Onlangs werd 'a man called E', architect en gezicht van de Amerikaanse band Eels, aangehouden door twee politieagenten. E zat argeloos op een bankje een krant te lezen en bleek verdraaid veel op een gezochte terrorist te lijken. Het geval liep met een sisser af, maar kennelijk ben je tegenwoordig al gauw verdacht als je een flinke baard laat staan.
De vermomming in het uitverkochte Paradiso is volkomen. E toont van zijn uiterlijke kenmerken alleen zijn baard in volle glorie, zijn gezicht gaat schuil achter een pikzwarte zonnebril en hij is getooid met een ruimvallende bandana om zijn hoofd. Een beetje would be allemaal, wat overigens voor de presentatie van alle bandleden geldt, die zich behalve met muziek, vooral ook met imagebuilding lijken bezig te houden, gezien hun coole houding.
Musicalmuziek uit de luidsprekers kondigt het concert aan, waarna E solo met gitaar opent. 'Daisies of the Galaxy', van het gelijknamige succesalbum uit 2000, is het eerste nummer en meteen een vertrouwde topper. Dat zet het publiek enigszins op het verkeerde been, want de setlist bevat veel nummers van het nieuwe album Tomorrow Morning en de twee daarvoor, die samen een drieluik vormen. Die worden welwillend ontvangen door de toeschouwers. De setlist is trouwens identiek aan die van het concert van maandagavond in dezelfde zaal, dat eveneens uitverkocht was.
Hard vs zacht
Aantrekkelijk aan het concert is, dat Eels veel variatie brengt door stevige en rustige nummers af te wisselen. En niet alleen verandert de dynamiek regelmatig, ook komen er veel verschillende stijlen voorbij, zoals rock, rhythm-and-blues, funk, blues, singer-songwriter en rock-'n-roll. Het zijn toch vooral de intiemere songs die kunnen bekoren, omdat ze melodieuzer zijn en lieflijk overkomen. De hardere nummers kennen met partijen van drie slaggitaren toch vooral een zekere lompheid, ze doen denken aan een dichtgemetselde deuropening, zonder ruimtes en gaten.
Inderdaad is er bij de rocknummers geen speld tussen te krijgen. Dat geweld zorgt er wel voor dat een van de gitaren ontstemt. Dat zal zo de hele avond blijven. Je zou toch denken dat een goede gitarist met een nonchalante beweging in enkele seconden zijn snaren in de goede stemming kan terugbrengen, maar nee. Ook de zang van E is niet altijd even zuiver. Die is nooit zijn sterkste punt geweest, wat pijnlijk duidelijk wordt als hij het hogere register probeert te bereiken. Ook verzandt hij vaak op het eind van een zin. Zijn stem klinkt schorrer dan op de plaat.
Overweldigend
Hoogtepunt is het krachtige 'Fresh Blood' van het album Hombre Lobo, waarbij de zang van E wel overtuigt en hij het uitschreeuwt, alsof hij geraakt wordt door de donkerste krochten van zijn ziel. Het gaat vergezeld van een helse lichtshow, wat het geheel erg indrukwekkend maakt. De song kan rekenen op het grootste applaus van de avond. Wel versleten, maar verrassend door Eels opgepakt, is de cover 'Summer in the City' van The Lovin' Spoonful, met een onverwachte syncope in de break. Overbodig, want uitgekauwd, is een uitvoering van 'Summertime' uit Porgy and Bess, dat ook nog eens een onbeholpen gitaarsolo meekrijgt.
Erg aardig is een versie van 'Mr E's Beautiful Blues' dat de band verweeft met 'Twist and Shout' van The Beatles. Aardig en verrassend. Ook heel goed is het oorspronkelijk zoete 'I Like Birds' in het jasje van een uptempo punknummer. Zelfs E neemt zichzelf soms niet al te serieus. Beide songs komen van Daisies of the Galaxy.
Als afsluiting van het officiële gedeelte speelt Eels een gospelsoulspektakel met een heus vraag-en-antwoordspel. Tijdens het spelen loopt E het podium af, waarna de band nog maar eens flink aanzet. Het concert eindigt na enkele toegiften zoals het begon, met E solo op gitaar. En dat is toch het fijnst.