Mag ik Orpheus zijn?Esther Jansma
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN 9789029575218
8weekly.nl |
recensie: Esther Jansma - Mag ik Orpheus zijn?Tegen vooringenomen kritiekdoor Merijn Schipper
In de voorjaarsaanbieding van de Arbeiderspers stond een merkwaardige aanbeveling van Piet Gerbrandy bij de essaybundel Mag ik Orpheus zijn?: 'Esther Jansma moet ophouden literatuurtje te spelen'. Als je tegen één dichteres zoiets niet moet zeggen, dan is dat Jansma wel. Volgens Jansma hebben recensenten als Gerbrandy een vooringenomen houding tot haar werk. Als ze poëzie schrijft over historische onderwerpen wordt dat alleen op waarde geschat omdat ze als archeologe 'legitiem toegang zou hebben tot geschiedkundige thema's', in plaats van dat er naar de literaire kwaliteit van haar teksten wordt gekeken. Andere gedichten worden door dit soort critici pas gewaardeerd als ze naar haar persoonlijke leven verwijzen en soms krijgt ze zelfs de opdracht zich op vrouwelijke zaken concentreren. Tegen biografisme Hoewel een steriel anti-biografisme nooit goed kan zijn – het is eerlijker een debuut aan andere debuten te meten dan aan het werk van een routinier – is het terecht dat Jansma dit onderwerp aankaart. Maar het punt van Jansma komt helaas niet goed uit de verf. Bij de eerste twee essays komt dat vooral door hun ondoorzichtige structuur. Het eerste is een 'abecedarium' waarin zij haar biografie en poëtica uiteenzet. Het tweede illustreert op een evengoed fragmentarische wijze hoe Jansma leerde met literatuur van perspectief of personage te wisselen. Doordat een context hierbij steeds ontbreekt, ontbreekt helderheid en blijft veel slechts bij effect. Je blijft bijvoorbeeld gissen naar wat Jansma er precies toe dreef om zichzelf als kind van de trap te gooien. Het verdriet van Orpheus In de interpretaties van de kritiek maakt men van de man Orpheus en van het lyrische ik Euridice. In Jansma's eigen interpretatie laat ze het lyrische ik Orpheus zijn, wat mag blijken uit het feit dat de man in het donker staat te wachten en niet in het tegenlicht. Jansma stelt dat de verborgen redenatie achter deze interpretatie van de kritiek als volgt werkt: 'het gedicht heeft een titel met de naam Orpheus erin, het gedicht is geschreven door een vrouw, in het gedicht is sprake van een ik, het 'lyrische ik' moet dus vrouwelijk zijn en de spreker is daarmee automatisch Euridice'. Biografische of interteksuele misinterpretatie? |
NON-FICTIE
Mag ik Orpheus zijn?Esther Jansma Uitgever: De Arbeiderspers Prijs: 17,95 90 bladzijdenISBN 9789029575218
ZOEKEN
ADVERTENTIE
LEES OOK
NON-FICTIE
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|