8weekly.nl

 

recensie: Beethoven - Symfonie nr. 9 / Berlioz - Symphonie Fantastique

Oud, maar nog zonder stok

door
22 oktober 2003

Ludwig van Beethoven • Symfonie Nr. 9. • Briem/Höngen/Anders/Watzke • Berliner Philharmoniker o.l.v. Wilhelm Furtwängler (opname april 1942) • Classica d'Oro CDO1001 • €5,61

Hector Berlioz • Symphonie Fantastique • Maurice Ravel • Pianoconcert voor de linkerhand • Paul Wittgenstein, piano • Concertgebouw Orkest o.l.v. Bruno Walter (opname 1937)

FurtwanglerRond de Tweede Wereldoorlog waren er twee grote dirigenten die elkaar niet konden uitstaan. Het conflict tussen Arturo Toscanini en Wilhelm Furtwängler was er één tussen twee kwetsbare ego's, maar ging ook over fundamentele tegenstellingen. Toscanini, begonnen als operadirigent (voor een Italiaan was iets anders eigenlijk ook niet mogelijk), probeerde de partituur zo getrouw mogelijk weer te geven. Een vrij moderne opvatting, zou je kunnen zeggen. Furtwängler was iemand uit de traditie van Hans von Bülow en Hans Richter, een typische vertegenwoordiger van de 'Duitse school'. In tegenstelling tot Toscanini ging hij meer uit van de intenties van de componist, het geluids'beeld' dat die had willen creëren. Een Toscanini-opname en een Furtwängler-opname kun je meteen horen. Elk afzonderlijk instrument is bij de Italiaan vrij goed te onderscheiden, terwijl het bij de Duitser vaak heel vaag, bijna organisch, klinkt. De vraag is natuurlijk in hoeverre je de intentie van de componist kunt lezen, maar Furtwängler geef ik graag het voordeel van de twijfel boven die Italiaanse notendictator.

Om maar met deze Furtwängler-Beethoven-negen te beginnen: die is adembenemend. De opname is een dikke zestig jaar oud en dat hoor je ook, maar elke bedenking daarover verdwijnt als sneeuw voor de zon als je naar deze zinderende, paranoïde interpretatie van Beethovens koorsymfonie luistert. Nou was er wel iets om paranoïde over te zijn, aangezien de opname plaatsvond in 1942 terwijl Berlijn links en rechts ten prooi viel aan bombardementen. Geen noot, niet één, valt verkeerd, van het typisch mystieke Furtwängleriaanse begin tot het ademloos uitbundige einde (de laatste maten van de negende zijn waarschijnlijk nooit meer met dit tempo gespeeld). Een groot contrast met Furtwänglers andere beroemde opname van dit werk uit 1954, waarin hij de zaken veel weidser laat uitlopen en niet dit koortsachtige tempo hanteert.

Verplichte kost
M. RavelMaar juist die smeulende intensiteit maakt deze opname mijns inziens de betere van de twee. De solisten, vooral tenor Peter Anders, presteren vlekkeloos en de coördinatie van orkest, solisten en koor is voorbeeldig. De opname is voor de periode niet slecht (voor moderne begrippen natuurlijk wel) maar mag geen beletsel zijn om deze CD aan te schaffen, zeker niet tegen deze prijs. Als je geïnteresseerd bent in Beethoven is het een verplichte aanschaf, als je al een negende hebt hoort-ie ernaast te staan.

La main gauche
Bij de tweede schijf is het met name Ravels pianoconcert voor de linkerhand (hier vooral bekend als openingsmuziek bij het programma van Boudewijn Büch) dat interessant is vanwege de aanwezigheid van de opdrachtgever, Paul Wittgenstein. Deze was in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm kwijtgeraakt maar niet zijn belangstelling voor een muzikale carrière. Dat bracht hem ertoe een hele rits componisten opdracht te geven speciaal voor zijn linkerhand pianoconcerten af te leveren, te beginnen met Erik Wolfgang Korngolds fantastische concert en niet veel later gevolgd door dit werk van Ravel.

Knip knip
De eenarmige WittgensteinOok hier is het verschil tussen de moderne uitvoeringspraktijk en die van een kleine zeventig jaar geleden opvallend. Dirigent Bruno Walter neemt het over het algemeen wat rustiger dan tegenwoordig gebruikelijk is, maar dat kan ook zijn geweest om Wittgenstein, een competent maar geen groots pianist, wat meer kans te geven op adem te komen in dit toch allesbehalve gemakkelijke stuk. De uitvoering mag er zijn, tot de laatste maat. Of liever: de laatste twee noten van de kopersectie. Ziet u, die staan er namelijk niet op. De engineers die deze opname mochten oppoetsen hebben de schaar ferm ter hand genomen en ons die koperklanken bezwaard. Allemaal leuk en aardig, maar zo zijn we natuurlijk niet getrouwd. Ik dacht nog even dat Ravel of Walter zelf creatief waren geweest, maar het schijnt toch echt een technische uitglijer van Classica d'Oro te zijn.

Geslijp
Berlioz Symphonie Fantastique vindt onder Walter, een leerling en langdurig assistent van Mahler, ook een warme ontvangst, maar deze klinkt veel 'conventioneler' dan je zou verwachten, bij tijden zelfs een beetje mat. Maar dat kan ook aan de kwaliteit van de opname liggen. De opname van de Berlioz/Ravel schijf is een stuk beroerder dan de Beethoven-CD: regelmatig hoor je het geslijp van de naald door de groef van de 78-toeren-plaat en het geluid klinkt vooral wanneer het orkest er es lekker tegenaan gaat, akelig dun. Dat alles zorgt ervoor dat er toch wel wat bedenkingen te koesteren zijn bij deze CD. Hij is vooral interessant als historisch document omdat Paul Wittgenstein erop meespeelt, maar het gruwelijke geluid en het ongelukkige mes van de engineers voorkomen dat ie verder veel luisterplezier biedt.

Ik word elke keer weer warm van binnen als een dergelijke collectie wordt uitgebracht. Het in Nederland door Challenge ingevoerde label Classica d'Oro brengt 85 schijven met historische opnamen op de markt. Velen zijn al eerder uitgebracht, maar niet voor een prijs die je ook toestaat eens iets op de bonnefooi te kopen. Doe dat dan ook maar.







 CD
Jaar: 2005

 ADVERTENTIE

 ZOEKEN
Alle artikelen 8WEEKLY:

 ADVERTENTIE