8weekly.nl |
The Killer Inside Me in 1976 en 2010Tweemaal in een zieke geestdoor Marcel Westhoff Michael Winterbottoms The Killer Inside Me is de tweede verfilming van de cultklassieker uit 1952 van Jim Thompson. Zijn versie is superieur aan Burt Kennedy's poging uit 1976, maar een sterke verfilming maakt niet automatisch een sterke film. West-Texas, jaren vijftig. In een stadje, opgezogen in de vaart der volkeren door de vondst van olie, is Lou Ford de alom gewaardeerde hulpsheriff. Eentje die altijd conflicten met woorden oplost (hij draagt zelfs geen pistool) en een beetje een trage goedzak die graag in clichés lijkt te spreken. Achter die façade van brave burgerlijkheid gaat echter een verknipte geest schuil die lange tijd zijn neiging tot moorden weet te onderdrukken. Sadomasochistisch
Stanley Kubrick, die met Thompson samenwerkte aan de scripts van zijn films The Killing (1956) en Paths of Glory (1957), noemde het boek 'probably the most chilling and believable first-person story of a criminally warped mind I have ever encountered' — een quote waar tot op de dag van vandaag gretig door de marketeers gebruik van wordt gemaakt. Helemaal ten onrechte is dat niet. Psychopaten zat in literatuur en film, maar een verhaal dat geheel vanuit het standpunt van de verknipte geest wordt verteld, was en is ongebruikelijk. En dan blijkt de dader een op het oog brave burger. Sterker nog: hij is een vertegenwoordiger van de wet. Gooi dan ook nog eens sadomasochistische seks en wrede moorden in de mix en je hebt een roman die ruim een halve eeuw na verschijnen bij vlagen nog steeds de nekharen overeind doet staan. Eerste verfilming
Erger is dat de koelbloedige, berekende manier waarop dat geweld — met voorbedachten rade — in het boek tot stand komt, in deze versie Lou allemaal lijkt te overkomen; het zijn impulsieve acties waar zelfs de moordenaar een beetje van schrikt. Voeg hierbij een gedateerde, zo nu en dan zelfs kitscherige soundtrack, overacterende spelers, een overdaad aan cliché-bliksemschichten op spannende momenten en het oninteressante personage van Lou's vriendin Amy Stanton. Met haar heeft Lou in het boek een op z'n zachts gezegd haat-liefdeverhouding, maar in deze versie is zij een totaal kleurloos muurbloempje geworden, wat een van de grootste discrepanties tussen boek en film vormt. Gluiperigheid
Lou's gewelddadige acties worden door Winterbottom in al hun wreedheid uitgebreid aan de kijker getoond. Alsof hij wilde zeggen: dit staat zo in het boek, maar voor het geval het niet helemaal tot je doordringt: zo ziet het er dus uit als je een vrouwengezicht tot puin slaat. Daarentegen stipt hij het getroebleerde verleden van Lou slechts schetsmatig aan, dat daarmee voor diegenen die het boek niet hebben gelezen, wellicht niet helemaal helder zal zijn. Dit is een van de weinige punten waarop de 1976-versie (ondanks de licht-hysterische toon) beter scoort. Een meesterwerk is de nieuwe film echter ook niet. Voor een groot deel komt dat door de bron: het boek van Jim Thompson. Zijn reputatie ten spijt hebben we hier vooral te maken met een pulproman die geplaagd wordt door houterige dialogen, psychologie van de koude grond (kind wordt geslagen, dus natuurlijk ontpopt het zich tot psychopaat) en een onbegrijpelijk einde dat de geloofwaardigheid van al het voorafgaande grotendeels teniet doet. Een sterke verfilming maakt niet automatisch een sterke film. |
ZOEKEN
ADVERTENTIE
FILM
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|