8weekly.nl

 

reportage: Jonathan Coe in De Balie

Het absurde van de werkelijkheid: een schrijver zonder woorden

door
7 oktober 2010

Jonathan Coe was op 30 september in De Balie te gast om met Jeroen van Kan te praten over zijn laatste boek De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim, de biografie die hij schreef over auteur B.S. Johnson en zijn vroegere werk. Op deze door de SLAA georganiseerde avond vertelde Coe uitvoerig en geanimeerd over de dingen die hem bezighouden. Er was maar één ding waarover hij niet zo te spreken was: het schrijven zelf.

Jonathan Coe schuift nog even wat heen en weer op de bruinleren bank, maar dan zit hij goed. De mannen spreken even over wat algemene zaken, de opbouw van het verhaal, het karakter van de hoofdpersoon, alvorens Coe een fragment uit zijn nieuwste roman voorleest. Het is een komisch stuk, waarin Trevor probeert Maxwell te overtuigen om tandenborstels te gaan verkopen. Tandenborstels zijn immers recessieproof; niemand gaat bezuinigen op mondhygiëne.

Het publiek lacht veel en hartelijk. Uit de manier waarop Coe pauzes in de dialogen laat vallen, blijkt een goed gevoel voor timing. De dialogen zijn zo scherp geschreven dat ze slecht naverteld kunnen worden, maar de plotwendingen zijn het vermelden waard, bijvoorbeeld wanneer Maxwell verliefd wordt op Emma, de stem van zijn GPS-systeem.

I don't think you have to push reality very far to hit absurdity these days
'Inmiddels heb ik veel lezers ontmoet die mij opbiechten dat zij hun TomTom ook een naam hadden gegeven. Blijkbaar is het veel normaler dan ik zelf dacht. In dit boek ben ik verder het absurde in gegaan dan gewoonlijk. Mijn voorlaatste boek was erg serieus, erg reëel ook, alsof ik in die tijd gewoon in een keer van alle humor af wilde zijn. Maar ik geloof dat puur realisme uiteindelijk toch niets zegt over onze werkelijkheid. Met dit boek heb ik als het ware Emma's advies gevolgd: "Indien mogelijk, keer om", en heb ik de humor weer in mijn werk toegelaten. Het was een hele opluchting; "Fijn, ik mag weer grappig doen."'

'Je kunt eigenlijk ook niet absurd genoeg zijn wanneer je probeert deze tijd te beschrijven. Alles is zo ver getechnologiseerd. Tijdens een van de scènes in het boek zit Maxwell op een terras vol met mensen die er niet echt zijn. Iedereen is ergens anders met z'n gedachten, met mobieltjes in de weer, en dan ziet hij een moeder en dochter die wél op een natuurlijke manier met elkaar omgaan. Iedereen is altijd maar bezig contact te leggen, maar daar hebben we al die technologie niet voor nodig. We moeten gewoon ons best doen. Ik merk dat mijn werk empathischer is geworden, ik probeer dichter bij mijn personages te komen, meer vanuit hun innerlijk te schrijven. Ik ben milder geworden.'

What he really wanted to produce was reality, but we've already got reality
Jeroen van Kan vraagt Coe naar het experimentele van zijn boeken, met name in relatie tot de radicale schrijver B.S. Johnson, wiens biografie Coe heeft geschreven. Johnson was principieel tegen fictie, omdat hij geloofde dat die leugens verspreidde.

'Ik bedoel maar te zeggen: zijn personage gaat in de hele duur van het boek niet één keer naar de wc. Het punt is; je kunt niet zomaar de werkelijkheid pakken en opschrijven. Een schrijver doet iets met de werkelijkheid, en Johnson deed dat op een geweldige manier, juist door te weigeren er iets mee te doen. Ik ben het niet meer eens met zijn poetica, maar ik bewonder zijn werk nog steeds.'

'Henry Fielding, een van mijn voorbeelden, zegt dat de roman een verlichte dictatuur is. De schrijver meent het goed, maar alle personages moeten doen wat hij zegt. Maar de laatste tijd merk ik dat er iets verandert. Als ik een boek schrijf, stel ik eerst narratieve mijlpalen vast. Het begin en het einde heb ik vaak al, en dan nog driekwart van de gebeurtenissen in het midden. Schrijven betekent voor mij met name gaten invullen. Maar de laatste jaren merk ik dat de gaten groter worden. En dat lijkt me een goede ontwikkeling.'

Oh well...
Jeroen van Kan merkt op dat Maxwell het gevoel heeft dat hij totaal geen controle heeft over zijn leven. 'Dat hebben we allemaal, lijkt me. Het is een hedendaagse mythe dat we de controle over ons eigen leven kunnen hebben. Er komt altijd wel iets tussen dat ons laat struikelen. Het is essentieel dat je tijdens het schrijven je oorspronkelijke idee een beetje los laat, anders wordt het nooit meer dan een idee.'

'Wat is beter, het idee of het boek? Dat kun je niet vergelijken, het een is imaginair, het ander is echt... Ja, dan is het verzonnen idee natuurlijk beter. Maar dat zal nooit echt bestaan. Elke keer dat ik een nieuw boek begin denk ik natuurlijk dat het een meesterwerk wordt, anders begin ik er niet aan. Pas als ik het uiteindelijk lees, zie ik wat het daadwerkelijk is geworden... Dan denk ik "Oh well..."'

'Het resultaat is altijd teleurstellend. Schrijvers kunnen ook niet hun eigen werk lezen, het enige wat we zien zijn de fouten. Schrijven wordt nooit makkelijker, alleen maar moeilijker. Het is deprimerend om je te realiseren dat je eigenlijk steeds opnieuw hetzelfde verhaal vertelt. En het worstelen met taal is het moeilijkste voor mij, dat blijft me frustreren. Ik zit eigenlijk in het verkeerde vak. Als ik mijn ideeën kon communiceren zonder woorden te hoeven gebruiken, zou dat fantastisch zijn.'

Aan het eind van de avond worden lezers aangemoedigd nog wat vragen te stellen. Een vrouw oppert of Coe, zo ontevreden met bepaalde aspecten van zijn vroegere boeken, zou overwegen ze te herschrijven. Coe antwoordt bedachtzaam; 'Ja, misschien zou ik dat wel doen in de toekomst. Ik heb er wel eens over gedacht. Hemingway deed dat ook, toch?' Een vrouw uit een andere hoek van de zaal verzucht zachtjes: 'Tedious...'

Coe glimlacht.

'Writing is tedious, generally.'