8weekly.nl

 

recensie: diverse kunstenaars - Rebelle, Kunst en Feminisme 1969-2009

Einde van de rebellie

door
26 juni 2009

Het werk van ruim 90 vrouwelijke kunstenaars van over de hele wereld is in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem bijeen gebracht voor de omvangrijke tentoonstelling Rebelle, Kunst en Feminisme 1969-2009. Deze grote hoeveelheid deelnemers lijkt te suggereren dat vrouw zijn genoeg is om feministische kunst te produceren. Maar zo eenvoudig zal het toch niet zijn?

Marina Abramovic, Filmstill uit: Art must be beautiful, artist must be beautiful (1975)

Marina Abramovic, Filmstill uit: Art must be beautiful, artist must be beautiful (1975)

Met Rebelle heeft de aandacht voor feministische kunst in het internationale tentoonstellingscircuit nu ook in Nederland een plek gekregen. Arnhem is hiervoor een logische plek, gezien het op kunst van vrouwen gerichte aankoopbeleid dat het museum al jaren voert. Curator Mirjam Westen heeft dan ook meer dan zes zalen tot haar beschikking om de veelzijdigheid van het feministisch engagement in de kunst weer te geven.

Feminisme voor elke generatie
Het werk is niet chronologisch gerangschikt, maar op thema's als seksualiteit, geweld, identiteit en de rol van vrouwen in massamedia. Interessant is dat op deze manier de verschillen tussen de generaties soms scherp tegen elkaar afsteken. De eerste feministische golf lijkt wel heel letterlijk en serieus werk te hebben voortgebracht. Regelmatig is er sprake van automutilatie en andere zelfopgelegde kwellingen. Een relatief mild voorbeeld is een video van de bekende Servische kunstenaar Marina Abramovic (1946). In de film Art must be beautiful, artist must be beautiful (1975) zit de toeschouwer de kunstenaar dicht op de huid terwijl ze hardhandig haar lange haar kamt en deze twee zinnen als een mantra herhaald. De boodschap is meer dan duidelijk. De kunstenaars van nu lijken schrijnende kwesties radicaal anders te verpakken. Zo leidt de ouderwetse beeldtaal en schijnbare eenvoud van het zwart-witte silhouettenspel van de Afro-Amerikaanse Kara Walker (1969) de kijker in de eerste instantie af van de gruwelijke taferelen die feitelijk plaatsvinden. Haar grootschalige knipwerk, een luchtig en esthetisch medium, roept associaties op met kinderboeken en andere illustraties. De schok is daardoor des te groter als je ontdekt dat er in haar voorstellingen consequent een onaangename confrontatie plaatsvindt tussen blank en zwart, man en vrouw, kind en volwassene waarin racisme en misbruik voortdurend op de loer liggen.

Ode aan de vrouwelijkheid
40 jaar feminisme in het westen is al een complex en omvangrijk thema, maar voor de tentoonstelling is ook veel aandacht voor hedendaagse kunstenaars uit Afrika. Hoewel het feminisme in Afrika vanzelfsprekend een andere geschiedenis kent (waar hier inhoudelijk niet echt op in wordt gegaan), lijkt bijvoorbeeld ook de Keniaanse Wangechi Mutu (1972) meer waarde te hechten aan poëzie en esthetiek dan haar voorgangers. In haar collages laat ze kleurrijke en organische beelden van exotische, maar vooral op en top vrouwelijke wezens  ontstaan door elementen uit de traditionele Afrikaanse kunst te combineren met fragmenten uit natuur-, mode- en pornobladen. Deze onbeschaamdheid om anders, maar vooral heel vrouwelijk te zijn, is ook te zien in Silent Performance (2008) van de Zuid-Afrikaanse Dineo Seshee Bopape (1981). In deze diaserie poseert ze zelf ongegeneerd naakt, op een grote witte herenonderbroek en een zwart piekerig baardje na, als een soort slapstick artiest voor de camera. Haar voluptueuze vormen maken meer dan duidelijk dat ze geen man is en ook niet de wens heeft zich daarvoor uit te geven.

Dineo Seshee Bopape, Silent Performance (2008)
Dineo Seshee Bopape, Silent Performance (2008)

In de zaal van de seksualiteit is een generatieoverschrijdende tweedeling te zien, waarbij duidelijk wordt dat niet alleen hedendaagse kunstenaars gebruik maken van de kracht van vrouwelijkheid. Zo is het schilderij Erotic Yellow (1973) van Joan Semmel (1932) ondanks de monumentale afmetingen, de expliciete naaktheid van de man en vrouw die de liefde bedrijven en de onnatuurlijke kleuren, buitengewoon intiem en liefdevol. Het werk heeft meer zeggingskracht dan de voortdurend opduikende foto's van opengesperde en met bloed besmeurde vagina's en masturberende, graatmagere kunstenaarslijven die met een zekere agressie seksuele vrijheid en recht op genot af lijken te willen dwingen. Juist het aanwenden van mannelijke strategieën lijkt op de lange termijn minder goed te werken, terwijl vrouwelijke aspecten als kwetsbaarheid, intimiteit en nuance veel sterker blijven staan.

En de mannen . . . ?

Joan Semmel, Erotic Yellow (1973)
Joan Semmel, Erotic Yellow (1973)

Mirjam Westen heeft met deze tentoonstelling breed ingezet door kunstenaars bijeen te brengen die zich door het feminisme hebben laten inspireren. Daardoor ontstaat er een duizelingwekkend beeld die heel veel interessante vragen oproept. Zoals bijvoorbeeld naar het eerder genoemde verschil tussen het Westerse en Afrikaanse feminisme. Na het zien van zaal na zaal vrouwenkunst is er echter een nog prangender vraag ontstaan: Hoe heeft het feminisme de onderwerpen en de manier van verbeelden van mannelijke kunstenaars eigenlijk veranderd? Als iemand daar een tentoonstelling over maakt, kom ik zeker weer kijken. 

 

 







 EXPO
Rebelle, Kunst en Feminisme 1969-2009
diverse kunstenaars
Gezien in Museum voor Moderne Kunst, Arnhem
Nog te zien tot 23 augustus 2009

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:


 ADVERTENTIE