8weekly.nl

 

festival: 62ste editie - Deel 1: 6 t/m 16 juni

Holland Festival 2009: rust en onrust

door , , , en
28 juni 2009

Ook dit jaar besteedt 8WEEKLY weer uitgebreid aandacht aan het Holland Festival, het grootste cultuurfestival van ons land dat tussen 4 en 28 juni weer een ongekende hoeveelheid topvoorstellingen uit binnen- en buitenland biedt. Ruim drie weken is Amsterdam de onbetwiste culturele hoofdstad van Europa.

Serenity and anxiety is dit jaar het overkoepelende thema, rust en onrust. Van de voortdurende onrust van Woyzeck tot het mededogen van Les Ballets C de La B in Pitié!, van de marathonvoorstelling Antonioni project van Toneelgroep Amsterdam tot de hommage van Het Nationaal Ballet aan Serge Diaghilev, van Christoph Schlingensief die in Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir zijn demonen bevecht tot Bizets Carmen met vierhonderd figuranten - rust en onrust wisselen elkaar voortdurend af, niet zelden binnen een voorstelling.

Deel 1: recensies van 6 t/m 16 juni | Deel 2: recensies van 17 t/m 28 juni

Lees in dit artikel de recensies van: Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir - Christoph Schlingensief | The Chandelier Project - Steve Cohen | Mindfuel, de stad van de toekomst - Gastheer Winy Maas | Passion - Pascal Dusapin | Pitié! - Alain Platel /Fabrizio Cassol /les ballets C de la B | The Sound and the fury - Elevator Repair Service | Antonioni Project - Toneelgroep Amsterdam | Varèse 360° - Asko | Schönberg, Rotterdams Philharmonisch Orkest e.a. | Teenage Lontano - Marina Rosenfeld /scholieren van OSB, Barlaeus Gymnasium en I.V.K.O. Amsterdam | The Manganiyar Seduction - Roysten Abel / Manganiyar muzikanten

Energieke Manganiyar muzikanten verleiden in rood fluweel
The Manganiyar Seduction - Roysten Abel / Manganiyar muzikanten
Muziekgebouw aan 't IJ • 16 juni 2009

Een minutenlange staande ovatie en gejuich uit het publiek. Ruim anderhalf uur hebben de Manganiyars het publiek op het puntje van hun stoel gekregen met hun opzwepend, muzikaal vraag- en antwoordspel. In The Manganiyar Seduction maken de muzikanten in een theatrale setting de Manganiyarmuziek, zigeunerachtige klassiek-Indiase muziek, tot een visueel feest.

foto: Falk Wenzel
foto: Falk Wenzel

De Indiase theaterreggiseur Roysten Abel verleidt in The Manganiyar Seduction met klassieke Indiase muziek. In drieëndertig op elkaar gestapelde hokjes van rood fluweel zitten veertig muzikanten achter een gordijntje. Het decor is gebaseerd op de Amsterdamse peeskamertjes. Alleen waar de gordijntjes op de Wallen dicht gaan als de meisjes aan het werk zijn, openen de Manganiyars één voor één de gordijnen om te laten zien wat zij kunnen. Goedkope kermislampjes kaderen de muzikanten in hun fluwelen hok en lichten op zodra de muzikant begint te zingen of te spelen. Onder leiding van een bijna dansende dirigent met Indiase castagnetten ontvouwt zich langzaam aan een opzwepend spektakel van melodie, gezang en ritme. De muzikanten zien elkaar niet, maar staan via de dirigent met elkaar in contact. Het is jammer dat het publiek gevangen zit in stoelen, want de uitvoering en de muziek moet je eigenlijk vrij hurkend of in kleermakerszit op de vloer te beleven.

foto: Falk Wenzel
foto: Falk Wenzel
The Manganiyar Seduction is een lust voor het oog en oor. De muzikanten behoren tot de Manganiyars, een moslimgemeenschap uit het Indiase Rajasthan, die al eeuwenlang rondreizen met hun zigeunerachtige, klassiek-Indiase muziek. Abel heeft vier generaties muzikanten samengebracht in de hokjesflat. De vier jongsten in het gezelschap zitten nog op de basisschool en de oudste muzikanten zijn eerbiedwaardige grijsaards met stevige baarden. De muzikanten hebben verschillende gekleurde tulbanden om, maar zijn wel allemaal helemaal in het wit gestoken. De choreografie van de kermislampen die steeds een nieuw hokje doen oplichten en de emotie van de zangers dragen bij aan het spektakel. Aan de handbewegingen van de zangers tijdens het zingen lees je hun emotie af. De handbewegingen zijn niet ingestudeerd en lopen niet synchroon. Sommigen slaan met een krachtige beweging hun handen naar beneden of brengen ze voor extra overtuiging naar voren. De muziek wisselt tussen intense, snelle liederen en wat rustigere gebeden en komt zo langzaam tot een climax, waar ook de lichten aan meedoen. In sneltempo razen de lichten aan van links naar rechts, van rechts naar links, van beneden naar boven en andersom. Tot de climax is bereikt en het plotseling donker wordt op het toneel. Na een staande ovatie geven de muzikanten een toegift met een gevoelig, lyrisch gebedlied aan een van Hindoegoden door de enige hindoemuzikant van het gezelschap. De moslimmuzikanten zingen en spelen gebroederlijk mee.

The Manganiyar Seduction inspireert en verleidt de bezoekers op een paar honderd meter van de buurt waar het decor op is gebaseerd. En ook van de bewoners van deze rood fluwelen flat krijg je meer dan waard voor je geld. (Mariëlla Pichotte)
Terug naar boven 

Teenage Lontano hallucineert via de elektronische weg
Teenage Lontano - Marina Rosenfeld /scholieren van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, het Barlaeus Gymnasium en I.V.K.O. Amsterdam
Westergasfabriek Zuiveringshal West • 14 juni 2009 

Marina Rosenfeld
Marina Rosenfeld
Het zou een typische SIRE-reclame voor onbewust asociaal gedrag kunnen zijn. Veertig tieners in een lange rij in een donkere en duistere Zuiveringshal West luisterend naar hun iPod en meezingend. Sommige staan alleen of met z'n tweeën en delen de headset van een iPod. Om de jongeren heen staart een grote groep mensen de jongeren aan. Alleen is het geen SIRE reclame, maar is het de uitvoering van Teenage Lontano, de laatste productie van de New Yorkse componiste en turntablist Marina Rosenfeld. Teenage Lontano is het resultaat van een samenwerking tussen enkele moderne technieken. Voor de performance coverde Rosenfeld het modernistische stuk Lontano van de Hongaars-Oostenrijkse componist György Ligeti uit 1967, uploadde het op haar computer, verstuurde het via e-mail naar de jongeren, die de muziek op hun beurt weer downloadden op hun mp3-spelers. En natuurlijk hebben bijna alle bezoekers een e-ticket gedownload voor de voorstelling.

In de hal op het Westergasterrein staan de tieners in een strook licht van een rij plafondlampen. De jongeren hebben hun dagelijkse kleding aan. Gothic meisjes staan zij aan zij naast stoere meisjes, lieve meisjes en hip uitziende meisjes. De jongens zijn in de rij ondervertegenwoordigd. Omdat de kijkers om de rij heen staan, staan de scholieren van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, het Barlaeus Gymnasium en I.V.K.O. Amsterdam afwisselend met hun gezicht of rug naar hen toe. Uit een roterende speakerinstallatie boven hun hoofd klinken de elektro-akoestische geluiden van Lontano. Het geluid lijkt hierdoor uit alle hoeken van de ruimte te komen. Op het teken van Rosenfeld klikken de tieners tegelijk hun iPod aan. Vanaf dat moment zitten de tieners in hun eigen wereld. Plotseling beginnen een paar mee te zingen en weer later blazen een stel op het fluitje om hun nek. Verborgen voor de toeschouwers krijgen ze via de muziek op hun iPod regie-aanwijzingen. Rosenfeld heeft Ligeti's orkestwerk verdeeld in twintig verschillende partijen. De tieners hebben elk één van deze partijen.

De combinatie van de hoge stemmen van de scholieren, de elektronische muziek van Lontano en de duistere ruimte van de Zuiverinsghal laten de bezoekers de klanken, die door de ruimte lijken te zweven, beleven in een bijna hallucinerende staat. Het is de typische muziek die je hoort bij de leaders van een bloederige horrorfilm. Het moment dat de hoofdrolspelers nog onwetend onderweg zijn naar een dagje strand of bos. Het is dan ook geen wonder dat Ligeti de favoriete componist was van filmmaker Stanley Kubrick en dat veel soundtracks van zijn films werk van Ligeti bevatten.

Teenage Lontano van Marina Rosenfeld is het eerste samenwerkingsproject van het Holland Festival en het Stedelijk Museum. De komende vijf edities van het festival werken ze nauw samen in projecten die zich afspelen op de grens van muziek, theater en beeldende kunst. (Mariëlla Pichotte)
Terug naar boven

Overrompelende aanslag op alle zintuigen
Varèse 360° - Asko|Schönberg, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Capella Amsterdam, Anu Komsi, Peter Eötvös, met video van Gary Hill
Westergasfabriek Gashouder • 13/14 juni 2009

Hoe klinken vallende planeten? Geen idee, maar de muziek van Edgar Varèse komt aardig in de buurt. Boem - paukenslag, maar dan tot de zoveelste macht. Voor veel modern klassiek geldt dat het in de huiskamer niet goed tot zijn recht komt, maar in extreme mate geldt dit voor Varèse. Vanaf de eerste rake klappen van Hyperprism voor negen blazers en negen slagwerkers brengt deze muziek een puur lichamelijke sensatie teweeg. Zeker wanneer na de eerste pauze het tot een klein leger uitgebreide Rotterdams Philharmonisch Orkest bijkans explodeert in Arcana. In de Westergasfabriek wordt muziekgeschiedenis geschreven, zoveel is duidelijk.

Samen met het Concertgebouworkest nam het Asko Ensemble tussen 1992 en 1998 vrijwel het complete werk van Varèse op, en de componist verbleef in 1957 negen maanden in Nederland om daar in de Philips-laboratoria te werken aan zijn Poème électronique, dus Nederland heeft een duidelijke band met de baanbrekende Franse componist, maar nog niet eerder werd het alles bij elkaar slechts drie uur durende oeuvre van Varèse integraal uitgevoerd op twee avonden. En dan niet in de concertzaal, maar in een eigenlijk veel toepasselijker locatie: de Westergasfabriek. Binnenin dit ronde industriële erfgoed is een eveneens ronde arena opgebouwd, zodat het publiek samen met het immense orkest een cirkel vormt.

Edgar Varèse, foto: Philips' Persbureau
Edgar Varèse, foto: Philips' Persbureau
De locatie en het gegeven dat het publiek bijna bovenop de muzikanten zit, maken van Varèse 360° al een multimediale ervaring, maar daar komen ook nog eens de mise-en-espace van Pierre Audi en de videoprojecties van Gary Hill bij. Jammer genoeg zijn het juist die videoprojecties die niet alleen hopeloos gedateerd aandoen - daar kunnen geen door computers gegenereerde beelden wat aan veranderen - maar ook nog eens storend afleiden van het ware spektakel dat dirigent Peter Eötvös en de ruim honderd musici creëren. Hill is een grote naam, maar het stapelen van kiezelsteentjes, het belichten van een bak met knikkers of het met kwasten verfspatten op papier gooien, zijn niet eens als retro te bestempelen, maar duiden op een gebrek aan inspiratie of gemakzucht Varèse onwaardig. Vooral het op de merkwaardigste momenten schuiven met projectieschermen leek niet ingegeven door de muziek, maar alleen door de nukken van de videokunstenaar. De in het publiek aanwezige componist en filmmaker Michel van der Aa had dit ongetwijfeld vele malen beter aangepakt.

Gelukkig ging het toch vooral om de muziek, en die werd uitstekend uitgevoerd door zowel het Asko|Schönberg als het Rotterdams Philharmonisch. Alleen kijkend naar het concert is Varèse al een overrompelende aanslag op alle zintuigen. De malloot die na het onbetwiste hoogtepunt Arcana schreeuwde 'Terug naar het oefenhok!' moet het wel op Gary Hill voorzien gehad hebben. Want de muziek was ronduit indrukwekkend. Alleen jammer dat voor wie erbij was alle cd-opnamen nu niet veel meer zijn dan een fletse afspiegeling van 'the real thing'. (Henri Drost)
Terug naar boven

Camera's bespieden Italië in de jaren zestig
Antonioni Project - Toneelgroep Amsterdam
Stadsschouwburg Rabozaal • 14 juni 2009

Regisseur en artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam Ivo van Hove heeft zich vastgebeten in het werk van de Italiaanse filmregisseur Michelangelo Antonioni (1912-2007). Vorige maand nog kwam Van Hove met een flitsende, indrukwekkende toneelbewerking van de film Rocco en zijn broers. Ten behoeve van het Holland Festival waagt Van Hove zich onder de titel Antonioni Project aan een herinterpretatie van drie films tegelijk: L'Avventura, La Notte en L'Eclisse. We schrijven Milaan, de jaren zestig. Een wereld van veel geld, chique appartementen, snelle auto's en nog snellere seks. Iedereen doet het met iedereen, met het gevolg dat vrijwel niemand in zijn eigen relatie op zijn gemak is. Niemand durft blind te vertrouwen op de liefde en trouw van de eigen partner.

foto: Jan Versweyveld
foto: Jan Versweyveld
Verschillende koppels lopen door elkaar heen. Een gevierde schrijver (Hans Kesting) en zijn vrouw (Marieke Heebink) nemen afscheid van een stervende vriend (Hugo Koolschijn), met wie de vrouw heimelijk een affaire heeft gehad. De schrijver lonkt naar de jeugdige dochter van een zakenpartner. Van een verloofd stel (Halina Reijn en Eelco Smits) maakt de vrouw het opeens uit. Een koppel maakt deel uit van een beaumonde-achtige groep. De vrouw (Janni Goslinga) is een en al trillende onzekerheid. Tijdens een zeiltochtje verdwijnt ze. Onmiddellijk gaat de man (Fedja van Huêt) naar bed met haar beste vriendin (Karina Smulders). En dan zijn er nog wat minder dominante personages.

We zien de personages niet zozeer op het podium, als wel op een reusachtig beeldscherm dat podium en tribune van elkaar scheidt. Acteurs worden door rondrennende cameralieden gefilmd en tegelijkertijd op het scherm geprojecteerd. De achterwand van het podium is volledig blauw, zodat op het scherm de achtergrond naar wens wordt ingevuld: een ziekenhuis, een hal, de zee, het ondergrondse gangenstelsel van een metronetwerk. Het tegelijk op het podium staan en voor camera acteren, brengt de acteurs geregeld in de problemen: toneelspelen vergt veel grotere gebaren dan camera-acteren. Dat resulteert nu en dan in toneel-op-televisie. Dat is krakkemikkiger dan nodig is. Bovendien voegen die geprojecteerde locaties niets toe: wanneer iemand op het podium beweert dat hij op een zeilboot zit, neemt het publiek dat voetstoots aan, ook al ziet het geen golven. En het gepruts met camera's en achtergronden haalt de vaart uit de voorstelling; omdat iedereen eerst op zijn post moet zijn voordat we verder kunnen, hobbelt het verhaal hortend en stotend voort.

Zo spannend, vol, snel geschakeld, zo heftig als Rocco en zijn broers was, zo traag en zo opzettelijk leeg is het Antonioni Project. De tempo ligt enorm laag, zeker wanneer het beeldscherm definitief het zicht ontneemt op de spelers. Ontzettend jammer is dus de keuze voor het werken met camera's: voor Rocco bouwde ontwerper Jan Versweyveld een overtuigend arsenaal locaties. Nu de camera's locaties aanleveren, zit je als toeschouwer steeds aan te kijken tegen opzichtig technisch gedoe. Zonde van het puntgave acteerwerk. Vooral Janni Goslinga als de vermeende zelfmoordenares, Fedja van Huêt als haar ontrouwe vriendje, en Marieke Heebink als de overspelige schrijversvrouw overtuigen. Volgende keer moet Van Hove de rol van de techniek maar weer wat indammen. (Mieke Zijlmans)
Terug naar boven

Fraai beeld van de teloorgang van een familie
The Sound and the fury - Elevator Repair Service
Theater Bellevue • 13 juni 2009

foto: Ariana Smart Truman
foto: Ariana Smart Truman

Een roman op de planken brengen is een heikele onderneming. Een literaire tekst is niet te vergelijken met een toneelstuk. De New Yorkse Elevator Repair Service mag dit gevecht met een boek graag aangaan. Na The Great Gatsby (1925) van F. Scott Fitzgerald, brengen ze nu het sleutelfragment op de planken uit William Faulkners The Sound and the Fury (1929). Dit boek is een zedenschets van een zuidelijke Amerikaanse familie gedurende de eerste decennia van de twintigste eeuw. De slavernij is weliswaar afgeschaft, maar de zwarten knappen nog steeds het vuile werk op. De blanken zijn in feite nauwelijks fortuinlijker dan de zwarten, ook al spelen ze de baas.

Faulkners verhaal is het impressionistische relaas van de geleidelijke teloorgang van de familie Compson, geëscorteerd door de zwarte familie Gibson. Moeder Compson is ziek of doet alsof om aandacht te krijgen. Vader is vrijwel onzichtbaar. De kinderen hangen verveeld rond. Klimmen in bomen, zwemmen in het beekje, prutsen wat met dieren. Allen verlangen naar een spannender leven. De pubers experimenteren met seks, de volwassenen zijn gedesillusioneerd en drinken te veel.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Benji Compson, de zwakbegaafde zoon van 33. Hij kan niet spreken, maar hij ziet en hoort wel alles. Benji doorziet de listen en lagen van zijn familie niet, al wat gebeurt raakt hem via zijn zintuigen: 'Caddy rook naar bomen.' 'Ik kon haar borst voelen.' 'Stoom komt van de kom.' 'We konden het donker horen.' In combinatie met een radio met krakerige oude liedjes, en het zangerige zuidelijke knauw-Amerikaans, ontstaat zo een concreet zintuiglijk sfeerbeeld.

Toch voldoet deze voorstelling niet helemaal aan de verwachtingen. Regisseur John Collins zegt het zelf al in het interview in het programmaboekje: de aankondiging dat de Elevator Repair Service na Gatz (The Great Gatsby) opnieuw een literaire tekst gebruikt, brengt liefhebbers in rep en roer. Gatz was in 2006 te zien tijdens het Holland Festival: geniaal, wonderschoon, helder, spitsvondig, meeslepend. The Sound and the Fury haalt dat niveau niet. Gatz bood een rond verhaal, The Sound and the Fury is meer een sfeerbeeld. Bovendien is de tekstbehandeling moedwillig gekunsteld. De spelers zelf moeten doorgaans de hele papieren zin uitspreken: 'Kom eens hier, zei moeder'. Dat levert een storende afstand op tussen acteur en personage. Nog lastiger is dat de acteurs geregeld wisselen van personage. Wie de nachtpon aan heeft, speelt de zieke moeder Compson; wie het lange schort draagt, speelt de zwarte bediende Dilsey. Dat is een onzinnige ingreep: die voorkomt dat de toeschouwer echt in het verhaal wordt meegezogen: je zit aldoor te zoeken wie nu weer wie verbeeldt, in een verhaal dat zelf al knap ingewikkeld is van constructie.

Niettemin is The Elevator Repair Service uniek in zijn aanpak van literaire teksten, en tovert met The Sound and The Fury opnieuw een meeslepend en treffend beeld tevoorschijn van de Verenigde Staten aan het begin van de twintigste eeuw. (Mieke Zijlmans)
Terug naar boven 

Platel verwerkt klassieke Bach tot moderne tsunami
Pitié! - Alain Platel /Fabrizio Cassol /les ballets C de la B
Koninklijk Theater Carré • 11 juni 2009

foto: Chris van der Burght
foto: Chris van der Burght
Een tsunami aan beelden en indrukken overvalt je bij het kijken, of beter gezegd het beleven van Pitié!. Regisseur Alain Platel en componist Fabrizio Cassol lieten zich inspireren door de Matthäus-Passion van Bach. In de vrijzinnige bewerking Pitié! proberen ze het religieuze werk te 'ontwesterden' en 'ontprotestantiseerden'. Jezus is in de ogen van Platel niet blank, maar een jonge donkere tenor. Dit zet meteen de toon voor het 'ontwesterden' en 'ontprotestantiseerden' van het oorspronkelijk stuk van Bach. Niet alleen in de personages, maar ook in de muziek maken Platel en Cassol een flinke slag naar de hedendaagse samenleving. Platel werkt voor deze productie met een diverse groep dansers uit de hele wereld, elk met hun eigen lichaamsexpressie en gezichtsexpressie. Sommige hebben zo'n rauwe expressie en lijken onder andere door hun smoezelige kleding zo van de straat geplukt. De oorspronkelijke klassieke muziek wordt door componist Cassol bewerkt tot meer hedendaagse stijlen. Door andere  instrumenten, zoals drums, dwarsfluit en accordeon, toe te voegen aan het orkest leeft de muziek meer. De muziek beweegt zich tussen opera en Afrikaanse en hedendaagse klanken.

foto: Chris van der Burght
foto: Chris van der Burght
In Pitié! staat de aria Erbarme dich centraal. Volgens Platel is het hebben van mededogen (erbarmen, pitié) dé boodschap van het passieverhaal. Het lijdens- en sterfverhaal van Christus wordt gezongen door de jonge, Congolese countertenor Serge Kakudji. De bekende doornenkrans, het symbool van Jezus, vervangt Platel door een commercieel shirt waarop het hoofd van Christus is afgebeeld. De littekens aan zijn handen verbergt hij onder twee pleisters. Ook voegt Platel twee Maria's toe die bij Bach niet voorkomen: Jezus' moeder Maria en Maria Magdalena. De sopraan Melissa Givens geeft gestalte aan een bijna arrogante moeder van Jezus. De jonge mezzosopraan Maribeth Diggle is de jonge Magdalena. Terwijl de zangers het verhaal vertellen, zoekt een tiental dansers naar hun invulling van erbarmen en medeleven in een ander. Hun worsteling hiermee levert niet alleen mooie en energieke bewegingen op, maar door de rauwheid en eigengereid van de dansers trekken ze het klassieke verhaal een hedendaags outfit aan. Net als in de vorige voorstellingen van Platel is het ook nu soms haast onmogelijk om alle taferelen op het podium te volgen. Als een vloedgolf overvallen verschillende scènes je met een flinke snelheid en een ritme. Je hoort een danser commentaar geven op het leven en je ziet verspreid over het podium verschillende dansers zoeken naar medeleven.

De voorstelling Pitié! ging in september 2008 in première op de Ruhr Triënnale in Bochum. Het is het tweede samenwerkingsverband van de regisseur en de componist. Drie jaar geleden werkten ze samen aan Vsprs. Ondanks het christelijke uitgangspunt van Bach, weten Cassol en Platel het verhaal een hedendaags thema te geven. Pitié! is een lange zit van bijna twee en een half uur, maar de tsunami van beelden en indrukken is meer dan de moeite waard. Ook voor wie niks heeft met de christelijke religie. (Mariëlla Pichotte)
Terug naar boven

Desolate en gepassioneerde opera
Passion - Pascal Dusapin
Muziekgebouw aan 't IJ • 10 juni 2009

Een uur voor de Nederlandse première van Pascal Dusapins Passion pakken donkere wolken zich samen en boven het IJ barst een hevige regenbui los. Het is alsof regisseur en festivaldirecteur Pierre Audi zelfs het weer in scène heeft gezet voor Dusapins bewerking van de Orpheus-mythe, met het IJ en de loopbrug naar het Muziekgebouw als het oversteken van de Styx. Eenmaal binnen belandt het publiek meteen in een duistere en kale onderwereld, met vervaarlijk stekelige glasscherven op het podium.

Pascal Dusapin, foto: Marthe Lemelle Salabert
Pascal Dusapin, foto: Marthe Lemelle Salabert
Voor zijn zesde opera liet Dusapin zich inspireren door Monteverdi's L'Orfeo, maar met diens muziek heeft zijn Passion niets van doen. Weliswaar klinkt er een klavecimbel, maar dan wel een van het soort dat ook de weg is kwijtgeraakt in een de onderwereld en slechts gebroken fragmenten voortbrengt, aarzelend en tastend. Daaromheen klinken de lange lijnen van het Ensemble Modern Frankfurt en de ijzige koorpassages van het VocaalLAB, allen gekleed in stemming zwart. De hoofdrollen zijn ook bij Dusapin weggelegd voor Orpheus en zijn geliefde Euridyce, maar hier heten ze eenvoudigweg Lei en Lui (zij en hij) en elke voorgeschiedenis ontbreekt; de hele opera speelt zich af in de duisternis. Daar ontvouwt zich een grimmig schaduwspel, waarbij de passie tussen beide geliefden uitloopt op een gezamenlijke 'Liebestod' - anders dan in de mythe en de vele eerdere operabewerkingen, weigert Lei met Lui terug te keren naar de bovenwereld, naar de zon. Beiden verkiezen de dood en blijven achter in het donker, zonder iets te horen, zonder iets te zien.

Dusapin componeerde de opera een jaar geleden voor Barbara Hannigan en Georg Nigl en zij zijn het ook die hier letterlijk adembenemende prestaties neerzetten. Zij zingen namelijk niet alleen hartverscheurend mooi, ook hun ademhaling draagt dankzij de geluidsmanipulaties van Thierry Coduys bij aan de beklemmende sfeer. Dusapin is in Nederland nog vrijwel onbekend, maar daar brengt deze editie van het Holland Festival ongetwijfeld verandering in, met maar liefst twee opera's, een soloconcert en een uitvoering van zijn 'operatorio' La Melancholia. In Frankrijk wordt Dusapin alom geprezen en dat is opmerkelijk, want hij behoort niet tot de groep rond de in de Franse cultuurpolitiek zeer invloedrijke Pierre Boulez. Sterker: Dusapin zet zich nadrukkelijk tegen hem af, zo verklaarde hij tegen de New York Times: 'Ik ben het levende bewijs dat je zonder Boulez kunt leven.' Deze desolate én gepassioneerde opera onderstreept zijn gelijk. (Henri Drost)
Terug naar boven

Dominee Gremdaat over architectuur
Gastheer Winy Maas - Mindfuel, De stad van de toekomst
Muziekgebouw aan 't IJ • 7 juni 2009

Binnen het festivalthema 'Serenity & Anxiety' van het Holland Festival durfden Pierre Audi en zijn artistiek team het aan om opnieuw een presentatie over de huidige architectuur in het programma op te nemen. In een nogal tamme en vaak niet goed verstaanbare discussie verloor architect Winy Maas zich in fantasie-animaties over toekomstige steden.

Naast de reguliere voorstellingen biedt het Holland Festival ook presentaties aan waarbij kunst en wetenschap elkaar ontmoeten. Na een goed bezochte presentatie van architect Rem Koolhaas tijdens het festival van 2008, dacht het artistiek team reden genoeg te hebben om wederom een architect uit te nodigen als gastheer. De keus viel op architect Winy Maas. Met MVRVD is hij verantwoordelijk voor onder andere het Nederlands Paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Hannover (2000). Samen met Jacqueline Cramer, Minister van VROM; Adjiedj Bakas, trendwatcher en bestsellerauteur, Rudolf Das, futuroloog en auteur en Adri Duivesteijn, wethouder in Almere reflecteert hij over de toekomst van onze steden. Volgens Maas is het jaar 2009 er één van angst en onzekerheid. De verschillende crisissen hebben een enorme invloed op de maatschappij, op de ontwikkeling van onze steden en onze leefomgeving. Met zijn gasten kijkt hij naar de toekomst. De bezoekers zitten in een vierkante opstelling rond de tafel van Maas en zijn gasten, zodat ze niet alleen goed zicht hebben op de tafel, maar ook op vier projectieschermen. Voor en tijdens het gesprek projecteert Maas verschillende abstracte animaties met zijn visie op de toekomst van steden op de grote schermen. Blokjes, vale blauwe computertekeningen en veel stapelbare lego-gebouwen krijgen een interpretatie en uitleg van Maas mee. De architect geeft tussen de animaties elke gast aan tafel ongeveer 15 minuten de tijd om een beschouwing te geven op het huidige situatie en het toekomst van de stedenbouw.

Winy Maas richtte samen met Jacob van Rijs en Nathalie de Vries in 1991 MVRDV op. In de architectuur weet hij veel aandacht te trekken, maar als gastheer blijven de gesprekken aan tafel hangen in dialogen tussen de gastheer en één van de gasten. De avond blijft hierdoor verre van spannend en inspirerend. Tussen de gasten kwam een goede discussie niet echt op gang. Veel bezoekers liepen tijdens het gesprek de zaal uit. Door de vele abstracte beelden en de weinig spannende dialogen aan tafel, viel het stemgebruik van Maas erg op. Het doet nog het meest denken aan het type dominee Gremdaat van cabaretier Paul Haenen. Met het preken voor eigen parochie van de gasten, gaf dit enige humor aan het tafelgesprek.

Mocht er na de avond toch een conclusie worden getrokken uit de tafelgesprekken, dan is het dat de crisis goed is voor de creativiteit van architecten, ontwikkelaars en stedenbouwkundigen. Ook voor de kunst zal de crisis veel mogelijkheden bieden. Maar op het gebied van stedenbouw is het woord van de avond 'Integraal werken'. (Mariëlla Pichotte) 
Terug naar boven

Grote tegenstellingen in drie soli
The Chandelier Project - Steven Cohen
Theater Bellevue • 6 juni 2009

Het jodendom, homoseksualiteit, racisme en etniciteit. Met deze achtergrond zoekt de Zuid-Afrikaanse performer Steven Cohen het spanningsveld op tussen een uitgesproken persoonlijke identiteit en de beleving daarvan in het openbare leven. De beladen onderwerpen spelen hierin een grote rol. Bij het drukken van het programmaboekje van het Holland Festival stond Golgotha, de nieuwste performance van Steven Cohen geprogrammeerd. Maar uiteindelijk bleek dit werk nog niet klaar om aan het publiek te tonen. De performer en de artistieke staf van het Holland Festival hebben in goed overleg besloten om de voorstelling te vervangen door een programma van drie soli: Chandelier (2002), Dancing Inside Out (2004) en Maid in South Africa (2005).

foto: John Hogg
foto: John Hogg
Cohen opent het programma met Dancing Inside Out waarin de pijn van het mens-zijn centraal staat. De pijn verbeeldt hij met beelden van Nazi-symbolen, een kleine Joden-ster op zijn penis en op zijn hoofd en als toppunt het inbrengen van een camera in zijn anus met live beelden op een groot scherm. Slechts gekleed in een korset met extreem grote panterplateauzolen schrijdt en balanceert hij over de vloer. Zijn gezicht is kleurrijk beschilderd met sierlijke lijnen en zwarte lippen. Steven Cohen is niet bang om zich letterlijk en figuurlijk bloot te geven en zijn mening te uiten. Het beschilderde gezicht en zijn minimale outfit zijn kenmerkend voor de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar/performer. Behalve zijn achtergrond lopen tegenstellingen als een rode draad door de drie soli. Vooral in Maid in South Africa en The Chandelier Project worden de tegenstellingen in Zuid-Afrika extra onder de loep gelegd. In Maid in South Africa is slavenhandel, apartheid en racisme het onderwerp in een bizarre, maar mooie documentaire met zijn voormalige 84-jarige nanny in lingerie in de hoofdrol. The Chandelier Project toont de huidige tegenstellingen binnen het nieuwe Zuid-Afrika. In de film loopt Cohen in Newtown, ten zuiden van het centrum van Johannesburg, tussen de daklozen rond in een tutu gemaakt van een kroonluchter en wiebelend op zijn enorme plateauzolen. Voor een extra dramatisch effect monteert Cohen het reciteren van het kaddisj, één van de belangrijkste gebeden van het jodendom, op de achtergrond.

De performances van Cohen schokken de kijker aan de ene kant, maar hebben ook humor. Zijn werk balanceert op de rand van beeldende kunst, dans en travestie. De performer ziet zijn lichaam als de vereniging van alle aspecten van het bestaan. Hij gebruikt het als het canvas om kunstwerken te creëren in zeer uiteenlopende ruimtes als musea, podia en niet zelden op plekken in de openbare ruimte waar hij niet is uitgenodigd. Ondanks zijn exhibitionisme en het extraverte in zijn werk, is de artiest die het applaus komt halen een timide man. Langzaam komt Cohen uit de coulissen schrijden en bijna verlegen neemt hij de ovatie in ontvangst. Het controversiële, maar tegelijkertijd ook de elegantie en schoonheid van Cohen en zijn werk resulteren in een adembenemend avond. (Mariëlla Pichotte)
Terug naar boven

Een angstverjagende kerk
Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir - Christoph Schliengensief
Westergasfabriek Zuiveringshal West • 6 juni 2009

Na afloop van Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir is alle energie uit me weggeslagen. Anderhalf uur lang ben ik in de houdgreep gehouden door de meest intense beelden en geluiden die samen de kerkdienst van Christoph Schlingensief uitmaakten. In deze kerk, zorgvuldig ingebouwd in de Zuiveringshal, is een mis gehouden voor degenen die nog niet begraven zijn. Een kerkdienst waarin theatermaker Schlingensief zijn angst heeft weten om te zetten in een multidisciplinair schouwspel vol licht, donker, lawaai en stilte. In deze kerk komen we bijeen om het leven en de dood in de ogen te kijken.

We remember the future dead, who strived to achieve a lot, and was gone shortly thereafter. A human being, like us, like yourself, like myself, like all of us - And special in that sense. He was who he was and nothing more. That's an achievement in itself. Many are dead, many are undead, us, they haven't buried yet. Halleluja!

In 2008 kreeg Schlingensief te horen dat hij leed aan longkanker. Als kunstenaar heeft hij de nachten in het ziekenhuis ingesproken op een bandje, zijn gedachten genoteerd, en uiteindelijk besloten een voorstelling te maken van en over zijn ervaringen. De voorstelling moet echter ook louterend werken; hij wilde zijn eigen angst tot een beeld maken, zodat hij er zelf naar kon kijken. Hij wilde de ziekte niet ontvluchten, maar ermee in dialoog treden.

foto: David Baltzer-Zenit
foto: David Baltzer-Zenit
Al bij binnenkomst is duidelijk dat dit geen reguliere voorstelling wordt. De muren zijn behangen met vreemde schetsen van Jezus aan het kruis, de Vitruviusman met een dierlijke schedel en twee teksten aan tegenoverstaande muren: 'Wer seine Wunde zeigt wird geheilt.' 'Wer seine Wunde nicht zeigt, wird nicht geheild'. Deze twee zinnen brengen de gehele overdonderende ervaring van halleluja's, korte scènes, marcherende kinderen, oraties, een gospelkoor en videobeelden samen in een overzichtelijke boodschap: door leed te delen, verdwijnt het. Diezelfde boodschap verduidelijkt Schliefsinger nog wanneer hij de Duitstalige voorstelling onderbreekt met een boodschap in het Engels. Hij benadrukt dat alles wat we zien echt is, voortkomt uit zijn persoonlijke ervaring, en dat hij hier is om andere kankerpatiënten te helpen. 'Haal ze uit de ziekenhuizen, breng ze bij hun familie!' roept hij uit. De patiënten hebben autonomie nodig, de autonomie die Jezus volgens Schliefsinger ook bezat. 'Ik geloof niet dat hij vroeg waarom de Heer hem verlaten had, dat hij zich zo zwak toonde als de rest van ons. Hij was autonoom.'

Hoe bevreemdend en onbegrijpelijk de voorstelling vaak ook is, even zo vaak is hij herkenbaar en ontroerend. 'When your life turns into tragedy, try to become an observer', sprak hij tijdens zijn ziekbed in op een bandje. Toch is de afstand van de observatie niet wat deze voorstelling zo indringend maakt - het is juist de openheid en menselijkheid die zich toont wanneer Schlingensief zijn gedachten uitspreekt. Alle kostuums, techniek, muziek en stijlgrepen maken de voorstelling de moeite waard, maar de momenten waarop we echte mensen horen praten over hun lijden maken het stuk pas echt een beleving. (Nikki Dekker)
Terug naar boven







 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:

 ADVERTENTIE