8weekly.nl recensie website met recensies over film, muziek, literatuur, theater en beeldende kunst |
festival: Camera Japan 2011Toen en nudoor Paul Caspers
15 oktober 2011
Zoals we al eerder schreven, is Camera Japan in alle opzichten een belangwekkend festival. Maar sommige van de vertoonde films vielen in het niet bij ouder werk van dezelfde regisseurs. Tijd voor een paar herinneringen aan andere tijden. Wie in ons huidige culturele klimaat nog getrakteerd kan worden op een lange, grotendeels acommerciële reeks speelfilms uit Japan, zoals het reizende festival Camera Japan deze herfst opnieuw biedt, mag eigenlijk niet klagen. Maar een opvallende portie van het programma bestond uit zwakke films van regisseurs die tien, twintig, en zelfs dertig jaar geleden films van een heel ander kaliber maakten, en die het verdienen nog eens onder de aandacht gebracht te worden.
Provocatie
Er zijn veel slechtere en minder onderhoudende films gemaakt over het onderwerp, maar van de regisseur van A Boy Called Third Base (1978) verwacht je toch meer. Dat was een aangrijpend portret van de volwassenwording van ontspoorde jongeren in een tuchtschool, een film met politieke, sociale en psychologische relevantie. En net als Morita's film een subtiele provocatie, een eigenzinnig commentaar op de notie van maatschappelijk conformisme in Japan. Waar Morita koos voor humor en formalisering om normen te ondermijnen, gebruikte Higashi — op basis van een scenario van de veel radicalere theatermaker Shuji Terayama — een impressionistische beeldtaal om de roerselen van onaangepaste individuen te verbeelden. A Boy Called Third Base is onvergetelijk; Wandering Home is een niemendalletje. Manische energie
Ook een van de Japanse regisseurs die aan het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw in het westen doorbraken, stelde teleur. Bunny Drop (2011), een zoetsappig verhaal over een jongeman die in zijn eentje de zorg van een schattig kind op zich neemt, kon op het festival op de publieksprijs rekenen, maar is een aanfluiting in vergelijking met de vroege films van Sabu, ooit een eigenzinnige filmmaker die een eigen signatuur had en garant stond voor verrassende, opwindende cinema. De manische energie en de komische timing waarmee hij films als DANGAN Runner (1996) en Postman Blues (1997) vormde, zijn nog steeds overtuigend; Bunny Drop is een komisch-romantisch drama waar er dertien van in een dozijn gaan. Een paar halfslachtige injecties met Sabu's oude stijl — overdreven fysiek acteerwerk, speelse fantasiesegmenten — vallen in de film vooral uit de toon. Het zou uiteraard niet eerlijk zijn om van een regisseur te verwachten dat hij zijn eigen formule blijft herhalen, maar dat Sabu is gezwicht voor populistisch sentiment en onrealistische, oppervlakkige romantiek, is een behoorlijke teleurstelling. Pretentieloos Kumakiri, wiens films vaak op het IFFR te zien zijn, werkt sinds zijn splatterdebuut Kichiku (1997) gestaag aan een oeuvre van steeds pretentielozere films, waarvan de beste niet komisch genoeg zijn om komedies te kunnen worden genoemd en niet dramatisch genoeg om drama's te zijn, en in een loom tempo en met humor toch innemend werken. Zonder voor de hand liggende dramatische motivatie zijn films als Green Mind, Metal Bats (2006) en Non-ko (2008) in hun menselijkheid erg meeslepend. Sketches of Kaitan City is dat niet: de episodes geven een indruk van willekeur en slaan dramatisch niet aan.
Films van Camera Japan worden de komende weken nog in Breda, Groningen, Tilburg en op het Leids Film Festival vertoond. Klik hier voor het programma. |
ADVERTENTIE
ZOEKEN
LINKS
Camera Japan
ADVERTENTIE
FILM
MEER RECENSIES
|
© 1998-2013 8WEEKLY Webmagazine
|