers op de vloer beheersen hun vak duidelijk tot in de puntjes. Ze gebruiken al hun ledematen om de ander mee op te vangen, maken soms erg gewaagde sprongen en weten de ander telkens weer om te vormen tot een menselijk klimrek. Dat vereist veel kracht, balans en vooral vertrouwen. De mannen moeten er vanuit kunnen gaan dat de ander precies de juiste timing heeft, anders gaat het mis. Dit is helemaal van belang wanneer ze zichzelf blinddoeken met hun vesten - die eveneens nog dienst zullen doen als touwen, tuigjes en handdoeken. Af en toe houdt het publiek de adem in, maar deze jongens zijn zo op elkaar ingespeeld, dat het nergens fout loopt. Dat vertrouwen is ook onderdeel van het verhaal dat door middel van de bewegingen verteld wordt. Deze mannen zijn twee broers of vrienden, die elkaar telkens aantrekken en afstoten. Er speelt een soort rivaliteit, maar tevens zijn ze er op de belangrijke momenten wel voor elkaar. Toch zou deze boodschap wel wat beter overgebracht mogen worden. Pas wanneer er muziek begint te spelen, komt er een beetje drama in de bewegingen, maar helaas klinkt er tijdens een groot deel van het stuk geen muziek. Daarnaast zijn de gezichtsuitdrukkingen vaak niet helemaal duidelijk: is dit nu bedoeld als acteerwerk, of is het gewoon van inspanning en vermoeidheid? Door deze elementen wordt de voorstelling soms wat langdradig en lijkt het meer of de dansers alleen maar hun kunstjes komen vertonen. Dan kun je natuurlijk net zo goed naar het circus gaan. Appris par Corps is op sommige punten meeslepend, maar weet dat niet de hele tijd vast te houden. Op die momenten is de acrobatiek van hoog niveau, maar weet de voorstelling niet zoveel toe te voegen. Een goede uitwerking wat betreft het acteren en de muziek zou het verhaal beter tot zijn recht laten komen. Met meer nadruk op de diepgang zou het spektakel een meerwaarde krijgen, waardoor naast circusgangers ook toneelliefhebbers met een tevreden gevoel de zaal uit zouden komen. (Miranda ten Wolde)
Stad en ommeland
In deze voorstelling is het in feite de toeschouwer die de hoofdrol speelt. Die wordt aan het denken gezet over de verhouding tussen stad en platteland: waar ben je gelukkiger? Het videomateriaal dat hiervoor wordt gebruikt is vanuit het oogpunt van de camera opgenomen. Zo lijkt het publiek alles mee te maken, zelf op dat donkere Groningse landweggetje te fietsen, zelf in de overvolle discotheek en vervolgens in een overmatig verlichte, maar lege Herestraat te lopen. Ook de beelden van het sterrenstelsel geven goed de droomwereld weer die ze moeten oproepen: mooie, rustige overgangen en prachtige kleuren. Op het einde maakt de voorstelling nog even treffend haar punt: de schermen tonen een nachtelijke kaart van Europa, met daarop de hoeveelheid lichtvervuiling zichtbaar gemaakt. En Nederland blijkt de minste zwarte plekken te hebben. Naast beeld maakt PeerGrouP ook gebruik van geluid. De zangeres, Merel van Dijk, brengt al zingend en sprekend de associatieve teksten ten gehore. In de koptelefoon overstemt ze de achtergrondgeluiden, waardoor de tekst op de voorgrond wordt geplaatst. Verder wordt er met elektronische muziek gewerkt, wat treffend de drukke sfeer van de stad weergeeft. Het geheel speelt zo in op verschillende zintuigen, waardoor de contrasten tussen licht en donker, stad en platteland, drukte en rust goed uitkomen. Een waarschuwing voor mensen met epilepsie zou wel op zijn plaats zijn: soms produceren de muziek en de lichtflikkeringen enorm veel prikkels. De mooiste ervaring is dan ook, tegen het einde, de terugkeer naar het rustige geritsel van het gras in het weiland. Eigenlijk vat de titel de voorstelling heel goed samen: de stad heeft veel te bieden, maar soms vormt het platteland een welkom rustpunt. (Miranda ten Wolde)
Intrigerende confrontatie met het menselijk lichaam
In the Autopsy project onderzoekt choreograaf André Gingras de kracht van het menselijk lichaam. In een fantastische dansshow laat hij zijn dansers eerst in heel krachtige bewegingen over het toneel bewegen. Daarna worden de lichamen van de dansers slap en levenloos en bestuderen de dansers om de beurt elk lichaamsdeel van een collega. De kracht en het onvermogen van het lichaam worden aan een grondige studie onderworpen. Met als resultaat een sensationele voorstelling met de nodige diepgang. De zaal is gehuld in een grimmige sfeer. De ijzeren metalen bouwwerken dienen als de contouren waarbinnen het dansspektakel van Andre Gingras zal plaatsvinden. De dansers maken deel uit van een snijkamer waarbinnen hun lichaamsdelen volledig worden blootgelegd en de autonomie van het lichaam bestudeerd wordt. Een naakte danseres stapt uit het lijkendoek waarin ze gewikkeld was. Met schreeuwende bevelen dwingt ze de geblinddoekte lijkenschouwer de ijzeren constructie te beklimmen. Hoger en hoger. Haar stem schreeuwt onverstaanbare woorden en dat maakt dat de sfeer in de zaal geheimzinnig wordt. Uit een speaker klinkt een eentonige melodie die steeds drukkender wordt. Dan neemt een andere danser het heft in handen. Hij staat boven op een ijzeren stelling en kijkt neer op de dansers. Van het ene op het andere moment onderwerpt hij ze aan zijn gezag en scheurt hij hun kleding van het lichaam. Als bij een groep wolven is hij vanaf nu de alfa. De dansers laten de muziek door hun lichamen stromen en missen werkelijk geen enkele noot. Ze lijken haast gemaakt van elastiek waarbij de zwaartekracht hun lichamen domineert.
Het vergt een dosis fantasie en inlevingsvermogen om de verhaallijn in de dansvoorstelling te herkennen maar heel losjes is die wel aanwezig. Zo wordt de snijdceremonie die zich afspeelt in de snijkamer stap voor stap beschreven. Ondertussen hangen de dansers weerloos in allerlei posities aan de ijzeren constructie. Ze nemen steeds een andere houding aan. Er is weinig beweging en het lijkt alsof ze ermee de kracht van het lichaam aan willen duiden. Want hoe vaak staan we er nou eigenlijk bij stil dat we ons in zoveel houdingen kunnen manoeuvreren?
Alle dagen heel druk
Op een druk verkeersknooppunt zitten, in een auto zonder rem. Zo beschrijft Mads Wittermans in Stormbrein hoe het er in zijn hoofd aan toe gaat. De eerste gedachte die je dan ook bekruipt als je de zaal uitstapt: blij dat ik geen ADHD heb. De enorme hoeveelheid energie van de acteur uit zich vaak in razende woordenstromen. Daarnaast staan er ook nog twee schermen op het toneel, waarop snel bewegende beelden met keiharde rockmuziek het verhaal ondersteunen. Ze geven weer wat er constant in het hoofd van een ADHD'er gebeurt, terwijl hij met de buitenwereld aan het praten is. Wat moet dat vermoeiend zijn. In deze voorstelling staat Mads Wittermans, bij het grote publiek bekend van onder meer de televisieserie Fort Alpha en de films Van God los en Phileine zegt sorry, de hele tijd alleen op de vloer. Dat gaat hem bijzonder goed af. Bij tijd en wijle weet hij echt te ontroeren, maar nog vaker heeft hij de lachers op zijn hand. Hij zet iedereen met wie hij te maken krijgt neer als een typetje, met accenten en rare tics. Daardoor maakt hij ze lachwekkend, maar hij geeft tegelijkertijd aan dat de buitenwereld nooit echt heeft begrepen tegen welke problemen hij aanliep. Ze vonden hem vooral lastig. Zoals hij zelf ook al zegt: ‘Ik heb geen probleem, nee, ik bén het probleem'. Stormbrein is een toneelvoorstelling, maar doet ook sterk denken aan cabaret. Met de humor als voornaamste middel speelt Wittermans richting het publiek. Toch verschilt hij op belangrijke punten van andere ADHD'ers als Bert Visscher of Jochem Myer. De teksten gaan dieper en er zijn meer rustpunten om deze tot hun recht te laten komen. Het publiek komt niet alleen om te lachen om een druktemaker maar wordt ook geconfronteerd met de vraag hoe het is om een druktemaker te zijn. Dat blijkt lang niet altijd lollig te zijn, vooral ook best moeilijk. Dit weet Wittermans tussen de grappen en de dynamische beelden door goed duidelijk te maken en daarom is deze voorstelling voor zowel drukke als rustige mensen een aanrader. (Miranda ten Wolde)
Gebakken lucht
De jonge regisseur Chris Koopman heeft zich voor dit stuk laten inspireren door Eugène Ionesco en diens absurdistische werk. Hierin staat vaak de waanzin van het dagelijks leven centraal. Ook de titel is geïnspireerd op Ionesco's taalgebruik. Deze vrouwen praten een hoop, maar in feite zeggen ze niets: ze zijn aan het luchtzwammen. Onder deze noemer wordt er veel met taal, klanken en muziek geëxperimenteerd. De drie actrices (Simone Hylkema, Sanne van Biesum en Iduna Paalman) blijken erg muzikaal; ze zingen mooi zuiver en ze weten ook nog prima om te gaan met een piano en een viool. Daarnaast leveren de klankspelletjes vaak grappige scènes op, waarbij driestemmig neuriën bijvoorbeeld het tikken van de tijd weergeeft. Het is jammer dat deze scènes soms een beetje als los zand aan elkaar lijken te hangen. Er is weinig verhaallijn, waardoor er geen samenhang wordt gecreëerd. Dat is misschien wel de bedoeling bij absurdistisch theater, maar daardoor komt de samenstelling nogal willekeurig over. Het einde had net zo goed het begin kunnen zijn. Bovendien krijgen de actrices geen duidelijke rollen, waardoor de voorstelling op afstand blijft. Het weet eigenlijk nergens echt te raken. Wat blijft hangen, is vooral de absurde en originele humor van Luchtzwammen. Wat filosofische bespiegelingen lijken, is in feite nietszeggend geklets. Het dansje aan het begin van de voorstelling kent een perfecte timing en werkt daardoor echt op de lachspieren. Hieraan hoeft niets meer veranderd te worden. Er mocht echter wel iets meer samenhang en diepgang in het stuk worden verwerkt. Maar ach, als je 22 bent en één van je eerste voorstellingen regisseert, moet er natuurlijk nog wel wat te wensen overblijven. (Miranda ten Wolde) Tour de force
Voor de eerste voorstelling worden we naar boven geloodst om daar Huisje van Yotka Kroeze en Vincent van der Velde te zien. Tijdens de performance vertelt Vincent van der Velde al zingende het verhaal achter dit huisje en wie daar in woont. Tevens zie je Yotka Kroeze tijdens de voorstelling het huisje tekenen en wordt het op die manier weer onderdeel van de tekeningen uit het boek. Een simpel decor, een lichtkomisch spel met het decor en de heldere zangstem zorgen ervoor dat je een vermakelijke eerste voorstelling beleeft.
Terug naar boven Cement ontroert Een grote stapel lakens midden op het toneel. De vier jonge acteurs en actrices spelen op, in en rondom de stapel. Verder knuffelberen, een ladenkastje en een stoel. Het is muisstil. Een tragedie speelt zich af. Al is daar in eerste instantie nog niets van te merken.
Toneelgroep Jan speelt met Cement een tragikomische voorstelling. Vier broers en zussen moeten zich opeens zelf zien te redden. Voor de een lijkt dit makkelijker dan voor de ander. De oudste zus, Julie (Femke Heijens), treedt betuttelend op en probeert zo de rol van de moeder over te nemen. Dan is er de zoon van een jaar of zeventien (Simon van Buyten) die op zoek is naar aanhankelijkheid. Hij vindt deze bij Julie. Margot (Margot Hallemans) is een typische puber en gaat helemaal uit haar dak op het nummer 'I'm not a girl, not yet a woman' van Britney Spears. Ook heeft ze zo haar puberale buien. Jongste telg van de familie is Tom (Ruben Hendrickx), een kereltje van een jaar of tien, die worstelt met zijn seksualiteit. Op een gegeven moment krijgt hij, op zijn verzoek, staartjes in zijn haar en een jurkje aangemeten. Weg is het jongentje en er staat dan een meisje op het toneel. De talentvolle Hendrickx speelt een glansrol, maar ook de andere acteurs doen zeker niet voor hem onder. Cement is gebaseerd op de roman The Cement Garden van de Britse auteur Ian McEwen. Waar in het boek de moeder in de kelder onder het cement wordt verstopt, wordt ze hier onder de stapel lakens verborgen. Als ze aan het einde van het stuk tevoorschijn wordt gesleept ben je niet geschokt. Je bent volledig meegegaan met het verhaal door de geloofwaardigheid die de acteurs in hun rollen leggen. Cement blijkt een indrukwekkende voorstelling die ontroert. (Henk de Jong) 8WEEKLY zag eerder |
THEATER
Jonge Harten Theaterfestival GroningenGezien op 20 november 2008
ZOEKEN
ADVERTENTIE
THEATER
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|