8weekly.nl

 

recensie: Giuseppe Verdi - La Traviata

Willy Decker brengt La Traviata terug tot de essentie

door
fotografie: Klaus Lefebvre / De Nederlandse Opera
20 april 2009

'Ik wil nieuwe, grote, mooie, afwisselende, gewaagde onderwerpen, en dan bedoel ik ook echt gewaagd, met nieuwe vormen, etc., etc., die tegelijkertijd geschikt zijn om op muziek gezet te worden,' schreef Verdi in 1853 aan zijn librettist. Dat gewaagde onderwerp vond Verdi in La traviata, het verhaal van de courtisane Violetta, een 'gezelschapsdame voor de hogere klasse'. Daaraan ontleent zij echter niet haar aantrekkingskracht, die ontleent zij aan haar ziekte.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat het bleke tuberculosegezichtje aan het begin van de negentiende eeuw als aantrekkelijk en opwindend werd ervaren. Zeker omdat de ziekte op dat moment de meest voorkomende doodsoorzaak was; in 1840 werd bij 40% van de autopsies in Parijs tuberculose vastgesteld. In tegenstelling tot Rudolfo in Puccini's La Bohème (1883), is Alfredo absoluut niet bang voor Violetta's ziekte, integendeel. De ziekte werd verondersteld vlagen van euforie en een verhoogd seksueel verlangen op te roepen. De meest gebruikte naam voor de ziekte was niet voor niets 'consumptie' - het laat zich raden welke consumptie bedoeld werd. Glinsterende ogen, een blanke huid en rode wangen waren de kenmerken van wat in Italië al snel 'tipo traviata' genoemd werd en in de eerste helft van de negentiende eeuw ging er een erotiserende werking van de ziekte uit. Pas toen de Duitse arts Robert Koch in 1882 aantoonde dat de ziekte besmettelijk was, kwam hier verandering in.

Eén lange sterfscène
In de eerste helft van de negentiende eeuw ging er nog een erotiserende werking van de ziekte uit, vandaar dat Verdi benadrukt dat Violetta al in de feestelijke eerste scène met een dokter praat. De jonge Alfredo heeft haar pas eenmaal eerder gezien, maar is meteen verliefd op haar geworden. Zij wijst hem aanvankelijk af, maar vraagt zich aan het eind van de eerste akte af of hij haar redder kan zijn. Verdi zou Verdi niet zijn als hij van dit basisgegeven niet meer dan alleen een liefdesdrama maakte, maar ook een klassendrama en een familiedrama. Wanneer Alfredo en Violetta al drie maanden op het platteland wonen, eist Alfredo's vader Germont dat zij hem verlaat, omdat het schandaal dat hun relatie veroorzaakt het huwelijk van zijn dochter overschaduwt. Bovendien zou zij hem aan de bedelstaf brengen. Violetta stemt toe, hoewel het juist zij is die haar spullen verkoopt om Alfredo te onderhouden. Wanneer Germont zijn zoon enkele weken later van haar opoffering vertelt, is het al te laat; zij sterft vlak na zijn komst.

Hoewel de dokter slechts een kleine rol in de opera speelt, geeft regisseur Willy Decker hem Verdi's aanwijzingen indachtig een grote rol: hij is vrijwel de gehele opera als zwijgende toeschouwer van de handeling aanwezig, als een signaal van de naderende dood. Decker is een ware meester in het terugbrengen van een opera tot de essentie, en dat is deze enscenering niet anders: feitelijk is de hele opera één lange sterfscène. Het toneelbeeld toont een kale arena-achtige ruimte die tot aan de zaal doorloopt; het publiek is net als alle mannen op het toneel op voyeuristische wijze getuige van de ondergang van Violetta.

Op een enkele bank na blijft het toneel leeg, met als enige blikvanger de genadeloos doortikkende klok, die sneller loopt wanneer Violetta zich in het Parijse nachtleven stort, en alleen door een bloemetjesfoulard aan het oog onttrokken is in de korte idyllische plattelandsscène aan het begin van de tweede akte. Door deze sobere enscenering krijgt werkelijk elk detail een enorme zeggingskracht, met als wreed hoogtepunt de travestieact in het tweede bedrijf, en het is dan ook niet verwonderlijk dat Willy Decker al jaren tot een van de meest geprezen operaregisseurs behoort.

Formidabele cast
Decker wordt in Amsterdam geholpen door de formidabele leiding van dirigent Paolo Carignani. Aan de driekwartsmaat die vrijwel heel La traviata in de greep houdt ontkomt ook hij niet, maar hij waakt er nadrukkelijk voor de opera te laten verworden tot een zwierige dans. Sterker nog, het eerste bedrijf klonk hoekig en schurend, met aangenaam bruuske tempi. De messcherpe accenten onderstreepten dat deze opera geen gezellig avondje walsen is, maar een serieus 'melodramma in tre atti'. Wie de ogen niet voelt prikken in de slotscène, heeft een hart van steen.

Echt kleur gaven de solisten aan deze opera. De Spaanse tenor Ismael Jordi (Alfredo) beschikt over een aangenaam warm en lyrisch stemgeluid dat prachtig kleurde bij de Poolse bariton Andrzej Dobber die rol van zijn vader op zich nam. Beiden werden echter overvleugeld door de Russische sopraan Marina Poplavskaya, die zeker ook in haar acteerprestaties beide mannen naar de achtergrond verdreef. Van femme fatale naar gekrenkte vrouw, van verliefd meisje tot dodelijk zieke vrouw, alles zette zij overtuigend neer. De minuten durende staande ovatie was meer dan terecht.







 OPERA
Giuseppe Verdi – La Traviata
De Nederlandse Opera, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Paolo Carignani
Gezien op 9 april 2009
Gezien in Het Muziektheater, Amsterdam

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:


 ADVERTENTIE