8weekly.nl

 

De opkomst van een medium

Videokunst in Nederland: deel 1

door
5 februari 2009

Introductie | Deel 1

Vanaf haar opkomst in de jaren zestig verhoudt de videokunst zich bijna noodgedwongen tot het apparaat dat ook haar eigen vertoning pas mogelijk maakt: de televisie. In de vijftiger jaren geïntroduceerd, maakte deze huiselijke beeldbuis een revolutionaire groeispurt door naar massamedium nummer één. Veel kunstenaars stonden sceptisch tegenover de ontwikkeling van hetgeen achteraf gezien kan worden als de meest dominante aanstichter van populaire beeldcultuur. Het maken van televisiebeelden was namelijk slechts voorbehouden aan enkelen; een kleine groep van omroepen en studio's die duizenden mensen thuis op de bank in hun greep hield.

Wim T. Schippers gooit ten overstaan van de wereldpers een flesje Green Spot priklimonade in de zee bij Petten (1962)
Wim T. Schippers gooit ten overstaan van de wereldpers een flesje Green Spot priklimonade in de zee bij Petten (1962)
Deze kritische verhouding tot televisie vindt in Nederland haar monumentale vorm in de persoon van Wim T. Schippers, die als Fluxuskunstenaar meedraaide in de nationale omroepen en zelf televisieprogramma's maakte. Met het in 1963 uitgezonden VARA-programma Signalement nam Schippers veel heersende televisieconventies op de hak. Zo goot hij bijvoorbeeld voor de nationale televisie een flesje gazeuselimonade leeg in de Noordzee, en maakte zo van een nietsig gebaar een ware mediagebeurtenis. Toen het op de helft van de jaren zestig eindelijk mogelijk werd ook zélf video-opnamen te maken leek dit een bevrijding, ook al was het voor de amateur - die doorgaans niet bij omroepen over de vloer kwam - vaak moeilijk een substantieel publiek te bereiken.

De vroegste draagbare videocamera's, Sony's legendarische Portapaks, stelden in staat om waar dan ook aanzienlijk lange opnamen (zo'n twintig minuten) voorzien van geluid te maken. Anders dan de introductie van de consumentencamera binnen de fotografie bracht de lancering van deze eerste home-videocamera's aanvankelijk geen al te grote verandering. Traditionele 8mm filmcamera's voor thuisgebruik waren er namelijk al, en de nieuwe videotechniek veranderde slechts het type opnamemateriaal: van optisch belichte films naar elektronisch beschreven magnetische banden. Met het resultaat was men via de televisie reeds bekend: ietwat schimmige grijze beelden, minder scherp en contrastrijk dan opnames op celluloid, maar vele malen goedkoper en sneller.

Flirten met een nieuw 
Met de opening voor een kritische reflectie op een steeds meer door televisie gedomineerde cultuur schoof video naadloos in de behoeften van een meer en meer sociaal en maatschappelijk gerichte kunstwereld. Het was dan ook vooral binnen de beeldende kunst waar de nieuwe camera's door velen met open armen werd ontvangen. Naast haar politieke mogelijkheden zagen velen ook direct een praktisch nut. De happenings en de acties van de Fluxusbeweging in de jaren zestig en zeventig bestonden vaak als artistieke gebeurtenissen, bijeenkomsten op straat of performances. Deze konden met de komst van draagbare videosets op een eenvoudige manier worden vastgelegd. Voor weer anderen bood het nieuwe medium vooral ruimte voor artistiek experiment. Niet zozeer de documentaire kwaliteiten, maar de eigenschappen die specifiek waren voor het elektronische medium zelf werden gretig uitgetest.

Nam June Paik - TV Chello
Nam June Paik - TV Chello
Video als emancipatoire techniek, efficiënt documentatiemedium of een splinternieuw artistiek materiaal - de nieuwe mogelijkheden die video bood werden van meet af aan door een uiteenlopende groep kunstenaars opgepikt. Maar toch, voor veel van hen bleek video niet meer dan een flirt met een nieuw materiaal. In de vroege jaren van de videokunst figureren er dan ook heel wat kunstenaars van naam zonder dat deze direct met recht ‘videokunstenaar' genoemd kunnen worden. Mensen als Jan Dibbets of Jan van Munster die zich voor gelegenheden inlaten met video, maar al snel hun eigen weg weer vervolgen.

Toch is een dergelijk label voor enkelen wel van toepassing. Als een bijna mythische oervader galmt de naam van Nam June Paik door alle internationale geschiedenissen, terwijl in Nederland Livinus van de Bundt als één van de eersten kan worden aangemerkt die werd gegrepen door de mogelijkheden van het werken met video, en daarop een consistent oeuvre van abstracte videowerken neerzette. Maar bijvoorbeeld ook voor performancekunstenaar Marina Abramoviæ was video meer dan een vlaag. Vanaf 1976 gebruikt ze bijna alleen nog maar video om haar performances vast te leggen. Een videocamera op een statief is direct en neutraal, en kan met zo min mogelijk tussenkomst van anderen registreren. Precies wat Abramoviæ voor haar performances zoekt.

Betrokken ontmoetingsplekken
Vooral in de beginjaren is de videoapparatuur toch voor veel kunstenaars nog niet te betalen. Al snel schieten de eerste initiatieven uit de grond die het werken met gedeelde videoapparatuur moeten bevorderen en ondersteunen. Zo wordt vanuit de gemeente in Rotterdam al in 1970 het Lijnbaancentrum opgericht, bedoeld om het gebruik van video te stimuleren én een laagdrempelige tentoonstellingsruimte te bieden in het Rotterdamse winkelhart.

Livinus, Moiré
Livinus, Moiré

In Amsterdam wordt in 1975 De Appel opgericht, in die tijd een internationaal befaamd centrum voor performance en andere vluchtige kunstvormen. Al snel begon video een grote rol te spelen in het vastleggen van de vele performances, en werd het soms zelfs tot onderdeel van de werken zelf doordat camera's en monitoren deel uitmaakten van de actie van de kunstenaar. Het mondde uit in een groeiende vraag van betrokken kunstenaars om met het materiaal te werken, en daarbij in iets dat steeds meer op een videocollectie begon te lijken. In 1982 werd hierom het onafhankelijke instituut Time Based Arts opgericht, dat vanaf dat moment zorg zou dragen voor de toch kwetsbare collectie videobanden en de videoactiviteiten in en rond De Appel. Vier jaar eerder, in 1978, werd door René Coëlho bij hem thuis Montevideo opgestart - een kleine maar betrokken ontmoetingsplek waar nationale en internationale experimentele videokunst werd getoond. In 1993 fuseerden beide laatste instellingen tot het huidige Nederlands Instituut voor Mediakunst, Montevideo/Time Based Arts.

Pioniers
In deze eerste periode van iets meer dan twintig jaar heeft de Nederlandse videokunst bewezen een serieuze rol te spelen binnen zowel de nationale als internationale kunstwereld. Vanaf 1990 reisde de tentoonstelling Imago, een expositie met uitsluitend video-installaties van Nederlandse bodem vijf jaar de wereld rond, en tot op de dag van vandaag is het videowerk uit deze periode in diverse collecties opgenomen. Voor een niet onbelangrijk deel is dit in de collectie van het Nederlands Instituut voor Mediakunst zelf, die de werken zo internationaal voor tentoonstellingen beschikbaar maakt.

Marina Abramovic - Art must be beautiful...
Marina Abramovic - Art must be beautiful...

Het gebeurt niet vaak dat een compleet nieuw artistiek medium zijn intrede doet, en als het gebeurt is het vaak nog maar hopen dat het de mogelijkheid krijgt zichzelf op een serieuze wijze te ontwikkelen. Door het werk van de eerste pioniers, en de instituten die al vroeg ontstonden om bestaande expertise te bundelen om kunstwerken te behouden en verzamelen is video als medium in Nederland gelukkig geen eendagsvlieg gebleken. Maar hoe verhoudt video zich tot de voortschrijdende techniek? In rap tempo digitaliseert de beeldproductie en lijkt een vooruitstrevende kunstvorm alweer een reliek uit het verleden. Wat moet je met al die videobanden in een tijd van DVD-spelers? Over deze en andere vragen over de ontwikkeling van Nederlandse videokunst in een tijd waarin de computer en later het internet zijn intrede doet binnenkort meer.

 

 







 EXPO
Nog te zien tot 1 januari 2009

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:


 ADVERTENTIE