Film / Films

Memorabel maniakaal

recensie: The Bad Lieutenant: Port of Call New Orleans

Werner Herzog die een remake maakt van Abel Ferrara’s Bad Lieutenant met in de hoofdrol Nicolas Cage? Gekke plannen zat in Hollywood, maar dit sloeg bijna alles. Toch levert het een van de betere films op van dit prille filmjaar.

~

Hoewel: remake? Het is, zoals Herzog terecht opmerkte, zelfs geen pre- of sequel van het origineel. Behalve de titel delen de films slechts een zelfde type hoofdpersoon: een agent die even verrot is als de stad waarin hij dient. Ferrara plaatste zijn constant drugs gebruikende en gokkende hoofdpersonage in het failliete New York van het pre-Giulliani-tijdperk, toen de straten nog niet schoongeveegd waren met behulp van zero tolerance. In Herzogs versie is Terrence McDonagh (Nicolas Cage) werkzaam in het verwoeste New Orleans van na orkaan Katrina. Tijdens die storm heeft hij in een vlaag van onbaatzuchtig gedrag zijn rug zwaar geblesseerd, wat zorgt voor een continue inname van allerhande verdovende middelen; op welke manier dan ook verkregen. Niet dat dit zijn politiewerk in de weg staat, in tegendeel.

Afrekening

~

McDonagh probeert de daders te achterhalen van een afrekening in het drugsmilieu, waarbij een compleet Senegalees gezin is afgeslacht. Ondertussen lijkt hij zichzelf met een verbazingwekkende efficiëntie naar de kloten te helpen. Snuiven, slikken, gokken, afpersen, neuken en zelf oude dametjes informatie aftroggelen op een manier die even schokkend als hilarisch is: McDonagh heeft er een dagtaak aan. Hierbij wordt hij onder andere geplaagd door zijn prostituerende vriendin, collega’s, een steeds ongedurig wordende bookie en een onwillige getuige. Wat voor fratsen McDonagh ook uithaalt: hij komt er mee weg en (ook dit is een groot verschil met Ferrara’s film) hij boekt resultaten, wat waarschijnlijk evenveel zegt over McDonaghs werkwijze als zijn omgeving.

Cage

~

De keur aan bijrolspelers, waaronder Brad Dourif, Michael Shannon (beiden zijn ook te zien in Herzogs My Son, My Son, What have Ye Done?), Eva Mendes, Val Kilmer en Shae Whigham leveren goed werk af. Het is echter Cage die er met een schijnbaar achteloos gemak met de film vandoor gaat en hij speelt dan ook een van de beste rollen uit zijn wispelturige carrière. Zijn lichaamshouding (hij loopt constant scheef) straalt permanent pijn en ongemak uit. De magnetiserende werking van zijn bij vlagen maniakale personage zit ‘m niet alleen in de grootse gebaren –  het gemak waarop hij zijn .44 Magnum trekt, de begrijpelijke woede-uitbarsting als hij niet geholpen wordt in een apotheek, zijn reactie richting collega’s als hij in zijn eentje een verdachte arresteert (‘I love it. I just love it!‘) –  maar ook in de kleine handelingen. Uit de achteloze wijze waarop hij een speelgoedbeest op de grond gooit om te kunnen zitten of de spottende manier waarop hij ‘G‘ zegt, blijkt hoezeer Cage zijn tanden in deze rol heeft gezet.

McDonaghs moreel laakbare gedrag wordt nergens zwaar op de hand, mede dank zij het scenario van William Finkelstein (die hiervoor voornamelijk politietelevisieseries schreef), de muziek van Mark Isham (die bij vlagen doet denken aan de score van Rumble Fish) en de regie van Werner Herzog, waardoor de film bij vlagen surrealistische trekjes krijgt. Of het nou leguanen zijn, een onderbroek van Zwitsers katoen of de dansende ziel van een stervende man: op de een of andere manier past het allemaal. Het eindresultaat is een curieuze, maar memorabele en vermakelijke film. Geen remake, geen pre- of sequel, maar wellicht een aanzet tot een franchise. Met dank aan een excellerende Nicolas Cage.