Holland Festival 2009: 62ste editieGezien op 4 juni 2009
Gezien in diverse locaties, Amsterdam
8weekly.nl |
festival: 62ste editie - Deel 2: 17 t/m 28 juniHolland Festival 2009: rust en onrustdoor Nikki Dekker, Henri Drost, Mariëlla Pichotte, Rianne Werring en Mieke Zijlmans Ook dit jaar besteedt 8WEEKLY weer uitgebreid aandacht aan het Holland Festival, het grootste cultuurfestival van ons land dat tussen 4 en 28 juni weer een ongekende hoeveelheid topvoorstellingen uit binnen- en buitenland biedt. Ruim drie weken is Amsterdam de onbetwiste culturele hoofdstad van Europa. Serenity and anxiety is dit jaar het overkoepelende thema, rust en onrust. Van de voortdurende onrust van Woyzeck tot het mededogen van Les Ballets C de La B in Pitié!, van de marathonvoorstelling Antonioni project van Toneelgroep Amsterdam tot de hommage van Het Nationaal Ballet aan Serge Diaghilev, van Christoph Schlingensief die in Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir zijn demonen bevecht tot Bizets Carmen met vierhonderd figuranten - rust en onrust wisselen elkaar voortdurend af, niet zelden binnen een voorstelling.
Deel 1: recensies van 6 t/m 16 juni | Deel 2: recensies van 17 t/m 28 juni In dit artikel de recensies van: The White Body - Ea Sola | Tijdgenoten van John Adams en Rob Zuidam - Asko|Schönberg Ensemble | Hiob - Münchner Kammerspiele | Aquarius - Karel Goeyvaerts | Carmen - Georges Bizet. De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest, Marc Albrecht | Antony and the Johnsons & Metropole Orkest | Medea - Sasha Waltz & Guests Schurende Medea doodt rivale met schelpjes Medea stuurt haar kinderen naar de nieuwe geliefde van haar ex-man Jason. Een huwelijksgeschenk geeft ze de kinderen mee: een doorschijnende witte jurk en kettingen die zijn gemaakt van gekrulde schelpjes. De kinderen hangen de nieuwe bruid de schelpenkettingen om en zie: langzaam druipt er rode vloeistof uit die schelpjes. De witte jurk en de blanke huid worden met gif en bloed besmeurd.
Waltz staat bekend om de grootste theatrale effecten in haar voorstellingen. In dit geval is dat effect feitelijk overbodig: enorme windmachines blazen woestijnwind over het podium en laten de kleren van dansers en zangeres wapperen. Dat effect is te klein en te kortdurend om de dominante aanwezigheid van die kolossale krengen op het podium te rechtvaardigen. Hoe dan ook. Het idee om van een Medea-opera een Medea-dansopera te maken, levert een fascinerende, dramatische, maar vooral beeldschone voorstelling op. (Mieke Zijlmans) Eenpersoons engelenkoor In een diepdonker Carré rollen donkere pianotonen van het toneel, die langzaam verworden tot lichter pianospel. Een witte schim komt opgelopen, een viool speelt een melodieuze solo. Zanger Antony begint met zijn eerste lied, Everything is new, een gelige spot die hem steeds meer belicht geeft het gevoel dat de zon opkomt. De voorstelling ziet er gelikt uit en Antony's zangwerk is hemels.
Het concert is kort en dat is wel wat jammer, maar de nummers van Antony, gearrangeerd met behulp van Nico Muhly, zijn dan ook geen lichte kost. De begeleiding van het Metropole Orkest is heel secuur, het orkest stoort de zang en de sfeer van de nummers op geen enkele wijze en ook het lichtontwerp draagt op alle fronten bij aan een intieme sfeer. Het is wel jammer dat Antony moeilijk te verstaan is op het moment dat hij niet zingt: de autobiografische vertelsels worden op die manier meer puzzeltjes dan fijne toelichtingen tussendoor. Met name bij de toelichting op The Crying Light - het titelnummer van zijn nieuwe album - en van toegift The Rapture stamelt hij veel. Tijdens de zang is hij echter, ondanks de capriolen die hij op vocaal gebied uithaalt, wel te verstaan en lijkt hij volkomen op zijn gemak, zodra hij echter zichzelf speelt, lijkt hij verlegen en onzeker. Dat maakt ook deel uit van zijn charme, dat hij zonder arrogantie lijkt en na ieder daverend applaus met een onbeholpen 'thank you' zijn publiek bedankt. Het is wel duidelijk dat hij voor een publiek speelt dat hem al lang in de armen heeft gesloten, maar dat weerhoudt hem er niet van om zich helemaal te geven. Het was een thuiswedstrijd, maar Antony and the Johnsons hebben een glansrijke overwinning behaald. (Rianne Werring) Sprankelende Carmen wacht op niemand
Het verhaal van de opera is dan ook overbekend en eenvoudig samen te vatten: Carmen, het meisje uit de tabaksfabriek in Sevilla, verleidt soldaat Don José. Hij laat alles in de steek en volgt haar in een avontuurlijk bestaan met een groep smokkelaars. Maar wanneer zij hem verlaat voor de stierenvechter Escamillo, raakt hij buiten zinnen van jaloezie, met als gevolg wat nu in krantenberichten 'een drama in de relationele sfeer' genoemd wordt. Carmen is de ultieme femme fatale, en natuurlijk loopt dat slecht af. Maar zo amoreel en schokkend als Carmen ooit was, is de plot al lang niet meer. Dat heeft vele regisseurs ertoe verleid om iets van het oorspronkelijke schokeffect terug te brengen middels allerlei vergezochte ensceneringen, maar ondanks vele moderne elementen, is deze Carmen gelukkig vooral aangenaam traditioneel, dus met soldaten, zigeuners, smokkelaars en een macho toreador. De hele voorstelling vindt zelfs plaats in een enorme arena, die plaats biedt aan ruim vierhonderd figuranten, maar in het voorlaatste bedrijf even gemakkelijk dienst doet als het kronkelige bergpad waarlangs de smokkelaars hun waar vervoeren. De Canadese regisseur Robert Carson verliest in dit immense decor echter nooit Bizets details uit het oog. Zo valt Carmen als een blok voor Don José, niet omdat hij als een Don Juan naar haar gunsten dingt, maar juist omdat hij terwijl zij de vele potentiële minnaars hooghartig van de hand wuift, met een mes (inderdaad, een mes), hoog op de tribune, zijn nagels schoonmaakt, denkend aan zijn moeder. En in het tweede bedrijf vermoordt José niet zelf zijn commandant, maar die wordt door zijn toekomstige metgezellen tegen zijn uitgestoken mes geduwd, waarna hem niet anders rest dan het leger voor de smokkelaars te verruilen. De smokkelaars en soldaten blijken van hetzelfde laken een pak, allemaal laven ze zich vooral graag aan vrouwen en halveliterblikken Heineken.
Terug naar boven Fascinerende opera zonder woorden Het levenswerk van een visionair of de mislukte opera van een zweverige idealist? Na het ondergaan van Aquarius van de Vlaamse componist Karel Goeyvaerts (1923-1993) zijn beide typeringen mogelijk. Maar ontegenzeggelijk was de eenmalige uitvoering in het Muziekgebouw aan 't IJ adembenemend vanaf de eerste noten. Noten die voorafgegaan werden door woorden van acteur Warre Bogmans, die de opera van zijn landgenoot probeerde te plaatsen. Een echt meesterwerk heeft zo'n kunstgreep niet nodig, maar in het geval van Aquarius kan het zeker geen kwaad. Want ga maar na: deze opera kent geen plot, geen personages en de tekst bestaat voor het overgrote deel uit losse klanken die samen moeten 'verhalen' van de collectieve overgang naar een nieuw astrologisch tijdperk - inderdaad, dat doet denken aan de musical Hair. Geen wonder dus dat het na Goeyvaerts' dood zestien jaar heeft geduurd voor er een eerste scenische uitvoering van de opera kwam. De componist was in zijn toelichting ook al weinig behulpzaam:
De fascinatie komt echter vooral door de muziek, die absoluut niet zweverig is, integendeel. Alle astrologie is baarlijke nonsens, maar Goeyvaerts' muziek is zeer serieus. In eigen land geldt Goeyvaerts als de uitvinder van het serialisme, en hoewel daarover te twisten valt, is zijn invloed op Stockhausen en daarmee ontelbare moderne componisten niet te ontkennen. Aquarius combineert het serialisme echter met bijna Mahleriaanse laatromantiek en met Stravinsky, wat resulteert in even toegankelijk als aangrijpend muziekstuk. En daar heb je inderdaad geen tekst voor nodig. (Henri Drost) Het onafwendbare ongeluk van Job Mendel Singer heeft geen erg jofel leven. Geen cent te makken, en ook geen zicht op een betere toekomst. Het is het traditionele beeld van de vooroorlogse orthodoxe jood, opgetekend door Joseph Roth (1894-1939). De diepgelovige Mendel Singer is een tweederangsburger die nauwelijks kan rondkomen van zijn baantje als leraar. Zijn kinderen laten zich niet in de joodse traditie dwingen. Een zoon gaat in dienst bij de ruwe Kozakken, de andere zoekt zijn geluk in Amerika; zijn dochter laat zich in het veld bespringen door soldaten. Mendel Singer is daarbij ook nog uitgekeken op zijn middelbare echtgenote, en zijn jongste zoon Menuchim is gehandicapt geboren waardoor hij een blok aan het been vormt. De rabbi heeft gezegd dat het goed kan komen met de gehandicapte zoon als ze altijd bij hem blijven. Maar als de gelegenheid zich voordoet voor Mendel om met vrouw en dochter naar Amerika te trekken, laten ze Menuchim toch achter in Rusland. In Amerika gaat ondanks de rijkdom alles mis. Dat lot is de straf van God, vindt Mendel, omdat ze de jongen niet hebben meegenomen. Een samenleving die slecht zorgt voor zijn zwakkeren, die roept het ongeluk over zich af, lijkt de moraal. In Hiob betekent elke tegenslag een beproeving door God. Het verhaal over Mendel Singer is geïnspireerd op de Bijbelse figuur Job. God test het geloof van Job door hem alle rijkdom af te nemen. Mendel Singer begint al berooid; hooguit kun je stellen dat hij de dingen die hij wél heeft - een gezin, liefde - niet op waarde schat.
Regisseur is de bejubelde Johan Simons. De Münchner Kammerspiele is een gerenommeerd gezelschap en André Jung, die Mendel Singer speelt, is een ster van formaat. Hoe kan het dan dat Hiob zo trekt? Het spel is toneelmatig, afstandelijk, vervreemdend. Negen van de tien keer gaan de acteurs met hun gezicht recht naar de zaal staan, en zeggen dan hun tekst. De dictie van de acteurs is traag, monotoon. Pas als de ene acteur helemaal klaar is met praten, als diens zin af en koud is, zegt de volgende acteur een zin. Al met al wil het maar geen lekker vlottend verhaal worden. Dat is jammer. De tekst van Joseph Roth is briljant, het idee is intrigerend. Het resultaat is echter een lange zit, een voorstelling zonder vaart, waardoor schrikwekkend veel toeschouwers zitten te knikkebollen of zelfs te snurken. (Mieke Zijlmans) Mooi modern is niet lelijk In Octet klinken de blaasinstrumenten als vogeltjes die ieder hun eigen melodietje zingen, de piano in Music for Viola, Piano and Ensemble lijkt een regenbui te willen imiteren, in het derde deel van de Son of Chamber Symphony dansen de strijkstokken op de vioolsnaren. Tijdgenoten bewijst maar weer eens dat een avond klassieke muziek in het Concertgebouw alles behalve droog hoeft te zijn. De muzikale avond opent met Rob Zuidams Octet, waarin verscheidene blaasinstrumenten, met een hoofdrol voor de dwarsfluit, allen hun eigen melodie spelen. Daardoor, en door het grote aantal trillers in de muziek, doet het stuk denken aan vogelgefluit. De melodieën klinken soms in harmonie met elkaar, soms door elkaar, soms lijkt er sprake te zijn van vraag en antwoord. Ondanks die kakofonie aan melodieën, is het stuk wel altijd een geheel - ook met dank aan terugkerende thema's.
Adams en Zuidam schrijven beide moderne muziek, waarin elementen van zowel klassieke componisten als populaire muziek en jazz verwerkt zijn. In hun stukken wordt gebruik gemaakt van synthesizers en veel percussie, harmonische muziek wordt gemaakt met ongebruikelijke akkoorden en soms zelfs met blue notes. Het resultaat: ingenieuze muziek die toch geen aanslag op het gehoor is. Deze tijdgenoten schrijven klassieke toekomstmuziek. (Rianne Werring) Europa tiranniseert met zijn witte lichaam het oosten
De muzikant en het oudere stel lopen van het podium en het plastic gordijn valt. Een van de jongens en het meisje blijven als enige achter op de vloer. Als een soort robots dansen ze voor de laatste keer en halen The White Body, een witte etalagepop, het toneel op. Zelfs zonder voorinformatie is het na het zien van de voorstelling duidelijk wat de mening van Sola is. The White Body is een voorstelling die je ruim anderhalf uur boeit en even aan het denken zet. (Mariëlla Pichotte) |
THEATER
Holland Festival 2009: 62ste editieGezien op 4 juni 2009 Gezien in diverse locaties, Amsterdam
ZOEKEN
LINKS
Holland Festival 2009
ADVERTENTIE
THEATER
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|