8weekly.nl

 

festival: 62ste editie - Deel 2: 17 t/m 28 juni

Holland Festival 2009: rust en onrust

door , , , en
28 juni 2009

Ook dit jaar besteedt 8WEEKLY weer uitgebreid aandacht aan het Holland Festival, het grootste cultuurfestival van ons land dat tussen 4 en 28 juni weer een ongekende hoeveelheid topvoorstellingen uit binnen- en buitenland biedt. Ruim drie weken is Amsterdam de onbetwiste culturele hoofdstad van Europa.

Serenity and anxiety is dit jaar het overkoepelende thema, rust en onrust. Van de voortdurende onrust van Woyzeck tot het mededogen van Les Ballets C de La B in Pitié!, van de marathonvoorstelling Antonioni project van Toneelgroep Amsterdam tot de hommage van Het Nationaal Ballet aan Serge Diaghilev, van Christoph Schlingensief die in Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir zijn demonen bevecht tot Bizets Carmen met vierhonderd figuranten - rust en onrust wisselen elkaar voortdurend af, niet zelden binnen een voorstelling.

Sinds Pierre Audi artistiek leider van het festival is, ontbreekt het gelukkig niet aan aandacht aan opera, muziektheater en moderne klassieke muziek. Vijf namen vallen daarbij meteen op. Allereerst de nestor van de Nederlandse componisten: Louis Andriessen. Op zaterdag 6 juni wordt zijn vijfenzeventigste verjaardag gevierd met een uitputtend programma in het Concertgebouw en het Muziekgebouw aan 't IJ. Daags daarvoor vindt de wereldpremière van Adam in ballingschap plaats, de nieuwe opera van voormalig punkrocker Rob Zuidam. Een wereldpremière is Aquarius van de Belgische uitvinder van het serialisme Karel Goeyvaerts niet, wél zal zijn levenswerk voor het eerst scenisch uitgevoerd worden. Niet te missen zijn ook de twee concerten waarin het complete oeuvre van Edgard Varèse in de Westergasfabriek gespeeld wordt. Veel ruimte is er verder dit festival voor de in ons land nog relatief onbekende Franse componist Pascual Dusapin. Met twee opera's en een mengvorm tussen opera en oratorium is Dusapin de hofcomponist van het festival dat ook dit jaar weer de crème de la crème bijeenbrengt.

Deel 1: recensies van 6 t/m 16 juni | Deel 2: recensies van 17 t/m 28 juni

In dit artikel de recensies van: The White Body - Ea Sola | Tijdgenoten van John Adams en Rob Zuidam - Asko|Schönberg Ensemble | Hiob - Münchner Kammerspiele | Aquarius - Karel Goeyvaerts | Carmen - Georges Bizet. De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest, Marc Albrecht | Antony and the Johnsons & Metropole Orkest | Medea - Sasha Waltz & Guests

Schurende Medea doodt rivale met schelpjes
Medea - Sasha Waltz & Guests
Koninklijk Theater Carré • 27 juni 2009

Medea stuurt haar kinderen naar de nieuwe geliefde van haar ex-man Jason. Een huwelijksgeschenk geeft ze de kinderen mee: een doorschijnende witte jurk en kettingen die zijn gemaakt van gekrulde schelpjes. De kinderen hangen de nieuwe bruid de schelpenkettingen om en zie: langzaam druipt er rode vloeistof uit die schelpjes. De witte jurk en de blanke huid worden met gif en bloed besmeurd.

foto: Sebastian Bolesch
foto: Sebastian Bolesch
De moord op de dochter van Kreon is een van de adembenemend mooie beelden in Medea van Sasha Waltz & Guests. Choreograaf en theatermaker Waltz is een graag geziene gast op het Holland Festival. Deze keer gebruikte ze de opera Medeamaterial uit 1991 van de Franse componist Pascal Dusapin. Die baseerde zich op zijn beurt op de snerpende Medea-tekst van Heiner Müller. Die zette niet zozeer in op de wrekende, verlaten, stinkend-jaloerse Medea, als wel op een misbruikte, weggeworpen, tot wanhoop gedreven vrouw. Die wanhopige vrouw zien we bij Waltz ook. Waltz maakt van de opera een spektakel met zang, moderne dans en live muziek door de Akademie für Alte Musik Berlin. De dansers vormen een cirkel, een gemeenschap, waaruit een gelukkig dansend koppel oprijst. Maar de harmonie wordt al snel verstoord: Medea (Caroline Stein) zoekt haar man. Wat volgt is een aaneenschakeling van bijzonder intrigerende en oogstrelende beelden. Fascinerend is het gefilmd reliëf van uit grijze steen gebeeldhouwde mensen, dat bij nader inzien blijkt te bestaan uit bewegende grijs-gespoten dansers, inclusief twee kindertjes. Medea wordt gezongen en gezing-zegd door vijf zangeressen en gedanst door diverse danseressen. Alleen is de muziek van Dusapin wel erg hoekig en stroef, net als de schurende tekst van Müller.

Waltz staat bekend om de grootste theatrale effecten in haar voorstellingen. In dit geval is dat effect feitelijk overbodig: enorme windmachines blazen woestijnwind over het podium en laten de kleren van dansers en zangeres wapperen. Dat effect is te klein en te kortdurend om de dominante aanwezigheid van die kolossale krengen op het podium te rechtvaardigen. Hoe dan ook. Het idee om van een Medea-opera een Medea-dansopera te maken, levert een fascinerende, dramatische, maar vooral beeldschone voorstelling op. (Mieke Zijlmans)
Terug naar boven

Eenpersoons engelenkoor
Antony and the Johnsons & Metropole Orkest - Antony and the Johnsons en het Metropole Orkest
Koninklijk Theater Carré • 22 juni 2009

In een diepdonker Carré rollen donkere pianotonen van het toneel, die langzaam verworden tot lichter pianospel. Een witte schim komt opgelopen, een viool speelt een melodieuze solo. Zanger Antony begint met zijn eerste lied, Everything is new, een gelige spot die hem steeds meer belicht geeft het gevoel dat de zon opkomt. De voorstelling ziet er gelikt uit en Antony's zangwerk is hemels.

foto: Don Felix Cervantes
foto: Don Felix Cervantes
Je moet er wel even aan wennen: het stemgeluid van Antony Hegarty. Het is soms zwaar en soms licht, zuiver en sonoor, vol kracht en met veel vibrato. Hij lispelt een beetje en zijn bewegingen tijdens de zang doen ongecontroleerd en bijna spastisch aan. Ook het witte gewaad, dat doet denken aan een koorkleed, is even wennen. Maar dat alles is hem snel vergeven, want er is niemand die met zoveel bezieling het woordje 'oh'  kan zingen en hetzelfde woord kan uitspinnen tot een frase vol emotie en warmte. Te zeggen dat de muziek bij hem uit zijn tenen komt, zou hem tekort doen: bij Antony van The Johnsons stroomt de puurheid van zijn zang uit iedere porie. Zijn betrokkenheid bij de nummers die hij zingt blijkt iedere keer weer, zo introduceert hij het nummer I Fell in Love with a Dead Boy aan de hand van een anekdote over zijn tijd in New York in de jaren negentig, toen veel van zijn idolen en kennissen stierven aan AIDS. En het nummer Crazy in Love, oorspronkelijk van R&B-zangeres Beyoncé, leidt hij in met de woorden: 'This one is for my fiancé.'

Het concert is kort en dat is wel wat jammer, maar de nummers van Antony, gearrangeerd met behulp van Nico Muhly, zijn dan ook geen lichte kost. De begeleiding van het Metropole Orkest is heel secuur, het orkest stoort de zang en de sfeer van de nummers op geen enkele wijze en ook het lichtontwerp draagt op alle fronten bij aan een intieme sfeer. Het is wel jammer dat Antony moeilijk te verstaan is op het moment dat hij niet zingt: de autobiografische vertelsels worden op die manier meer puzzeltjes dan fijne toelichtingen tussendoor. Met name bij de toelichting op The Crying Light - het titelnummer van zijn nieuwe album - en van toegift The Rapture stamelt hij veel. Tijdens de zang is hij echter, ondanks de capriolen die hij op vocaal gebied uithaalt, wel te verstaan en lijkt hij volkomen op zijn gemak, zodra hij echter zichzelf speelt, lijkt hij verlegen en onzeker. Dat maakt ook deel uit van zijn charme, dat hij zonder arrogantie lijkt en na ieder daverend applaus met een onbeholpen 'thank you' zijn publiek bedankt. Het is wel duidelijk dat hij voor een publiek speelt dat hem al lang in de armen heeft gesloten, maar dat weerhoudt hem er niet van om zich helemaal te geven. Het was een thuiswedstrijd, maar Antony and the Johnsons hebben een glansrijke overwinning behaald. (Rianne Werring)
Terug naar boven 

Sprankelende Carmen wacht op niemand
Carmen - Georges Bizet. De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest, Marc Albrecht
Muziektheater • 22 juni 2009

foto: DNO
foto: DNO
Wachten tot het publiek in de zaal zit? Dat is aan deze Carmen niet besteed. Nog voordat iedereen op het rode pluche zit, zet Marc Albrecht de ouverture in - passie gaat voor gewoontes of plichtsbesef en deze opera wacht op niemand. Als nog tijdens diezelfde ouverture alle mannen uit het zand dat het hele podium bedekt een mes grijpen, is meteen duidelijk dat het met die passie niet goed kan aflopen, hier gaan doden vallen. En wanneer het koor aan het einde van de eerste akte, met alle zaallichten aan, strijdlustig de zaal uitmarcheert, weten de laatste twijfelaars: dit is opera op het scherpst van de snede. 'Ik ben ervan overtuigd dat Carmen binnen tien jaar de populairste opera ter wereld zal zijn,' schreef Tsjaikovski vlak na de première in 1875 en inderdaad: Carmen werd al snel hét succesnummer van de opera. En niet alleen in de oorspronkelijke versie, maar ook in allerhande bewerkingen, variërend van prachtig straattheater (Compagnie Off), film, een heuse hiphopopera met Beyoncé en Wyclef Jean en recent nog in een toneelbewerking in rocksetting van Toneelgroep Amsterdam.

Het verhaal van de opera is dan ook overbekend en eenvoudig samen te vatten: Carmen, het meisje uit de tabaksfabriek in Sevilla, verleidt soldaat Don José. Hij laat alles in de steek en volgt haar in een avontuurlijk bestaan met een groep smokkelaars. Maar wanneer zij hem verlaat voor de stierenvechter Escamillo, raakt hij buiten zinnen van jaloezie, met als gevolg wat nu in krantenberichten 'een drama in de relationele sfeer' genoemd wordt. Carmen is de ultieme femme fatale, en natuurlijk loopt dat slecht af. Maar zo amoreel en schokkend als Carmen ooit was, is de plot al lang niet meer. Dat heeft vele regisseurs ertoe verleid om iets van het oorspronkelijke schokeffect terug te brengen middels allerlei vergezochte ensceneringen, maar ondanks vele moderne elementen, is deze Carmen gelukkig vooral aangenaam traditioneel, dus met soldaten, zigeuners, smokkelaars en een macho toreador. De hele voorstelling vindt zelfs plaats in een enorme arena, die plaats biedt aan ruim vierhonderd figuranten, maar in het voorlaatste bedrijf even gemakkelijk dienst doet als het kronkelige bergpad waarlangs de smokkelaars hun waar vervoeren.

De Canadese regisseur Robert Carson verliest in dit immense decor echter nooit Bizets details uit het oog. Zo valt Carmen als een blok voor Don José, niet omdat hij als een Don Juan naar haar gunsten dingt, maar juist omdat hij terwijl zij de vele potentiële minnaars hooghartig van de hand wuift, met een mes (inderdaad, een mes), hoog op de tribune, zijn nagels schoonmaakt, denkend aan zijn moeder. En in het tweede bedrijf vermoordt José niet zelf zijn commandant, maar die wordt door zijn toekomstige metgezellen tegen zijn uitgestoken mes geduwd, waarna hem niet anders rest dan het leger voor de smokkelaars te verruilen. De smokkelaars en soldaten blijken van hetzelfde laken een pak, allemaal laven ze zich vooral graag aan vrouwen en halveliterblikken Heineken.

Nadia Krasteva
Nadia Krasteva
Elke uitvoering van Carmen staat of valt met de titelrol, en de ster van deze voorstelling is dan ook de jonge Bulgaarse mezzosopraan Nadia Krasteva. Zij beschikt zelfs voor een mezzo over een opvallend donker timbre, maar daardoor krijgt haar vertolking een aangenaam en bovenal geloofwaardig tintje - Krasteva is zeker geen Carmen om zonder handschoenen aan te pakken. Ook de overige rollen zijn uitstekend gecast en het Koninklijk Concertgebouworkest - dat begrijpelijkerwijs een veto uitsprak over Carsons wens echte paarden door de piste te laten draven - doet zijn reputatie als beste orkest van de wereld eer aan, al klinkt het niet zo verbijsterend goed als misschien gehoopt. Het beste nieuws is echter dat dirigent Marc Albrecht andermaal onderstreept dat zijn benoeming als chef-dirigent van De Nederlandse Opera er een is om heel hard toe te juichen, en niet alleen door vierhonderd figuranten. Laat maar komen, zijn Parsifal. (Henri Drost)
Terug naar boven

Fascinerende opera zonder woorden
Aquarius - Karel Goeyvaerts
Muziekgebouw aan 't IJ • 21 juni 2009

Het levenswerk van een visionair of de mislukte opera van een zweverige idealist? Na het ondergaan van Aquarius van de Vlaamse componist Karel Goeyvaerts (1923-1993) zijn beide typeringen mogelijk. Maar ontegenzeggelijk was de eenmalige uitvoering in het Muziekgebouw aan 't IJ adembenemend vanaf de eerste noten. Noten die voorafgegaan werden door woorden van acteur Warre Bogmans, die de opera van zijn landgenoot probeerde te plaatsen. Een echt meesterwerk heeft zo'n kunstgreep niet nodig, maar in het geval van Aquarius kan het zeker geen kwaad. Want ga maar na: deze opera kent geen plot, geen personages en de tekst bestaat voor het overgrote deel uit losse klanken die samen moeten 'verhalen' van de collectieve overgang naar een nieuw astrologisch tijdperk - inderdaad, dat doet denken aan de musical Hair. Geen wonder dus dat het na Goeyvaerts' dood zestien jaar heeft geduurd voor er een eerste scenische uitvoering van de opera kwam. De componist was in zijn toelichting ook al weinig behulpzaam:

foto: Vlaamse Opera - Annemie Augustijns
foto: Vlaamse Opera - Annemie Augustijns
Aquarius is het drama van de maatschappij, niet dat van de enkeling. Bedoeld wordt de maatschappij van het heden, bekeken in het licht van een geleidelijke overgang naar nieuwe verhoudingen onder de mensen, welke nu reeds sporadisch zijn waar te nemen. Het gaat dus niet om individuele belevenissen of gebeurtenissen. Gelukkig weet regisseur Pierre Audi als geen ander raad met opera's die onmogelijk te ensceneren lijken. Zo maakte hij in 2000 van Claude Viviers Rêves d'un Marco Polo voor velen de indrukwekkendste voorstelling van het Holland Festival van dat jaar. Om Goeyvaerts' ideaal van 'de werkelijkheid van het lege toneel' te omzeilen, plaatst Audi het Radio Filharmonisch Orkest pontificaal op het toneel, terwijl de zangers van het Nederlands Kamerkoor zowel aan het begin als het eind van de opera op metershoge verrijdbare badmeesterstoelen zitten. Tussendoor bewegen ze wat op de achtergrond. Geen idee wat het allemaal te betekenen heeft, maar het fascineert wel, zeker in combinatie met de videoprojecties op de wanden.

De fascinatie komt echter vooral door de muziek, die absoluut niet zweverig is, integendeel. Alle astrologie is baarlijke nonsens, maar Goeyvaerts' muziek is zeer serieus. In eigen land geldt Goeyvaerts als de uitvinder van het serialisme, en hoewel daarover te twisten valt, is zijn invloed op Stockhausen en daarmee ontelbare moderne componisten niet te ontkennen. Aquarius combineert het serialisme echter met bijna Mahleriaanse laatromantiek en met Stravinsky, wat resulteert in even toegankelijk als aangrijpend muziekstuk. En daar heb je inderdaad geen tekst voor nodig. (Henri Drost)
Terug naar boven

Het onafwendbare ongeluk van Job 
Hiob - Münchner Kammerspiele
Stadsschouwburg Amsterdam • 20 juni 2009

Mendel Singer heeft geen erg jofel leven. Geen cent te makken, en ook geen zicht op een betere toekomst. Het is het traditionele beeld van de vooroorlogse orthodoxe jood, opgetekend door Joseph Roth (1894-1939). De diepgelovige Mendel Singer is een tweederangsburger die nauwelijks kan rondkomen van zijn baantje als leraar. Zijn kinderen laten zich niet in de joodse traditie dwingen. Een zoon gaat in dienst bij de ruwe Kozakken, de andere zoekt zijn geluk in Amerika; zijn dochter laat zich in het veld bespringen door soldaten. Mendel Singer is daarbij ook nog uitgekeken op zijn middelbare echtgenote, en zijn jongste zoon Menuchim is gehandicapt geboren waardoor hij een blok aan het been vormt. De rabbi heeft gezegd dat het goed kan komen met de gehandicapte zoon als ze altijd bij hem blijven. Maar als de gelegenheid zich voordoet voor Mendel om met vrouw en dochter naar Amerika te trekken, laten ze Menuchim toch achter in Rusland. In Amerika gaat ondanks de rijkdom alles mis. Dat lot is de straf van God, vindt Mendel, omdat ze de jongen niet hebben meegenomen. Een samenleving die slecht zorgt voor zijn zwakkeren, die roept het ongeluk over zich af, lijkt de moraal. In Hiob betekent elke tegenslag een beproeving door God. Het verhaal over Mendel Singer is geïnspireerd op de Bijbelse figuur Job. God test het geloof van Job door hem alle rijkdom af te nemen. Mendel Singer begint al berooid; hooguit kun je stellen dat hij de dingen die hij wél heeft - een gezin, liefde - niet op waarde schat. 

foto: Andreas Pohlmann
foto: Andreas Pohlmann
Alles aan Hiob is veelbelovend en toch valt deze voorstelling tegen. We kijken aan tegen een decor dat met opzet lelijk is. Het kale toneelhuis is leeg op een ronde kermistent na. Een onttakeld spiegelpaleis voorzien van een dakje met aan de binnenkant gekleurde TL-buizen. Dit draaiplateau is de aardbol, in twee helften verdeeld door een wand van goedkoop hout. Aan de rand hangen gordijnen van repen armoedige bloemetjesstof. De ene kant van het plateau stelt Rusland en het oude leven voor, de andere kant Amerika: veelbelovend maar ook kitscherig en lelijk. Het is rood op rood schilderen, alles benadrukt het onvermogen van Mendel om gelukkig te worden.

Regisseur is de bejubelde Johan Simons. De Münchner Kammerspiele is een gerenommeerd gezelschap en André Jung, die Mendel Singer speelt, is een ster van formaat. Hoe kan het dan dat Hiob zo trekt? Het spel is toneelmatig, afstandelijk, vervreemdend. Negen van de tien keer gaan de acteurs met hun gezicht recht naar de zaal staan, en zeggen dan hun tekst. De dictie van de acteurs is traag, monotoon. Pas als de ene acteur helemaal klaar is met praten, als diens zin af en koud is, zegt de volgende acteur een zin. Al met al wil het maar geen lekker vlottend verhaal worden. Dat is jammer. De tekst van Joseph Roth is briljant, het idee is intrigerend. Het resultaat is echter een lange zit, een voorstelling zonder vaart, waardoor schrikwekkend veel toeschouwers zitten te knikkebollen of zelfs te snurken. (Mieke Zijlmans)
Terug naar boven

Mooi modern is niet lelijk
Tijdgenoten van John Adams en Rob Zuidam - Asko|Schönberg Ensemble
Concertgebouw Amsterdam • 18 juni 2009 

In Octet klinken de blaasinstrumenten als vogeltjes die ieder hun eigen melodietje zingen, de piano in Music for Viola, Piano and Ensemble lijkt een regenbui te willen imiteren, in het derde deel van de Son of Chamber Symphony dansen de strijkstokken op de vioolsnaren. Tijdgenoten bewijst maar weer eens dat een avond klassieke muziek in het Concertgebouw alles behalve droog hoeft te zijn. De muzikale avond opent met Rob Zuidams Octet, waarin verscheidene blaasinstrumenten, met een hoofdrol voor de dwarsfluit, allen hun eigen melodie spelen. Daardoor, en door het grote aantal trillers in de muziek, doet het stuk denken aan vogelgefluit. De melodieën klinken soms in harmonie met elkaar, soms door elkaar, soms lijkt er sprake te zijn van vraag en antwoord. Ondanks die kakofonie aan melodieën, is het stuk wel altijd een geheel - ook met dank aan terugkerende thema's.

John Adams, foto: Chris Lee
John Adams, foto: Chris Lee
Music for Viola, Piano and Ensemble heeft een veel duisterder sfeer dan het lichtere Octet en heeft een veel lager tempo. Hier is sprake van zowel blaas- als strijkinstrumenten en twee solistes, Pauline Post op piano en Susanne van Els op altviool. Gaande het stuk lijken drie teams te worden gevormd, de solistes voor zich en het ensemble als een team, die op elkaar inspelen of tegen elkaar in, die elkaar aanvullen of tegenwerken. Als op de altviool de hoogste noten worden gespeeld en het instrument zoemt als een boze wesp, worden op de piano juist de laagste toetsen bespeeld, waardoor die klinkt als een bulderende zee. De uit drie delen bestaande Son of Chamber Symphony van John Adams wordt gespeeld door een compleet orkest met veel percussie. Het eerste deel heeft een hoog, bijna gejaagd tempo, waardoor de rusten in het stuk van nog groter belang zijn. Het tweede deel heeft een lager tempo, de dwarsfluit en de contrabas spelen er de hoofdrol. De sfeer is minder zoet dan het eerste deel, de twee delen lijken sterk op elkaar. Het derde deel is bombastischer, met een hoog tempo waarbij de strijkstokken over de snaren dansen. Er wordt met de verwachtingen van het publiek gespeeld door telkens weer naar een climax toe te werken, die niet ingelost wordt. Ook het vioolconcert is van Adams' hand. Naast blaas- en strijkinstrumenten is het ensemble aangevuld met synthesizers en de primaire rol is weggelegd voor vioolsolist Joseph Puglia, die een meeslepende, energieke houding heeft. Het stuk kent veel crescendo, maar weinig climaxen: die worden - net zoals in het eerste deel van de Son of Chamber Symphony - vooral bereikt door rusten.

Adams en Zuidam schrijven beide moderne muziek, waarin elementen van zowel klassieke componisten als populaire muziek en jazz verwerkt zijn. In hun stukken wordt gebruik gemaakt van synthesizers en veel percussie, harmonische muziek wordt gemaakt met ongebruikelijke akkoorden en soms zelfs met blue notes. Het resultaat: ingenieuze muziek die toch geen aanslag op het gehoor is. Deze tijdgenoten schrijven klassieke toekomstmuziek. (Rianne Werring)
Terug naar boven 

Europa tiranniseert met zijn witte lichaam het oosten
The White Body - Ea Sola 
Theater Bellevue • 17 juni 2009

Ea Sola, foto: Tran Viet Duc
Ea Sola, foto: Tran Viet Duc
The White Body, oftewel het blanke lichaam, Europa is de moderne tirannie. De Frans-Vietnamese choreografe Ea Sola reflecteert in haar nieuwste werk 'The White Body' op het Aziatische mondialiseringsstreven. Met een tekst van de Franse filosoof Étienne de la Boétie als uitgangspunt gaat Sola op zoek naar het antwoord op de vraag: 'Hoe ziet de vrijwillige slavernij er tegenwoordig uit en wie of wat is nu de tirannie?' De vroegere tekst Discours de la servitude volontaire (Verhandeling over de vrijwillige slavernij) van De la Boétie gaat over moderne democratie, de verhandeling over de vrijwillige slavernij. Hij schreef in de tekst onder andere 'Ik wou dat iemand mij eens uit kon leggen hoe het komt dat zoveel mensen, zoveel steden, zoveel landen alles verdragen van hun tiran, die zijn macht toch alleen maar heeft voor zover zijn volk hem dat wil geven.' Hij vroeg zich net als Sola af waarom mensen vrijwillig in slavernij treden. Met de titel van haar werk geeft Sola haar suggestieve antwoord op wie de tirannie is. Volgens de choreografe slokt de geest van de moderniteit, vormgegeven in Europa, alles op wat op zijn pad komt. In Azië onderwerpen miljoenen mensen zich vrijwillig aan de westerse denkbeelden en lichamen en offeren daarvoor zonder protest hun eigen culturele tradities op.

foto: Compagnie Ea Sola
foto: Compagnie Ea Sola
Achter een groot plastic gordijn dansen twee jongens en een meisje tussen fel gekleurde kleren die over de vloer verspreid liggen. Soms gaan ze flink te keer en slaan ze tegen het plastic gordijn. De dansers lijken gevangen te zitten in hun plastic gevangenis. Toch lukt het een van de dansers om even uit te breken en in stilte een schreeuw om hulp eruit te persen om vervolgens weer achter het plastic te verdwijnen. Een ouder Aziatisch stel zit voor het gordijn achter een bureau. Ze lezen fluisterend in het Frans de tekst van De La Boétie voor. Tegenover hen aan de andere zijde van de vloer zit een muzikant achter zijn laptop en verzorgt de elektronisch klinkende muziek. Sola heeft heel duidelijk symbolen en verwijzingen naar Europa verwerkt in de voorstelling. De dansers poseren als modellen met grote tassen van westerse merken, designerkleding en coca cola-blikjes. De geciteerde tekst van de filosoof wordt op een scherm vertaald. Maar tegelijkertijd de dansers en de tekst volgen is lastig. Vaak wint de tekst het van het volgen van de dansers.  

De muzikant en het oudere stel lopen van het podium en het plastic gordijn valt. Een van de jongens en het meisje blijven als enige achter op de vloer. Als een soort robots dansen ze voor de laatste keer en halen The White Body, een witte etalagepop, het toneel op. Zelfs zonder voorinformatie is het na het zien van de voorstelling duidelijk wat de mening van Sola is. The White Body is een voorstelling die je ruim anderhalf uur boeit en even aan het denken zet. (Mariëlla Pichotte)
Terug naar boven







 THEATER
Holland Festival 2009: 62ste editie
Gezien op 4 juni 2009
Gezien in diverse locaties, Amsterdam

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:


 ADVERTENTIE