8weekly.nl |
reportage: De 30e Nacht van de Poëzie, Stadsschouwburg Utrecht'Eén nacht waarin mensen gewoon hun kop houden en naar een dichter luisteren'door Emy Koopman De Nacht van de Poëzie vierde dit jaar haar 30e editie. Sinds de Nacht niet meer in Vredenburg plaatsvindt vanwege de verbouwing, wordt gefluisterd dat ze over haar hoogtepunt heen is. De Nacht is echter nog lang niet dood. Dat is in elk geval bij voorbaat de stellige overtuiging van dichter, organisator en presentator Ingmar Heytze. Gevraagd naar wat dit poëziefestival bijzonder maakt, begint Heytze onmiddellijk over de noodzaak van de Nacht: 'Eén nacht waarin mensen gewoon hun kop houden en naar een dichter luisteren, dat is noodzaak in deze tijden waarin iedereen door elkaar schreeuwt.' Voor Heytze is het 'een levende bloemlezing'. Vanaf de eerste editie in 1979 is de organisatie er elke keer in geslaagd om de bekendste en de meest veelbelovende dichters uit het Nederlandse taalgebied op te laten treden. Voor vele jonge dichters, onder wie Heytze zelf, is de Nacht van de Poëzie een leerschool geweest, dé manier om te horen hoe gedichten echt bedoeld zijn. Waarheen, waarvoor Het verlies van grandeur wordt verbloemd en tegelijkertijd onderstreept door de imposante maar nostalgische openingsact: om acht uur vult het blaasorkest van het Leger des Heils het podium, blinkend in de rode spots. Als het orkest 'Amazing Grace'/‘Waarheen, waarvoor' speelt lijkt de toon gezet: hoop en wanhoop gaan op deze dertigste Nacht, net als onder dit kabinet, hand in hand. Poëzie waar je niet bang voor hoeft te zijn Af en toe word je er gelukkig wel aan herinnerd dat poëzie meer is dan vermaak. De gitzwarte gedichten van de jong aan een overdosis overleden Jotie 'T Hooft – perfect vertolkt door dichter Daniël Vis, die voor de gelegenheid zijn haar heeft laten groeien en zijn baard heeft afgeschoren – maken indruk. Als bij 'T Hooft in een gedicht hoop doorbreekt moet je er bijna van janken: 'Er zijn momenten waarop ik eeuwenlang/ mijmerend volmaakt gelukkig ben:/ wanneer ik dan mijn handen op de aarde leg/ zijn het kleine handen.'
Wat ook indruk maakt zijn de entre'acts, die meer tot de verbeelding spreken dan veel van de gedichten. Wie deze intermezzi heeft gebruikt als drinkpauzes, heeft wat gemist. De combinatie van het verstilde pianospel van Reinbert de Leeuw en zijn verschijning – een magere, oude man achter een grote vleugel, zijn sneeuwwitte haren nog witter in het licht van de spot, een kunstmatige sterrennacht achter zich – is magisch, al wordt die magie doorbroken elke keer als de deur van de grote zaal opengaat om een bezoeker naar binnen of buiten te laten. Acrobaat Alexander Vantournhout heeft de pech na Gerrit Komrij op te treden voor een leeggelopen zaal, maar wie is blijven zitten wordt gehypnotiseerd door zijn kunsten in een metalen ring. Het applaus is luider dan bij Komrij. En Leon Giesen komt met het mooiste verhaal van de avond als hij in een muzikale minidocumentaire de akkoorden van de toeters van Amerikaanse treinen onthult. Poetry slam Als tegen 2 uur Bob Fosko het podium betreedt is het publiek, ondanks dat het percentage grijsharigen aanzienlijk geslonken is, dan ook behoorlijk ingedut. Fosko weet daar met zijn simpele verzen weinig verandering in te brengen, maar hij heeft zijn laatste gedicht nog niet voorgedragen of er komt een blaaskapel van jongens met leggings en pruiken de zaal binnenstormen. Het is de heavy metal marching band Blaas of Glory, die de normen van de beleefdheid tart om in welkome chaos de finale van de poetry slam aan te kondigen.
03:18:17 Er zitten nog steeds flink wat mensen in de zaal als debutante Deckwitz de laatste woorden uitspreekt. Heytze klokt de avond op 03:18:17. Alsof het het boekenbal is ontmantelen de bezoekers de versieringen, nemen glimmende plakletters en posters van dichters mee naar huis om daar te koesteren als souvenirs. De poëzie leeft nog. |
LITERATUUR
ADVERTENTIE
ZOEKEN
ADVERTENTIE
MEER RECENSIES
|
© 1998-2012 8WEEKLY Webmagazine
|