Verspreid over een theater, broodjeszaak, kledingwinkel, atelier en kelder vond zaterdag 22 oktober het Geen Daden Maar Woorden Festival plaats, editie Utrecht. De diversiteit van de locaties weerspiegelt de verscheidenheid in optredens en het idee dat het festival een 'full experience' moet zijn.
Het festival beperkt zich niet tot Utrecht; gedurende het jaar vindt het ook nog plaats in Rotterdam (oktober), Amsterdam (april) en Den Bosch (mei). Geen Daden Maar Woorden presenteert literatuur in combinatie met andere disciplines zoals muziek, film, dans en theater: een festival dat zich moet bevinden op de scheidslijn tussen kunst en uitgaan.
Hillbillies en rommelmarktmuziek
In de grote zaal van Theater Kikker is geprobeerd een huiskamerervaring op te roepen. Aan het plafond hangen enorme lampenkappen (die helaas vanuit bepaalde delen in de zaal het zicht op het podium volledig wegnemen), het podium is bezaaid met deuren die we kennen uit Amerikaanse sitcoms en vlak voor het podium zijn loungebanken en fatboys gemoedelijk naast elkaar geplaatst. In deze sfeer opent Half Way Station de avond met een quasinostalgisch geluid: beetje country, beetje folk, beetje hillbilly. Technisch helemaal in orde, maar vanuit de verschillende stijlen komt er niets nieuws tot leven, het gaat niet verder dan een zeer geslaagde, humoristische pastiche. Leuke band voor feesten en partijen.
Nostalgie, maar dan zonder leegte, vinden we ook in de kleine zaal. Daar vertelt Meindert Talma met een synthesizer op de knieën verhalen over een 'stadskabouter die ouwe dametjes omver jakkert' en 'voetballers met baarden en snorren, dikke snorren'. Wellicht maakt een man met Fries accent op een niet-Fries al snel een authentieke, oprechte indruk. Maar het is deze 'oprechte' eigenheid in combinatie met de jaren-tachtig-synthesizersound die maken dat er iets nieuws ontstaat: Talma's optreden overstijgt de eigen simpelheid, de door hem zelf bezongen 'rommelmarktmuziek'.
Mistroostigheid van zo'n saaie kustuitstap
In dezelfde zaal vindt de première plaats van In dromen voorbij, een animatiefilm van Sander Alt naar het gelijknamige gedicht van Delphine Lecompte. Deze Vlaamse dichteres 'weet niet waarom Alt dit gedicht gekozen heeft', maar ze vindt wel dat de film de 'mistroostigheid van zo'n saaie kustuitstap' goed illustreert. Het gedicht krijg een kwetsbaar karakter door de heldere aquarelkleuren die soms als vlekken in elkaar overlopen, dan weer zwart omlijnd de twee personages uitbeelden die met elkaar een dag en een nacht doorbrengen. De dynamiek van de lijnen en de subtiele aanwezigheid van kleuren maken regels als 'de uitstap was zwanger van kleurloosheid en/ saaiheid vermomd als overprijsde mosselen' minder hard en roepen de nuance van een waarneming op. Het gedicht wordt zo deels van zijn vertellende karakter ontdaan en lijkt de droom niet langer voorbij te zijn, maar de droom zelf.
Van een prozaïscher soort is de literatuur van Renate Dorrestein. In de grote zaal van Theater Kikker draagt zij twee fragmenten voor uit haar recente roman De stiefmoeder, die volgens Dorrestein zelf gaat over 'een loyaliteitsconflict in een modern knip-en-plakgezin'. De schrijfster benadrukt dat ze een ervaringsdeskundige is, zij het als 'stiefmoeder-light' (ze heeft niet met haar stiefdochter samengewoond), en dat het boek voortkomt uit 'een voorval in haar eigen leven'. Deze woorden maken, zo vlak na de gedichten van Lecompte, niet veel indruk.
Tasjes kopen of geestelijke verheffing?
Na de zalen van Theater Kikker is het even wennen aan de onconventionele locatie Daens. Deze kledingwinkel zal binnenkort uitbreiden met een koffiezaak annex ruimte voor cultuur in verschillende vormen en past volgens de organisatie daarom goed bij het overkoepelende belevingsconcept van het festival. Het verband tussen 'kopen' en 'cultuur' kan een beetje pijnlijk zijn voor een cultuurliefhebber, omdat het de illusie van 'belangeloosheid van de kunst' in de weg zit. Denk je dat je als festivalganger met 'de letteren' bezig bent, blijk je opeens midden in de commercie terecht gekomen te zijn. Leuk tasje en oh hee, Dennis Gaens die gedichten voordraagt.
Maar zo was het gelukkig niet, want de woorden winnen het direct van de kooplust. Gaens draagt gecontroleerd voor en begeleidt zichzelf door met linkerhand subtiel het ritme van de poëzie aan te slaan. Tussendoor brengt hij ons op de hoogte van zijn angst voor dansers en stadsdichter van Amsterdam F. Starik en worden we gewezen op het bestaan van Gaens' tijdschrift Kutgitaar.
Verfrissend: band zonder ironie
Dat in de winkel naast woorden ook plaats voor muziek is, blijkt wanneer Ming's Pretty Heroes in kleine bezetting het 'podium' betreedt. Deze band won dit jaar de Music Matters Award met het nummer 'Moss', 'over de tijd die verstrijkt'. Een beetje Sigur Rós meets soul. Hier en daar mist de stem van Ai Ming Hoei wat 'grein' en blijft ze niet echt hangen. Maar de technische kwaliteit en uitgewerkte stijl zijn heel verfrissend in deze tijd van singer-songwriters die, onder het mom van ironie, te vaak wegkomen met een gekke gitaar en ongeoefende stem.
Minder geslaagd is de voordracht van Renske Jonkman. Met een vrij monotone 'ik ga een spreekbeurt houden over...'-stem weet ze de inhoud van haar onlangs verschenen debuutroman Zo gaan we niet met elkaar om niet overtuigend te brengen. Dit boek moet waarschijnlijk gelezen worden en niet gehoord, hoe eendimensionaal dat ook is. De winkel wordt nu weer gewoon winkel en de tasjes worden interessanter dan de woorden.
Woorden om woorden
Terug naar Theater Kikker, waar Kees van Kooten in de grote zaal aantoont hoe woorden en daden niet zo strikt van elkaar gescheiden zijn. Zo maakten de woorden 'U heeft heus een leuke vrouw maar haar gleuf is mij te nauw. Iemand anders' veel los bij zijn buurman, vertelt Van Kooten, toen hij ze als klein jongetje op een briefje bij hem naar binnen gooide. Buurman verdacht zijn vrouw hierdoor van bepaalde daden en zo kregen zij woorden. En wanneer daden woorden worden, 'komen er van die andere daden niet veel meer terecht' (en van die stellen zie je hier ook, verzekerde Van Kooten ons).
Lachen om woorden kan ook, om poëzie bijvoorbeeld. 'Een lach om poëzie: die kost tijd en golft van voor naar achter.' Dat heeft Van Kooten zelf ervaren bij dichter Billy Collins, van wie hij een aantal gedichten voordraagt. Die maken inderdaad veel gelach in het publiek los.
Koffie en broodjes
Woorden en daden zullen ongetwijfeld ook door elkaar gaan lopen wanneer het einde van de avond en het begin van de nacht worden ingeluid op de afterparty met Pim Pam Pettes DJ'ettes. Tegen die tijd rijst ook de vraag of de meervormigheid van dit festival, op zowel inhoudelijk niveau van de optredens als de bijkomende diverse locaties, nu echt een bredere belevenis heeft gecreëerd. Een film als In dromen voorbij is op zichzelf al meervormig en heeft geen koffie, broodje of lonkend tasje nodig. En eigenlijk ook niet nog méér beeld, muziek en literatuur. Maar als je er toch trek in hebt, dan is het er. En dat lijkt, als variatie op de beroemde dichtregels van Willem Kloos, precies het motto van het Geen Daden Maar Woorden Festival: kunst is zeer mooi, maar nog mooier als je verschillende vormen achter elkaar kunt beleven. En je moet er wel iets bij te drinken hebben.